Palingtrek

Behalve aan de ‘hardwerkende Nederlander’ (die overigens wat de partij betreft zomaar ontslagen kan worden) heeft de VVD haar wederopstanding ook te danken aan stilzitten.

Een jaar geleden hadden weinigen een kwartje durven zetten op winst van de vvd bij volgende verkiezingen. Dat was niet alleen omdat de partij nog aan het bijkomen was van de trammelant rondom het uittreden van Rita Verdonk, die het niet kon verkroppen geen partijleider te zijn geworden en kortstondig succes leek te gaan krijgen met haar eigen Trots op Nederland. Het was ook niet alleen omdat de vvd nog aan het zoeken was naar een houding ten opzichte van een andere uitgetredene en zijn harde taal richting migranten, Geert Wilders. Dat had ook te maken met de economische crisis.
Het instorten van een aantal banken en het effect dat dit had op de wereldeconomie was immers het gevolg van het ontsporen van het marktdenken en van onbeteugelde hebzucht. Overheden moesten ineens met miljarden aan belastinggeld bijspringen om niet de gehele financiële wereld de afgrond in te zien glijden. Werkgevers keken ineens maar wat graag naar diezelfde overheid voor deeltijd-WW, omdat ze daarmee hun beste werknemers niet direct hoefden te ontslaan. En de roep om overheidsinvesteringen om de economie toch nog enigszins aan de praat te houden klonk ineens luid. Toen de markt het moeilijk kreeg, was de overheid de redder in nood.
Was hiermee niet het ongelijk bewezen van degenen die heilig geloven in de vrije markt? De vvd bereikte in de opiniepeilingen een dieptepunt.
Maar terwijl de crisis nog niet bezworen is en er een euroland failliet dreigde te gaan als gevolg van gesjoemel met cijfers en het speculeren van banken, is de vvd bezig aan een opmerkelijke comeback. In de laatste peilingen staan de liberalen bij de Politieke Barometer op dertig en bij Maurice de Hond zelfs op 32 zetels, tegenover twaalf een jaar geleden. Lijsttrekker Mark Rutte mag graag zeggen dat peilingen palingen zijn. Glad en moeilijk grijpbaar dus. Maar ondertussen juichen ze wel bij de vvd, al is het dan heel stilletjes, omdat ze ook weten dat als de trek er eenmaal in zit palingen graag dezelfde kant op zwemmen.
De herrijzenis is geen gevolg van het afzweren van het marktdenken. Integendeel. ‘De vvd is en blijft voorstander van een vrije markt’, staat er in het verkiezingsprogramma. Met wel als toevoeging dat 'zeker nu een strenge marktmeester nodig is’. Waarmee de liberalen de schuld voor de economische crisis toch weer leggen bij de overheid en de door haar ingestelde toezichthouders. Consistentie in hun gedachtegang kun je ze niet ontzeggen, want dat van die marktmeester riepen ze altijd al. Maar waarom liep het dan toch mis? Zaten de liberalen in de afgelopen zestien jaar, toch de hoogtijjaren van het neoliberalisme omvattend, niet zelf twaalf jaar in de regering? Van enige diepgaande reflectie op dit punt is bij de vvd weinig zichtbaar.
Bij de vvd zelf denken ze dat het vooralsnog virtuele succes mede te danken is aan het omarmen van de ondernemer en de hardwerkende Nederlander die voor dat harde werken goed moeten worden beloond, en aan speerpunten zoals het rigoureus willen aanpakken van de overheidsfinanciën én de overheid. Ouderwets rechtse thema’s, waarmee het goed oppositievoeren is tegen de pvda en Job Cohen. Dat komt beide kopstukken strategisch goed uit. Het versimpelt de campagne zo prettig en het bekt ook zo lekker: rechts tegen links.
Het imago op te komen voor de hardwerkende Nederlander spreekt blijkbaar veel kiezers aan. Ik hoor het ook in gesprekken. Ja, op de vvd, want die blijft tenminste van mijn hypotheekrente af, die geeft mij in ieder geval een belastingverlaging, die is tegen de sterftaks. Uit de redenen klinkt altijd enig direct eigenbelang. Op de tegenvraag waar ze denken dat de vvd de miljarden aan bezuinigingen vandaan gaat halen, blijft het meestal stil. Dat ligt overigens niet helemaal aan de liberalen of partijleider Rutte: die laatste zegt steevast dat het pijn zal doen, al die bezuinigingen.
Maar desondanks blijft onderbelicht dat van de liberalen de hardwerkende Nederlander makkelijker zijn ontslag mag worden aangezegd. Dat als die hardwerkende Nederlander vervolgens werkloos wordt hij de duur van zijn uitkering ziet teruglopen naar één jaar. Dat die hardwerkende Nederlander als hij binnen die tijd geen werk vindt, zal terugvallen op een bijstandsuitkering die in koopkracht gaat achterlopen op de lonen. Dat de hardwerkende Nederlander een kleiner collectief verzekerd ziektekostenpakket krijgt en het overige moet bijverzekeren. Dat van de hardwerkende Nederlanders de meest verdienenden het meest profiteren van de liberale lastenverlichtingen. En dat als het aan de vvd ligt een deel van die hardwerkende Nederlanders wordt ontslagen, omdat hun werkgever de overheid is.
Dat laatste is weliswaar wel de bedoeling van de vvd, maar op dit punt staan tussen droom en daad wetten en praktische bezwaren in de weg. Want aan de rigoureuze plannen voor ambtelijk Nederland liggen geen keuzes ten grondslag: wat willen de liberalen dat de overheid niet meer doet en wat voor gevolgen heeft dat voor de burger, en voor zijn portemonnee, om dit belang er dan maar meteen aan vast te knopen.
Maar behalve aan de hardwerkende Nederlander heeft de vvd haar wederopstanding ook te danken aan stilzitten. Het is een nieuwe wet in de politiek. Wie veel in de media is, raakt snel grijsgedraaid, op die politicus zijn de burgers in een tijd van nieuw en hype en trend ook weer snel uitgekeken. Rutte was zo slim om zich relatief op de achtergrond te houden. Hij sloeg alleen toe als hij het disfunctioneren van het toen nog zittende kabinet aan de kaak kon stellen. Maar nu moet hij aan de slag. Sleetsheid ligt dan op de loer, want je hoort ook hem steeds hetzelfde zeggen: peilingen zijn palingen.