Milan Kundera, Le rideau: Essai en sept parties

Paleizen van de herinnering

Milan Kundera

Le rideau: Essai en sept parties

Gallimard, 197 blz.

Het oeuvre van de Tsjechische, sinds 1970 in Frankrijk wonende Milan Kundera is een tegelijk diepzinnige en lichtvoetige reflectie op de roman. Voor hem is de roman de grote prozavorm waarin de auteur via experimentele ego’s, de personages, een aantal the ma’s van het menselijk bestaan onder de loep neemt en tot op het bot ont leedt. Kundera wil de mysteries en dubbelzinnigheden van de menselijke ziel onthullen door middel van fic tio nele virtualiteiten. Daarvoor bestudeert hij niet de werkelijkheid maar de existentie. Voor hem is de roman een bron van wijsheid en de ultieme vorm van kennis over de wereld, vandaar dat zijn ro mans eerder filosofisch dan fictioneel aandoen. Zijn ironische blik wil tegelijk zekerheden op losse schroeven zetten en de onbetekenendheid van alles ontbloten. Voor hem dient de ware mens onophoudelijk vragen te stellen en te twijfelen aan alle opgelegde waar heden.

Le rideau bestaat uit korte essays die gebundeld zijn in zeven hoofdstukken waar in Kundera’s literaire kosmos gestalte krijgt. Ter sprake komen zijn favorieten Rabelais, Cervantes, Fielding, Dostojevski, Flaubert, Broch, Kafka, Joyce, Musil en Márquez. Het jargon ontwijkend dat de academische literatuurkritiek ontsiert, voert hij de lezer diep binnen de structuren van de ro man. Hij leeft mee met Fielding, die terwijl hij schrijft onbekende aspecten van het menselijk bestaan ontdekt, en met Cervantes, die zich opstelt als de enige meester over zijn werk en plagiaat scherp veroordeelt. Kundera kiest voor een historische visie op literatuur. In de vertelling wordt het verleden een heden dat zich voor de ogen van de lezer ontrolt, waardoor ontwikkelingen kunnen worden gesignaleerd. Zo bedenkt Fielding onwaarschijnlijke situaties die de gefascineerde lezer aan zijn woorden kluistert. Balzac daaren tegen streeft zo’n tachtig jaar later juist de realiteit na en verandert de lezer in een toeschouwer die zijn ogen niet kan afhouden van de scènes die de romanschrijver tot leven tovert. Kundera’s be schrijving van de laatste dag in het leven van Anna Karenina ontroert, omdat hij laat zien dat Anna oorspronkelijk niet van plan was om zelfmoord te plegen, maar door allerlei toevalligheden en associaties bijna onherroepelijk naar het einde wordt getrokken. Zijn onverwachte vergelijking van Laclos’ Les liaisons dangereuses met Faulkners As I Lay Dying verbaast en overtuigt: beide boeken worden ge dreven door hetzelfde dwingende verlangen om de verteller te onttronen en zijn macht teniet te doen.

Onwetendheid (2001) begon met een reflectie over heimwee, terugkeer en nostalgie, waarna Kundera de terugreis van Odysseus naar Ithaca als rode draad door het verhaal van de Tsjechische emigrante Irena heen vlocht. Le rideau is ook doordrongen van nostalgie, niet naar het land van herkomst maar naar een bepaalde visie op literatuur. Een visie die je humanistisch zou kunnen noemen, door de betrokkenheid en de liefde voor grote romans en hun personages die elke pagina uit ademt. Kundera houdt zich godzijdank niet bezig met politieke correctheid, postkolonialisme en globalisering, en hij schuwt de ontmoeting tussen fictie en autobiografie niet. Hij houdt vast aan concepten die tegenwoordig ou derwets aandoen, zoals «de esthetische waarde» van het kunstwerk of «de historische ontwikkeling van de kunst». Kundera ziet de roman niet als een literair genre maar als een autonome kunstvorm met een eigen geschiedenis die een uniek ritme volgt, met een eigen ethiek die dicteert dat de roman onontdekte aspecten van het menselijk bestaan blootlegt, met een eigen spe ci fieke betrekking tot het ik van de schrijver, en met een wonderbaarlijk vermogen om de grenzen van landen en staten te ontstijgen.

Vóór de moderne roman leek het alsof een magisch gordijn, een weefsel bestaande uit mythes en legendes, de werkelijkheid verscholen hield. Wanneer we geboren worden komt de we reld op ons af, gemaskerd achter allerlei bestaande interpretaties. De meeste mensen nemen hier genoegen mee en beoordelen hun leven naar wat zij in het gordijn zien. De kunst van de roman vraagt van de schrijver dat hij het gordijn verscheurt en tot gemeenplaats verworden symbolen vernietigt. Kundera plaatst Stifters Der Nach sommer uit 1857 naast Max Webers denkbeelden over bureaucratie en Kafka’s Het slot. In drie gevallen wordt pijnlijk nauwkeurig aan getoond dat de moderne bureaucratisering concepten als vrijheid, privé-leven, tijd en avontuur overhoop heeft gegooid. Het versluierende gordijn wordt opzij geschoven en laat een angstaanjagende werkelijkheid zien.

Le rideau is een hartstochtelijk pleidooi voor plaatsing van de roman in zijn historische context. In elke roman zijn echo’s van andere romans te horen. Haal Ulysses uit de geschiedenis van de ro man, en wat overblijft is slechts de on verstaanbare woordenvloed van een gek.

Voor Kundera is het grote wonder van Europa het feit dat de Europese kunst geschiedenis werd. De echte wereld is vluchtig en valt ten prooi aan vergetelheid, terwijl kunstwerken, met hun aandacht voor het detail en voor betekenis, blijven opdoemen als ideale, solide werelden, als onverwoestbare paleizen van de herinnering.