H.J.A. Hofland

Palestijnse lente

In deze alzijdig chaotisch wordende wereld hebben we nog twee axioma’s: Europa en Amerika zullen Israël nooit in de steek laten. Dit is het laatste restant van het vastberaden vrije Westen. En onafwendbaar komt er een onafhankelijke Palestijnse staat.

Aan dit tweeledig perspectief valt niets te veranderen. De alles beheersende vraag is nu op welke manier deze toekomst zich zal voltrekken. Daarop valt in dit nieuwe stadium geen zinnig antwoord te geven. Met de rede van Mahmoud Abbas in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties is de status-quo doorbroken. Hij werd beloond met een daverend applaus; dat laat geen misverstanden over. En de grote mondiale ontwikkelingen werken in zijn voordeel. Door het uitbreken van de Arabische lente zijn ook de Palestijnen niet onbeïnvloed gebleven. Terug in Palestina sprak Abbas over de ‘Palestijnse lente’. Hij zal alleen instemmen met het hervatten van de vredesbesprekingen als Israël zijn beleid van de uitbreiding van de nederzettingen staakt.
Maar dit alles laat onverlet dat voor Europa en Amerika de verhouding Israël-Palestina ook een binnenlands probleem is. Het oude Westen is verdeeld in elkaar heftig bestrijdende fracties, van de onversneden aanhangers van premier Netanyahu tot degenen die de Palestijnse staat liever vandaag dan morgen willen zien. Het diepe dilemma wordt geïllustreerd door de ontwikkeling in het denken van president Obama. Vorig jaar toonde hij zich in zijn toespraak tot de VN een verklaard voorstander van een Palestijnse staat die er zo vlug mogelijk moest komen. Nu wilde hij een geleidelijke ontwikkeling, en als Abbas aan de Veiligheidsraad het aangekondigde verzoek zou doen, kon hij rekenen op een Amerikaans veto. Is dit de inleiding tot de volgende periode van stagnatie?
De ernstigste bedreiging onder de zich nu snel ontwikkelende internationale verhoudingen is dat door de onwrikbare houding van Netanyahu de slepende ruzies worden hervat. Wat we het Palestijnse probleem noemen is nooit een bilaterale kwestie tussen Israël en Palestina geweest, maar een breekpunt tussen de Arabische en de westerse wereld, al sinds 1967 toen de 'definitieve grenzen’ werden vastgesteld. Daarna waren er hoopvolle gebeurtenissen, de akkoorden van Oslo, de 'road map’, en uitzichtloze ontwikkelingen, de vruchteloze intifada. Tot dusver is de geschiedenis steeds geëindigd met een schijnbevestiging van de status-quo waarvan Israël tersluiks heeft geprofiteerd door de uitbreiding van de nederzettingen. En de hele internationale gemeenschap is daaraan op een of andere manier, passief of in bondgenootschappelijke trouw, medeplichtig geweest.
Hebben we dit tijdvak nu langzamerhand achter de rug? Wat we 'de Palestijnse kwestie’ noemen, is altijd een exponent van de internationale verhoudingen geweest, en daaraan is met de rede van Abbas geen eind gekomen. Netanyahu noemde zijn optreden 'absurdistisch theater’. 'De waarheid is dat de vrede niet uit een resolutie van de VN te voorschijn komt. De waarheid is dat de Palestijnen een staat zonder vrede willen.’ Maar de waarheid is ook dat zijn Likoed-partij in feite een voortzetting van het verleden wil, uitbreiding van de nederzettingen en dan natuurlijk liefst zonder dat de vrede wordt verstoord. Zo is het jaren met succes gegaan en waarom zou daar nu plotseling een eind aan komen?
Netanyahu weet zich feitelijk opnieuw gesteund door de grote vriend Amerika, en Obama heeft al laten blijken dat er geen wezenlijke verandering van het beleid in het verschiet ligt. Dat komt ook door de ontluikende Amerikaanse verkiezingsstrijd. Tegenover de rechtervleugel van de Republikeinen (die nu dagelijks aan invloed winnen) kan de president geen steek laten vallen. In West-Europa is het anti-islamisme aan de winnende hand. Hier is de aanvankelijke solidariteit met de Arabische lente langzamerhand in scepticisme veranderd. We moeten nog zien waar het allemaal op uitdraait. Netanyahu lijkt zeker van zijn zaak, Abbas krijgt geen zelfstandige staat, de politiek van de nederzettingen wordt voortgezet, en na de Amerikaanse verkiezingen zien we verder, wie weet met een Republikeinse president.
De komende werkelijkheid kan heel anders zijn. Mogelijk heeft Abbas het juiste moment voor zijn revolutionaire optreden gekozen. De hele Arabische wereld is in een staat van snelle verandering en zoals uit het verloop van de revoluties in Tunesië en Egypte, de opstand in Syrië en ten dele ook uit het verloop van de burgeroorlog in Libië blijkt, ontbreekt het in het Westen aan de politieke wil om in te grijpen. Dit is het historisch bewijs dat we afstand hebben genomen van de Arabische wereld. Het zijn misschien mooie revoluties maar ze moeten het zelf opknappen.
De Palestijnse lente is principieel een ander geval omdat die zich kan keren tegen onze bondgenoot Israël. Maar daar zijn Netanyahu en zijn politieke vrienden niet degenen die het eeuwig voor het zeggen hebben. De rede van Abbas kan het begin van een nieuw tijdvak zijn, waarin zal blijken dat Israël wel op zijn bondgenoten kan blijven rekenen, maar dat ze niet het slachtoffer willen worden van één Israëlische partij die zich laat leiden door zelfoverschatting.