Paniek de dans om de irt-doofpot

Deze week debatteert de Tweede Kamer over de opheffing van het Interregionale Rechercheteam Utrecht-Noord-Holland. CDA en PvdA hebben uit alle macht gepoogd de volle uitbarsting van het schandaal af te dekken, conform de door de commissie-Wierenga uitgezette lijn. Zonder succes, blijkt nu. Alleen een parlementaire enquete kan het verziekte klimaat nog verbeteren.

Een van de hetere geruchten die dezer dagen vallen op te tekenen in het hoofdstedelijke coffeeshopwezen betreft de ware doodsoorzaak van Ien Dales. De alom betreurde minister van Binnenlandse Zaken is niet, zoals tot nu toe altijd is aangenomen in de pers, als gevolg van een hartkwaal in haar slaap overleden, maar is het slachtoffer geworden van een moordaanslag. Een aanslag in het kader van een grootscheepse cover-up-actie in de meest tot de verbeelding sprekende politieke affaire van naoorlogs Nederland: de kwestie rond de opheffing van het Interregionale Rechercheteam (IRT) Utrecht- Noord-Holland.
‘Het is gewoon een kwestie van nadenken’, zegt de huisdealer van een gerenommeerd hasj-etablissement in de binnenstad, terwijl hij een gigantische bom vol met Thaise weed doorgeeft aan een groepje roodogig voor zich uit starende klanten. 'Die Dales wist gewoon te veel.’ Hij zwaait met een exemplaar van de jongste aflevering van weekblad Elsevier, waarin een groot verhaal is geplaatst over haar bevel om het IRT 'tot op de grond toe af te breken’. 'Dat zagen ze natuurlijk niet zitten. Die lui van het IRT hadden de best draaiende drugsbende van het land opgebouwd, helemaal officieel, met goeie connecties met de douane, de politie, de rechters, noem maar op. Die hadden er natuurlijk geen zin in dat dat allemaal aan de grote klok werd gehangen. Dus hebben ze Dales gewoon een spuitje gegeven. Hoppekee, hartaanval! Simpeler kan het niet. Doet de CIA al jaren.’ De stamgasten van de coffeeshop knikken geimponeerd door zo veel inside-information. Ja, zo moet het gegaan zijn. Nooit zullen ze meer met dezelfde ogen naar het NOS-Journaal kijken.
Complottheorieen behoren sowieso al tot de favoriete bezigheden van de gemiddelde aspirant-politieke commentator onder invloed van bewustzijnsverruimende middelen, maar sinds de lancering van het rapport van de commissie-Wierenga en de vernietigende gaten die daar vervolgens in werden geschoten door de pers en de rechterlijke stand is de fantasie in het geheel niet meer te beteugelen.
Een paar jaar geleden trilde Amsterdam al op zijn grondvesten toen bekend werd dat enkele agenten van het bureau Raampoort via de zogenaamde 'pseudo-kooptechniek’ zelf een nevenhandeltje in hasj en weed waren begonnen. Het aantal grappenmakers dat zich in die dagen voor de balie van het bureau aandiende om de gekwelde dienders te vragen of ze nog meer van die te gekke stuff in de aanbieding hadden, was toen al niet meer op de vingers van enkele handen te tellen. Maar de affaire-Raampoort blijkt nu met terugwerkende kracht te verschrompelen tot wat baldadig kinderspel. In het kielzog van de publiciteit over het IRT is er een universum van alles en iedereen doordrenkende corruptie opgeroepen, zo wijdvertakt dat een scheiding tussen good guys en bad guys al helemaal niet meer te maken is.
En zo worden de scenario’s van geheel op de paranoia van de kleine man draaiende Amerikaanse tv-series als Miami Vice alsnog van toepassing verklaard op de politieke verhoudingen in Nederland. Niet alleen in de dagdromen van de coffeeshopgangers, maar ook in de denkwereld van de toch al steeds cynischer over 'de’ politiek en haar beoefenaars gestemde 'man in de straat’ heeft de IRT-affaire olie op het vuur van het wantrouwen gegooid. Alleen een niets ontziende openbaarmaking van alle relevante informatie rondom deze verse beerput kan een einde maken aan alle indianenverhalen.
Het politieke wapengekletter aan de vooravond van de parlementaire bespreking van het rapport van de commissie-Wierenga wijst echter in het geheel niet op de komst van een dergelijke hoognodige schoonmaakactie. De eenstemmigheid waarmee CDA en PvdA het alleszins gerechtvaardigde verzoek van D66 en VVD om een parlementaire enquete rond de handel en wandel van het IRT naar de prullenbak hebben verwezen, is met het oog op de verkiezingsstrijd volkomen te begrijpen, maar de handen van de coalitiepartners komen er op die manier natuurlijk niet schoner uit te zien.
Ook verder laten CDA en PvdA zich van hun smalste kant zien. Ed. van Thijn, opvolger van Ien Dales op Binnenlandse Zaken, kwam tijdens het paasweekeinde met een van vertwijfeling doordrenkte aanval op de vaderlandse pers, die zich verre zou moeten houden van nieuwe onthullingen over het IRT, want daarmee zou ze het klimaat alleen maar verder verzieken. Tijdens vroegere benarde situaties in de nationale politiek werd een dergelijke smeekbede nogal eens verhoord door de verzamelde hoofdredacteuren, maar anno 1994 staat zo'n oproep tot vaderlandslievend zwijgen toch ongeveer gelijk aan het voorhouden van een smakelijke biefstuk voor een aanstormende roedel wolven.
Onder aanvoering van partijvoorzitter Felix Rottenberg besloot de kamerfractie van de PvdA verleden week alvast over te gaan tot een politiek offer, in de hoop dat dat verdere personele consequenties in sociaal-democratische kring zou verhinderen. Rottenberg droeg zijn partijgenoot Nordholt voor als zondebok, samen met zijn rechterhand, commissaris Van der Riessen. De PvdA volgde met dit voorstel de lijn die reeds was uitgezet door Wierenga, wiens rapport het IRT geheel vrijpleitte van illegale praktijken en de schuld voor de volle honderd procent legde bij de Amsterdamse politietop en het openbaar ministerie aldaar. Laatstgenoemden hadden op grond van aanwijzingen over totale corruptie van het IRT-undercover-team besloten tot onmiddellijke ontbinding van het IRT-gezelschap.
Het gemak waarmee Rottenberg zijn eerder op talloze momenten regelrecht de politieke godenhemel in geprezen politiecommissaris voor de wolven gooide, spreekt niet alleen boekdelen over het fenomeen loyaliteit in de politiek, ook behoorde het tot een van de meest doorzichtige pogingen om de IRT-bom al voor de parlementaire behandeling onklaar te maken. De diepere gronden van de door Rottenberg voorgestelde deal vielen al door een kind te raden: in ruil voor het hoofd van Eric Nordholt zou de positie van Van Thijn (als burgemeester van Amsterdam toch ook tot over de oren in de affaire verwikkeld) buiten de discussie blijven, waarbij de christen-democraten dan als contraprestatie hun kroonprins Hirsch Ballin mochten houden.
Dit wel heel erg transparante handjeklap tussen de coalitiepartners werd vervolgens kundig gesaboteerd door de als leeuwen voor hun leven vechtende Amsterdamse politietop, die via een reeks oorverdovende onthullingen in Het Parool korte metten maakte met het rapport-Wierenga en de daarin uitgestippelde koers om het IRT van alle blaam te zuiveren. De 'gewraakte werkmethode’ van het IRT, die in het rapport alleen maar in de meest plastische bewoordingen staat omschreven, werd door toedoen van Parools misdaadverslaggever nummer een Bart Middelburg genadeloos voor het voetlicht gebracht. Niet alleen had het IRT, aldus Het Parrol, de eigen infiltrant in het drugsmilieu carte blanche gegeven bij het opzetten van een eigen grootscheepse organisatie voor handel in soft en hard drugs, het rechercheteam had al vergevorderde plannen om voor tonnen aan cocaine in te kopen van een internationaal kartel. Dit in het kader van een uitlokkingsmethode die in Nederland in het geheel niet is toegestaan en waarvan het ook nog maar de vraag blijft of er nog wel enige relatie is met justitieel opsporingswerk. Het opgeroepen spookbeeld van de import van een gigantische hoeveelheid drugs met medeweten en goedkeuring van alle daarmee mogelijk gemoeide instanties zonder dat duidelijk werd of er nog wel een politioneel of justitieel doel mee werd gediend, ging alle eerdere verhalen in de buitenlandse pers over Nederland als het 'Columbia van het Noorden’ in honderdvoud versterken.
Jaloers stelde de concurrentie van Het Parool, NRC Handelsblad voorop, dat Het Parool zich liet gebruiken als spreekbuis c.q. redder in nood van Nordholt en de zijnen, alsof niet iedere onthulling in de pers pleegt te worden gevoed door primitief eigenbelang van deze of gene. Dank zij de 'lekken’ in de IRT-zaak, lekken waar onder grote druk van het ministerie van Justitie inmiddels een groot onderzoek naar wordt verricht, werd een tip van de sluier opgelicht over de inhoud van de 'geheime protocollen’ van het rapport-Wierenga. Die informatie blijkt nu zo essentieel voor een oordeel over de al dan niet te rechtvaardigen werkmethoden van het IRT dat het debat staat of valt met de openbaarmaking van het hele dossier. Zonder die openheid kan het debat alleen maar meer vragen oproepen.
Inmiddels is die notie wijdverbreid. Van alle kanten staan er nu juristen op om korte metten te maken met de aanpak van het rapport-Wierenga. De Amsterdamse rechtbank, natuurlijk niet geheel vrij van eigenbelang, spreekt bij monde van plaatsvervangend president mr. P.L. Michels reeds van een werkstuk waarvan 'de fundamenten door en door rot zijn’. Juristen van de universiteit van Maastricht kwamen op grond van een analyse van het werkstuk van Wierenga c.s. al eerder tot de conclusie dat er met al het geroep om het hoofd van Eric Nordholt precies de verkeerde partij tot zondebok werd verklaard.
Die stemming sloeg de afgelopen dagen over naar zo'n beetje alle media. Nog voor de behandeling van het rapport-Wierenga in het parlement is voor iedere onafhankelijke toeschouwer duidelijk dat het behandelde document eerder een poging is tot een cover-up-actie van het geescaleerde undercover-project dan een kritische doorlichting ervan. De vraag over de mate van corruptie binnen het IRT-netwerk blijft daarbij even hard branden, terwijl Wierenga en zijn mannen ook niet bepaald met een schoner blazoen uit de strijd zijn gekomen. Al iets nerveuzer geworden dreigde de PvdA-kamerfractie met personele consequenties voor Ernst Hirsch Ballin, hetgeen de geloofwaardigeid van de eerdere aanval op Nordholt ook niet ten goede kwam. Inmiddels is de politieke paniek, stevig gekatalyseerd door de verkiezingsfactor, tot zulke grote hoogte opgevoerd dat nu iedereen door de gehaktmolen kan worden gehaald.
De enige remedie tegen het danig verziekte klimaat is de parlementaire enquete zoals voorgesteld door de oppositiepartijen, met inbegrip van openbaarmaking van de geheime protocollen van Wierenga - als het even kan nog voor de verkiezingsdag. Dan kan men zich ook in de Amsterdamse coffeeshops met meer luchthartige dromerijen bezighouden dan die over de moord op Ien Dales.