Economie

Paniek

Dmitrijs Smirnovs is universitair docent aan het Ventspils University College, een kleine universiteit aan de Baltische kust van Letland. Hij is 32 jaar en econoom. Hij is ook een staatsgevaarlijke crimineel die door de Letse geheime dienst twee dagen achter slot en grendel werd gezet. Zijn computer is in beslag genomen en hij mag het land niet verlaten.
Wat heeft Smirnovs misdaan? In een debat over de economie van Letland was de econoom zeer somber. Crimineel somber. ‘De problemen in de VS zijn onbeduidend vergeleken met wat ons te wachten staat’, zei hij. Volgens Smirnovs zal de Europese Unie hard worden geraakt door de crisis. Daardoor zullen de Zweedse banken, die zo ongeveer de hele Letse bankensector bezitten, niet meer bereid zijn leningen aan de Letten te financieren. Ze zullen hun geld juist terughalen. Dan zal blijken dat de Letse burgers en bedrijven te veel geleend hebben. Het bouwwerk stort in.
‘Haal je geld van de bank’, adviseerde Smirnovs het publiek. ‘Hou je spaargeld niet aan in lats (de lokale munt – MB), want dat is nu zeer gevaarlijk.’ Deze uitbarsting kwam hem op twee dagen cel te staan. Dat viel eigenlijk nog mee. Op het verspreiden van valse geruchten over het financiële systeem staat in Letland maximaal zes jaar.
Het is geen incident. Volgens een artikel in de Wall Street Journal werd eerder al de directeur van het Baltisch Internationaal Centrum voor Economische Beleidstudies door de geheime dienst lastiggevallen, nadat hij in het openbaar alarm had geslagen over het grote tekort op de lopende rekening van Letland. Een muzikant werd ondervraagd, omdat hij tijdens een optreden een grapje had gemaakt over de instabiele Letse banken.
Het is de klassieke reflex van een overheid in paniek. Is er een crisis? Schiet de boodschapper dood. Als de waarheid pijn doet, gaat de verteller ervan als eerste op de pijnbank. In Nederland is dat gelukkig geen overheidstaak meer. Hier spelen anderen de rol van scherprechter van onheilsprofeten. Academici bijvoorbeeld, zoals hoogleraar communicatiewetenschappen Jan Kleinnijenhuis van de Vrije Universiteit. Hij richt zijn pijlen niet op muzikanten of economen, maar op de Nederlandse pers. Volgens Kleinnijenhuis hebben financiële journalisten ‘lezers en kijkers dag in dag uit geïnjecteerd met de boodschap dat er een crisis op komst was’. Zo heeft de pers de financiële crisis veel heftiger gemaakt dan nodig was, stelde hij onlangs in het televisieprogramma De leugen regeert.
De communicatiewetenschapper staat niet alleen. Ondernemer Mark Schalekamp mocht onlangs in NRC Handelsblad losgaan met de stelling dat de media in de berichtgeving rondom de kredietcrisis ‘een kwalijke rol hebben gespeeld’. ‘Natuurlijk’, schrijft hij, ‘hebben ze de crisis niet veroorzaakt – dat zijn de banken – maar ze hebben de crisis wel degelijk in stand gehouden en verergerd.’
Intussen raakt ook mijn eigen mailbox aardig gevuld met vriendelijke en minder vriendelijke aanmoedigingen van lezers en kijkers om toch eens met wat vrolijker nieuws te komen. ‘Mathijs, waarom zo negatief?’ lees ik. ‘Denk eens positief, daarmee help je de economie veel beter.’ Anderen houden het op een beknopt ‘azijnpisser!’ Liefst in kapitalen getypt.
Moet de financiële journalistiek zich iets van deze kritiek aantrekken? Absoluut niet. Wie de schuld bij de boodschapper legt, heeft niet begrepen hoe diep en allesomvattend de huidige crisis is. De problemen op de geld- en kapitaalmarkt, de omvallende banken, de aanstormende recessie, het zijn zaken die ver buiten de invloedssfeer van de journalist vallen.
Hebben de journalisten het dan goed gedaan? Ook niet. Maar onze fout van het afgelopen jaar was niet dat we te pessimistisch waren, maar juist te optimistisch. De crisis is consequent onderschat. Spaarders zijn veel te laat gewaarschuwd dat het systeem op instorten stond. Journalisten – inclusief ikzelf – hebben de gevolgen van het faillissement van de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers in september zwaar onderschat. En vervolgens hebben we ook de desastreuze doorwerking van de financiële crisis op de reële economie niet op tijd onderkend.
De pers heeft de ernst van de situatie niet op tijd gezien. We hebben onvoldoende paniek gezaaid. Het zou strafbaar moeten zijn.