Economie

Paniek om niks

Nog maar anderhalf jaar geleden presenteerde Balkenende IV een stimuleringspakket van zes miljard euro. Het was ‘alle hens aan dek’, aldus de Zeeuw. Als de particuliere sector het liet afweten moest de staat het overnemen. Zeven maanden later, op 1 juli 2009, zette de Eerste Kamer eindelijk haar handtekening onder het stimuleringspakket. Minder vennootschapsbelasting, meer aftrek van speur- en ontwikkelingskosten, meer subsidie voor energievriendelijke huurwoningen en afschaffing van de vliegtaks. Samen met de Crisis- en Herstelwet waar de Eerste Kamer een maand eerder voor tekende, heb je dan een fraai overzicht van de machtigste lobbygroepen in Nederland: VNO/NCW, de woningcorporaties, de milieubeweging, Schiphol en de bouwsector. Maar dit terzijde.
Nederland was niet de enige die de economische gevolgen van september 2008 met fiscale maatregelen te lijf ging. Wereldwijd bekenden staten zich tot een primitief soort keynesianisme. En de 'General Theory’ van Keynes werd op Amazon.com kort de meest verkochte economische klassieker; meer dan golden oldies als Smith’s Wealth of Nations, Hayeks Road to Serfdom en Friedmans Monetary History. En zijn spreekbuis en biograaf, Robert Skidelsky, was even ’s werelds meest gevraagde spreker.
In datzelfde tijdsgewricht - eerste helft 2009 - smeet Duitsland vijftig miljard naar de crisis, Frankrijk 26 miljard, verplichtten de EU-lidstaten zich ertoe een procent van het bnp in de economie te steken, en overtroefden de VS en China elkaar met maatregelen ter grootte van respectievelijk 827 en 586 miljard dollar. Let wel: in de VS kwam dit boven op de pakweg vijfhonderd miljard die eerder in de banken was gestoken. Tussen dit geweld verbleekte de Nederlandse inspanning. Sterker: onze buren betichtten ons ervan geniepig te willen meeliften op het belastinggeld van anderen.
Dat was toen. Een onderschatte en ternauwernood beteugelde eurocrisis later zitten we in een compleet ander tijdvak. Nu gaat het er niet om wie de grootste heeft, maar wie het beste pijn verdraagt. Duitsland snijdt tachtig miljard, Frankrijk 45, Denemarken vier, Italië dertien, de Lib-Dems in het Verenigd Koninkrijk 85 - ponden welteverstaan - Spanje vijftien, en Griekenland, waar het allemaal is begonnen, snijdt 24 miljard. Nederland laat zich in dit geweld niet onbetuigd. Verkiezingen die hadden moeten gaan over de toekomst van de verzorgingsstaat verwerden tot een wedstrijdje bezuinigen. GroenLinks gaat voor tien miljard, de PvdA voor elf, D66 voor vijftien en VVD voor twintig, een wedstrijdje ver plassen.
Iedere ratio ontbreekt. Nederland heeft een groot spaaroverschot, een groot overschot op de lopende rekening, is door het kapitaalgedekte pensioenstelsel relatief vergrijzingsresistent, en geniet op de mondiale kapitaalmarkten goudgerand vertrouwen: ons schatkistpapier gaat voor historisch ongekend lage rente over de toonbank. Oftewel, er is geen enkele aanwijzing dat Nederland aan de Griekse ziekte lijdt.
Bovendien is tweederde van het budgettaire tekort van conjuncturele aard. Door de crisis werken, verdienen en consumeren Nederlanders domweg wat minder, vallen de belastinginkomsten wat tegen en moet de staat wat meer uitkeringen verstrekken. Vervelend maar tijdelijk. Als de economische groei weer aantrekt dalen de uitgaven en nemen de inkomsten vanzelf toe. Slechts eenderde is te wijten aan structurele oorzaken: stijgende levensverwachtingen. Die wil ik niet bagatelliseren, maar als er iets onbetrouwbaar is zijn het demografische projecties. Nog maar vijf jaar geleden berichtten demografen zorgelijk dat de stijging van onze levensverwachting achterbleef bij onze buren. Fijn voor de schatkist, jammer voor de babyboomers. Nu voorspellen zij het tegenovergestelde. Je zou dan verwachten dat de cijfers met een korreltje zout worden genomen. Niets daarvan. Het cijferfetisjisme onder Nederlandse politici is ook na de crisis ongebroken. Het gevolg: budgettaire paniek om niks.
Vrijdag begint in Toronto de G20. Om zijn collega’s alvast wat te porren heeft Obama ze een briefje gestuurd. Daarin verwijt hij landen met grote exportoverschotten parasitair gedrag. Japan, Duitsland en Nederland kunnen snijden zolang de groei van buiten komt. Als die groei ontbreekt is juist meer consumptie nodig, ook van Duitsers, Japanners en Nederlanders. Heeft Obama gelijk? Economen neuzelen dat hard bezuinigen geen gevolgen heeft voor het groeipad van een land. Dat mag zo zijn als het om één land gaat, maar als zestien lidstaten tegelijk vol op de rem gaan staan, zoals nu in de Eurozone gebeurt, leidt dat wel degelijk tot een forse, structurele en dus langdurige terugval. Waar moet de Nederlandse groei vandaan komen als Duitsland, Frankrijk, België en het Verenigd Koninkrijk - onze grootste afnemers - net zo rücksichtslos in eigen vlees snijden? In een nauw vervlochten wereld als de onze kun je je stomweg niet meer uit een crisis exporteren. De buurman is ook niet gek. Dat is waar Obama’s kattenbelletje over gaat: werp die kleine-landenmentaliteit nou eindelijk eens af.