Pakkans nul voor Israëls inbrekers

Michmoret - ‘Mijn poppen blijven voorlopig thuis’, zegt Tsachi, een sportieve zestiger, groen poloshirt over de bruin gebakken huid. Nee, deze toezichthouder van het parkeerterrein in het badplaatsje Michmoret is geen oude seniele man of een perverse pedofiel, maar al jarenlang een begrip in het dorp. Tsachi heeft een bijzondere hobby, zelf noemt hij het kunst. Hij beschildert en bekleedt oude poppen. Aan het begin van ieder zomerseizoen, als de eerste badgasten naar het nog kille strand komen, etaleert hij een deel van zijn poppen op zijn wachthuisje op het parkeerterrein. Zo ook deze zomer.
'Maar op een ochtend waren alle poppen gestolen’, legt Tsachi uit. In dit paradijselijke villadorp, dat als een groene oase op het strand werd geplakt, blijken diefstallen en inbraken de laatste tijd schering en inslag.
'Afgelopen weekend waren er veertien inbraken’, vertelt de plaatselijke politieagent Jehoeda Zimbris. 'Zowel gespecialiseerde dieven als junks uit de grote stad weten dat de pakkans praktisch nul is.’ Dezelfde geluiden komen uit andere dorpen en buitenwijken rond grote steden als Tel Aviv, Jeruzalem en Netanya.
Terwijl de Israëlische politie de handen vol heeft aan de bestrijding van terrorisme en het in toom houden van de honderdduizenden demonstranten die overal in Israël protesteren tegen de woningnood, de hoge kosten van levensonderhoud en de ongelijke inkomensverdeling - omstandigheden die op zich al een reden voor diefstal kunnen zijn - behoort inbraakpreventie niet tot de prioriteiten. Het European Institute for Crime Prevention and Control, waarbij ook Israël is aangesloten, turfde in 2010 in Israël 1844,5 door de politie geregistreerde inbraken per honderdduizend inwoners. Ter vergelijking: in Nederland ligt de inbraakratio rond de 420. Dat kost volgens de minister voor Openbare Veiligheid, Yitzhak Aharonovitch, zowel de staat als de huiseigenaren een lieve duit. De vervolging van een inbraak bedraagt al gauw tweeduizend euro terwijl de algemene kosten van criminaliteit door zijn ministerie op zo'n dertig miljard euro geraamd worden; geld dat nuttiger besteed kan worden. Bijvoorbeeld aan sociale huisvesting.
De angst voor inbraken en geweld is voelbaar in Michmoret en de andere lustoorden. Er zijn hekken, alarminstallaties en tralies voor de ramen en ’s avonds surveilleert een particuliere bewaker. Bordjes met tekeningen van camera’s of valse honden op de omheiningen waarschuwen potentiële inbrekers.
Tsachi voorziet vooralsnog in zijn eigen inbraakpreventie, middels camouflage. Zonder de poppen lijkt zijn blauwe wachthuisje weg te vallen tegen de achtergrond van de zee.