Pamfletten (2)

Op pagina 35 van de laatste Groene (21 augustus) wordt melding gemaakt van een pamflet van W.F. Hermans uit 1955, ‘Het geweten van De Groene Amsterdammer, of volg het spoor omhoog’.

Ik neem de vrijheid nog even te melden dat ik zelf tot vier maal toe heb willen aantonen dat de ‘oude’ Groene (van Dijkstra en Davids, 1945-1970) zich op een even opvallende als weinig vertrouwen verdienende wijze uitsloofde om vele zaken recht te praten die in de communistische landen krom waren; en hoe krom weet tegenwoordig bijna iedereen, te beginnen bij de slachtoffers en hun trieste erfgenamen. Mijn eerste aanval verscheen in Socialisme en Democratie (februari 1952), een zeker in die tijd gezaghebbend orgaan. Mijn tweede aanval dateert van maart 1957, in Tirade, naar aanleiding van de behandeling van de Hongaarse opstand in het blad. De invloed en het prestige van het nog jonge Tirade waren toen niet gering, en velen, zeker in de grachtengordel, kan het niet zijn ontgaan. Mijn derde aanval lanceerde ik in de Cartons voor Letterkunde (maart/april 1960) onder de als provocatie bedoelde titel 'Walgen van De Groene’. Mijn laatste beschouwing had meer het karakter van een terugblilk: een bijdrage aan nr. 8/9 van de jaargang 1989 van Maatstaf.
Drie van deze vier polemieken werden dus gepubliceerd in vrij algemeen bekende en nog altijd toegankelijke tijdschriften. Alleen de Cartons waren wat obscuurder. Wat al deze drie of vier frontale en zwaar gedocumenteerde aanvallen gemeen hadden, is dat zij bijna totaal werden en worden genegeerd. Hetgeen voor mij achteraf een grote les betekent: polemiseer nooit vanuit een marginale of excentrische positie! Maar dit soort wijsheid verwerft een mens uiteraard pas achteraf; waarvan hier nog eens nota, en mijn dank aan de huidige redactie, die - maar dat is evident - weinig meer gemeen heeft met die 'oude’ Groene.
Rotterdam, E. M. JANSSEN PERIO