Pan

Glazen pan. Je geloofde je ogen niet. Een zachtgroen schijnsel verspreidend, doorzichtig vat. In het midden van de ruimte, voor de rest vlekkerig verlicht door het uit een half dozijn schots en scheve dakramen lekkende daglicht.

Hoewel de streek bekend staat om de fabricage en inventieve verwerking van duurzaam glas is dit een absoluut toppunt.
Violette vlammen, voortgebracht door dichte twijgebossen van jonge berken, likken aan de bodem en weerspiegelen zich in het glas in je hand waarin een trage matgele wijn siddert.
De wand van de, ook al niet egaal ronde, pan is niet overal gelijk van dikte. Waardoor er meer dan een vertekening zichtbaar is. Maar wat daarachter leeft, als is het geen leven in algemene creatieve betekenis, blijft duidelijk genoeg zichtbaar. Een in alle richtingen pirouetterende scheepsschroef: de rood oplaaiende gedaante van een enorme octopus. Die achtarmige zonderling, ontroofd aan de duistere, koude diepten waar hij zichzelf tot koning der kreeften had gekroond. Geen andere opzet hebbend dan het zich tot in der eeuwigheid volstoppen met onderdanen.
In de gestage maalstroom wentelen zich ook grote witte uien, een dicht bebladerde tak van de laurierboom en, als geluidloze bromtollen, fel blauw gekleurde plompe vruchten. Grote drietandige vork wordt in een van de karmozijnrode armen gestoken en opnieuw valt zijn vlees ten offer aan het flitsende mes van een in stofjas geklede bewaker, die het verder verkleint, met bewegingen die voor oog zowel als oor licht tromgeroffel nabij brengen. Met komvormige houten lepels tasten de inmates begerig in de bijpassende omberen saus en gifgroene brij van grof gehakte kruiden om zich hun portie toe te eigenen. Al is het werk in het mierikswortelrasphuis nog zo slopend, ze eten er goed van!