Hoe bedreigend is de varkensgriep?

Pandemitis

Beelden van Mexicanen met mondkapjes wekken de indruk dat de hele wereldbevolking in levensgevaar is. Moeten de gezagsdragers alarm slaan?

Medium varkensgriep

OP 5 FEBRUARI 1976 meldde soldaat David Lewis, gelegerd in Fort Dix aan de Amerikaanse Oostkust, zich ziek bij de sergeant. Hij was verkouden, had koorts en voelde zich slap. 24 uur later was hij dood. Een legerarts onderzocht hem en maakte een paar kweekjes. Twee weken later maakte het leger wereldkundig dat Lewis was overleden aan een subtype van het virus H1N1, oftewel de varkensgriep.

Net als de huidige uitbraak van varkensgriep in Mexico riep de ontdekking van het virus in Fort Dix herinneringen op aan de Spaanse griep. Deze pandemie, die in 1918 en 1919 alleen al in Amerika een half miljoen mensenlevens eiste, werd eveneens veroorzaakt door een virus van het H1N1-subtype. Een inderhaast ingevlogen afdeling van het Army Medical Corps constateerde dat honderden andere soldaten in Fort Dix ook waren geïnfecteerd. De meesten waren echter niet ziek geworden en de zieken waren allemaal snel hersteld. Zonder de dood van Lewis was de aanwezigheid van het virus op de basis misschien niet eens vastgesteld.

Niettemin stond het Amerikaanse ministerie van Volksgezondheid voor een dilemma. De Spaanse griep liet zich aanvankelijk onschuldig aanzien en ontwikkelde zijn dodelijke kracht pas toen de besmetting wereldwijd was. Zou dat nu weer gebeuren? Uit voorzorg pleitten medici en topambtenaren voor vaccinatie van alle 220 miljoen Amerikanen. President Gerald Ford aarzelde, voornamelijk vanwege het bedrag van 135 miljoen dollar dat ermee gemoeid was. Maar nadat hij een voorverkiezing tegen Ronald Reagan had verloren, ging Ford akkoord. Kwade tongen beweerden dat hij dit voornamelijk deed om zich als alert staatsman te profileren; volgens nog kwadere tongen wilde hij de farmaceutische industrie, die tot zijn gulste campagnedonateurs behoorde, een dienst bewijzen.

Hoe dit ook zij, voor het einde van het jaar werden veertig miljoen Amerikanen gevaccineerd. Het was de meest ‘succesvolle’ en tegelijk meest schadelijke en zinloze inentingscampagne in de geschiedenis van de Verenigde Staten. Tientallen Amerikanen verloren het leven door bijwerkingen van het vaccin en duizenden liepen blijvende schade op, variërend van gehoorstoornis tot het Guillain-Barré Syndroom (GBS). Toen een aantal van deze GBS-lijders de landelijke pers haalde, was voor de autoriteiten duidelijk dat ze het programma moesten afblazen. Epidemiologen wilden voet bij stuk houden, maar de publieke verontrusting beslechtte het pleit, zo schrijven de Centers for Disease Control (CDC), de Amerikaanse versie van de GG&GD, in hun evaluatie van de episode.

De Amerikaanse varkensgriepuitbraak van 1976 is niet het enige voorbeeld van politiek gestuurde ‘crisisbestrijding’ in de gezondheidszorg waarbij de gekozen maatregelen erger bleken dan de kwaal. Maar het beeld wordt altijd pas achteraf helemaal duidelijk. Op het moment zelf staan gezagsdragers en deskundigen weer voor dezelfde moeilijke keuze. Moeten ze alarm slaan, met het risico dat ze onnodig paniek zaaien en grote menselijke en economische schade veroorzaken? Of moeten ze aandringen op kalmte, met het risico dat een ernstige ziekte zich onbelemmerd verspreidt? In beide gevallen verspelen ze het vertrouwen van de bevolking.

Tegenwoordig komt daar nog een complicerende factor bij: pandemitis, oftewel de wellust waarmee een deel van de publieke opinie zich wentelt in ondergangsfantasieën. Na de dood van God (in 1882 door Friedrich Nietzsche gewurgd) en het einde van de Grote Verhalen (in 1979 door Jean-François Lyotard uitgeluid) lijkt een deel van de mensheid nog maar één zekerheid over te hebben: het loopt verkeerd met ons af, of het nu komt door loose nukes, klimaatverandering, economische chaos of een dodelijk virus. Het geringste signaal van een opkomende epidemie kan al leiden tot dramatisering in de media en tot paniek onder de bevolking. De uitbraken van de vogelpest (1997) en de luchtweginfectie Sars (2002) werden maandenlang als wereldnieuws behandeld hoewel hun mortaliteit spectaculair achterbleef bij die van een gemiddelde Hongkonggriep. Op het hoogtepunt van de vogelpesthysterie kon er geen vogeltje van een Europese tak vallen of in de wijde omgeving werden dorpen door de politie afgezet, kinderen van straat gehaald en huisdieren standrechtelijk ‘geruimd’.

De huidige varkensgriepgolf laat zich aanzien als een tweede geval-Lewis, maar dan op grotere schaal. Wederom blijkt dat het H1N1-virus allesbehalve ‘dodelijk’ is in de zin van marburg of ebola, virussen met een mortaliteit van 25 procent of hoger. Hooguit is er sprake van een griep met een licht verhoogde mortaliteit onder jongvolwassenen. Volgens de laatste berichten uit Mexico zijn 150 mensen eraan gestorven, terwijl toch tienduizenden ermee besmet moeten zijn. Het virus grijpt daar namelijk al meer dan een maand om zich heen. Kennelijk genezen veruit de meeste patiënten spontaan. Daar komt bij dat H1N1 tot nog toe alleen in Mexico dodelijke slachtoffers maakt, hetgeen uit epidemiologisch oogpunt zeer opmerkelijk is. De meeste reizigers die met het virus onder de leden uit Mexico zijn teruggekeerd, zijn ofwel herstellende ofwel in het geheel niet ziek geweest. Volgens het laatste communiqué van de CDC zijn veertig Amerikanen aantoonbaar besmet. Allen zijn inmiddels volledig genezen.

DAT HOUDT DE pandemitis natuurlijk niet tegen. De varkensgriep beheerst de kranten, de journaals en weblogs, waarbij naargeestige beelden van Mexicanen met mondkapjes de indruk wekken dat de hele wereldbevolking in levensgevaar verkeert. Intussen brengt het stilleggen van een groot deel van het openbare leven in Mexico vooral de plaatselijke economie grote schade toe. De regering heeft al een lening van 205 miljoen dollar bij de Wereldbank moeten afsluiten om de kosten te bestrijden. De epidemiologische aanpak van de Mexicanen was daarentegen buitengewoon slecht. Het ging er net zo aan toe als in China ten tijde van de uitbraak van Sars. De overheid bleef zo lang mogelijk ontkennen, terwijl het medische establishment de protocollen niet kende of in acht nam. Het gevolg van zulk geknoei is dat de ziektehaard niet opgespoord, de besmettingsketen niet afgegrendeld en de precieze ziekteverwekker niet geïsoleerd kan worden. Hier wordt een negatieve feedback loop in de moderne epidemiologie zichtbaar. Overheden verbergen een epidemie zo lang mogelijk om economische schade te voorkomen. Daardoor heeft de ziekte vrij spel en het einderesultaat is nog veel grotere economische schade.

Het besluit van de Amerikaanse president om de varkensgriep tot ‘health emergency’ uit te roepen is een antwoord op het gepruts van de zuiderbuur. Het is een goede maatregel omdat hij geld en mankracht vrijmaakt binnen het best georganiseerde en voorbereide medische establishment ter wereld. Als de mondiale nood werkelijk aan de man komt zijn we namelijk aangewezen op de CDC, niet op de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). In schril contrast hiermee staat het idiote besluit van Rusland, Japan en de Amerikaanse deelstaten Californië, Texas en Kansas om de invoer van varkensvlees uit Mexico te verbieden. Het virus wordt niet doorgegeven door de consumptie van varkensvlees.
De Britse regering maakt het nog erger door voorbereidingen te treffen voor het inenten van alle grieplijders in het land, ongeacht het type of de ernst van hun griep. Virologen tekenen aan dat de voorbestemde medicijnen hooguit een vertragende werking hebben op de varkensgriep, zodat ze de verspreiding alleen maar in de hand zullen werken. Een overheid die zich zowel linksom als rechtsom onbetrouwbaar betoont voordat er ook maar één slachtoffer is gevallen, is zelf de grootste aanjager van paniek. En van volgende epidemieën, want het wantrouwen tegen overheidsingrijpen in de volksgezondheid wordt door zulk geknoei alleen maar groter.

Dat was het voornaamste effect van de Amerikaanse inentingscampagne van 1976. Sindsdien bedenken Amerikanen zich wel twee maal voordat ze aan een nieuwe inentingsronde meedoen, ook als die ditmaal wel degelijk in hun belang zou zijn. Hetzelfde effect kan zich ook op wereldschaal voordoen. De WHO heeft al geen beste reputatie na de nodeloze paniek rond Sars en vogelgriep. Als Genève zich laat verleiden om bij elk nieuw H1N1-gevalletje buiten Mexico een hogere alarmfase af te kondigen, verspeelt de organisatie wederom het nodige krediet. Zo stevenen we geleidelijk af op de nachtmerrie van alle epidemiologen: een combinatie van incompetente plaatselijke autoriteiten, een hysterisch publiek en een internationale gezondheidsbureaucratie die zich laat sturen door publiciteit in plaats van door medische overwegingen.

Fotobijschrift:
28 april Mexico Stad
Daniel Aguilar/Reuters