De aanstaande doorbraak van UKIP en Alternative für Deutschland

‘Panik im Mittelstand’ en het ‘pessimistariat’

De Britse UKIP en de Duitse AfD zijn begonnen als beweging van eurosceptische conservatieven, maar hebben hun succes vooral te danken aan de zorgen over immigratie, integratie en islam.

Medium ap985648828305

Er gaat in Duitsland en Groot-Brittannië vrijwel geen dag voorbij zonder berichten in de media over respectievelijk Alternative für Deutschland en United Kingdom Independence Party (ukip). Hoewel beide partijen tot dusverre alleen bij regionale en Europese verkiezingen succes behaalden (zie kader), leverden ze reeds meer dan voldoende stof voor zowel intellectuele analyses als sappige incidentenjournalistiek. De ene dag staat de nieuwkomer symbool voor diepgaande mentaal-culturele veranderingen, de andere dag blijkt een regionale partijvertegenwoordiger van alles op de kerfstok te hebben. Saai is het in ieder geval nooit. De vraag die voorligt is of beide partijen gezien kunnen worden als de nieuwe loten aan een groeiende boom, namelijk die van een pan-Europees verzet tegen immigratie, islam en de elite. En meer nog: hoe groot kunnen deze partijen daadwerkelijk worden? De komende maanden zal over beide vragen meer duidelijkheid komen.

Allereerst Duitsland. Daar houdt Alternative für Deutschland op 30 april en 1 mei haar partijcongres in Stuttgart. Dat beloven twee enerverende dagen te worden, want binnen deze nog jonge beweging hebben partijleden zeer veel macht. Allereerst zullen zij het nieuwe partijprogramma moeten goedkeuren. Als het op de website geplaatste concept inderdaad wordt aangenomen, dan mag de partij definitief worden toegevoegd aan het rijtje rechts-populistische partijen in Europa. In het doorwrochte programma waaraan verschillende partijcommissies hebben bijgedragen komen we de bekende standpunten tegen: meer directe democratie, steviger straffen en strengere handhaving, de onverenigbaarheid van de islam met het Westen, meer aandacht voor positieve nationale tradities en cultuur en minder schuldbewustzijn over zwarte bladzijden uit het verleden en een sterke scepsis tegenover klimaatpolitiek, ontwikkelingshulp, emancipatiebeleid en natuurlijk de Europese Unie.

Toch afficheert AfD zichzelf als conservatief-liberaal en houdt ze zich verre van schijnbaar geestverwante partijen als de pvv, Front National en zelfs ukip. In het Europees Parlement zitten de Duitsers in een fractie met de Britse Conservatieven. Die schroom is begrijpelijk, want in het hypersensitieve Duitsland moeten nieuwe partijen zeer behoedzaam opereren, zeker als ze thema’s als immigratie en nationale trots oppakken. Bovendien is het nieuwe partijprogramma de bezegeling van een proces dat zich in slechts enkele maanden heeft voltrokken tegen de achtergrond van de vluchtelingencrisis en het omstreden beleid van bondskanselier Merkel.

In de zomerhitte van begin juli 2015 koos het partijcongres Frauke Petry als nieuwe voorzitter ten koste van Bernd Lucke, de Hamburgse hoogleraar marco-economie die in de winter van 2013 het initiatief had genomen voor de oprichting van AfD. Aanvankelijk hield AfD het midden tussen een eurosceptische denktank en een pressiegroep die de zittende cdu-fdp-regering een mogelijke terugkeer naar de Deutschmark in overweging wilde geven. Om die eis kracht bij te zetten besloot het hooggeleerde gezelschap om aan de enkele maanden later te houden Bondsdagverkiezingen deel te nemen. In rap tempo werden kandidaten geselecteerd, werd een partij uit de grond gestampt en een programma geschreven dat bol stond van economisch-monetair jargon. Bernd Lucke, een klassieke Bildungsbürger zonder auto en televisie maar mét vijf klassiek musicerende kinderen, werd als boegbeeld naar voren geschoven. Ook de andere kandidaten waren op het oog om door een ringetje te halen: veel wetenschappers, een aantal vooraanstaande industriëlen onder wie de in Duitsland alom bekende Hans-Olof Henkel, enkele gerespecteerde cdu-dissidenten en een voormalige columnist van de Frankfurter Allgemeine Zeitung.

Na uitvoerige bestudering van diverse partijpublicaties kon de Duitse politicoloog Kai Arzheimer dan ook zelfs met de beste wil van de wereld weinig populistisch, laat staan radicaals aan de partij ontdekken. Na een kwantitatieve analyse concludeerde hij zelfs dat de partij op vrijwel alle terreinen iets links van de Beierse csu geplaatst moest worden. Daarmee hield AfD zich keurig aan de ongeschreven ‘wet van Franz Josef Strauss’ dat rechts van de csu nooit meer een democratische partij mocht ontstaan. Een andere ongeschreven politieke wet in de Bondsrepubliek bleek eveneens te gelden voor de partij, namelijk dat het voor nieuwkomers vrijwel onmogelijk is om de hoge kiesdrempel van vijf procent te halen. Met 4,6 procent van de stemmen was AfD wel de meest succesvolle debutant uit de geschiedenis van de Bondsrepubliek. Net als de liberale fdp bleek Alternative für Deutschland niet opgewassen tegen de populariteit van Angela Merkel en haar cdu. Als een enorme menselijke spons hield Merkel Duitsland vooralsnog schoon en ordelijk door vrijwel iedere opinie te absorberen.

Op het moment dat het artikel van Arzheimer verscheen in het politicologische tijdschrift West European Politics bleek het door de werkelijkheid ingehaald. De Duitse politicoloog voorspelde al wel in zijn slotparagraaf dat Alternative für Deutschland haar standpunten op het gebied van immigratie en integratie wellicht zou gaan aanscherpen. Op dat terrein bleek immers de meeste winst te boeken, zo kwam naar voren uit enkele deelstaatsverkiezingen in de voormalige ddr. De winst die AfD daar in 2014 haalde was niet in de laatste plaats te danken aan de kritische opmerkingen van prominente AfD’ers, onder wie ook Lucke, over de multiculturele samenleving, de nationale veiligheid en de islam. Juist door haar respectabele imago bleek Alternative für Deutschland een acceptabele keuze voor de toenemende groep kiezers die zich over deze thema’s zorgen maakten, maar niet met extreem-rechtse partijen als de npd wilden worden geassocieerd.

De spottende bijnaam ‘Professorenpartei’ die Alternative für Deutschland in de eerste maanden in de media opgeplakt had gekregen bleek aldus eerder een voordeel dan een nadeel. Maar juist veel van die professoren van het eerste uur die de nieuwkomer met hun reputatie beschermden, dolven binnen AfD steeds meer het onderspit. Door de sterke interne democratie binnen de partij kregen nieuwe leden die op het anti-immigratiestandpunt waren afgekomen een steeds sterkere invloed op de koers. Het voornaamste slachtoffer van die koerswijziging werd Bernd Lucke. Het partijcongres stemde hem weg als voorzitter ten gunste van Frauke Petry, die als een prominente vertegenwoordiger van de anti-immigratievleugel gold. Lucke is inmiddels uit de partij gestapt, net als een hele serie metgezellen van het eerste uur. Als moderne Dr. Frankensteins beklagen zij zich erover dat hun geesteskind zich, verblind door electoraal winstbejag, tot een monster heeft ontwikkeld. Er zijn echter nog voldoende oudgedienden in de partij die zich op het aankomende partijcongres in Stuttgart met kracht willen verzetten tegen de Rechtsrück.

Medium hh 54916233

Toch zal dat waarschijnlijk niet het meeste vuurwerk opleveren tijdens het congres. Ook de positie van Frauke Petry als voorzitter staat ter discussie. Naar buiten toe geldt Petry weliswaar als het gezicht van de partij, maar intern is haar macht niet bijzonder groot. Begin 2016 maakte ze al de fout om met een wat al te concreet voorstel te komen om de vluchtelingenstroom tegen te houden, namelijk het gebruik van vuurwapens door grenswachten. Dat riekte volgens velen wat al te veel naar het beruchte Schiessbefehl bij de Muur (hoewel dat niet tegen ongewenste immigranten maar tegen ongewenste emigranten was gericht). De meer gematigde krachten distantieerden zich vervolgens van Petry.

Waar vroeger ‘Weimar’ het kwaad symboliseerde, zou de woede zich nu vooral richten op Angela Merkel

Schadelijker voor Petry is dat zij onlangs haar man heeft verlaten en een stel is gaan vormen met Marcus Pretzell, die namens AfD in het Europarlement zit. Zoiets kan natuurlijk gebeuren, maar voor een boegbeeld van Alternative für Deutschland is dat uitermate problematisch. Behalve eurosceptisch en anti-immigratie is de partij al vanaf haar oprichting uitermate conservatief als het gaat om immateriële thema’s als abortus, homohuwelijk, vrouwenemancipatie en echtscheiding. In het concept-partijprogramma ageert de partij tegen ongewenste libertaire moderniteiten als Gender-Mainstreaming en Frühseksualisierung en pleit ze voor een Willkommenskultur voor ongeborenen en nieuw geborenen. Wat het nog pijnlijker maakt is dat juist Petry door haar huwelijk met een predikant en haar rijke kinderschare tot voor kort als een toonbeeld van de conservatieve moraal gold. Dat het nieuwe ‘Powerpaar’ Petry en Pretzell onlangs in de Bunte Illustrierte een inkijkje gaf in hun privé-leven zal niet helpen.

Mocht Petry opstappen, dan zal waarschijnlijk een machtsstrijd ontbranden tussen een conservatief-moralistische vleugel onder leiding van europarlementariër Beatrix von Storch, een meer klassiek-economisch gerichte vleugel onder leiding van Jörg Meuthen (een van de laatste der hoogleraren economie in de partij) en ten slotte een nationalistische vleugel die zich sterk verwant voelt met Pegida. De ongekozen voorman van deze laatste vleugel is de mediagenieke Björn Höcke, die onder meer opzien baarde door in een talkshow met een Duitse vlag in de hand zijn grote liefde voor het vaderland te verkondigen. Door dit in Duitsland hoogst uitzonderlijke patriottistische pathos, maar ook door enkele racistisch getoonzette opmerkingen wordt Höcke beschouwd als wat al te radicaal voor het conservatief-burgerlijke gezelschap dat AfD vooralsnog wil zijn en blijven.

Welke vleugel de bovenhand krijgt en welke gevolgen dit zal hebben voor de eenheid binnen dit lastige gezelschap zal de electorale aantrekkingskracht van AfD grotendeels bepalen. Afgaande op veel Duitse media is die aantrekkingskracht in ieder geval bijzonder groot. Onder onheilspellende titels als Der Aufstand der Wutbürger, Die große Entfremdung en Die verstörte Nation heeft weekblad Der Spiegel al enkele uitvoerige artikelen gepubliceerd over een electorale aardverschuiving die zich volgens het blad bezig is te voltrekken. Vooral onder de lagere middenklasse zou een welhaast panische angst bestaan voor economische achteruitgang en statusverlies als gevolg van de vluchtelingencrisis.

Er dreigt kortom ‘Panik im Mittelstand’, net als begin jaren dertig toen de socioloog Theodor Geiger het begrip muntte. Waar toen ‘Weimar’ het kwaad symboliseerde, zou de woede zich nu vooral richten op Angela Merkel, die de belichaming zou zijn geworden van een elite die de belangen van vluchtelingen boven die van de eigen bevolking stelt. De vraag is echter of zulke onheilspellende analyses niet vooral iets zeggen over de overgevoeligheid van Duitse media voor politieke onrust. Bij de laatste peilingen haalt de cdu nog altijd meer dan dertig procent van de stemmen, terwijl AfD nog niet boven de vijftien procent uit is gekomen. Als Nederlander ben je dan geneigd te denken dat het allemaal wel meevalt.

In Groot-Brittannië zal deze lente eveneens meer duidelijk worden over de kracht en koers van ukip. Allereerst staan er op 5 mei verschillende verkiezingen gepland, zoals gemeenteraadsverkiezingen maar ook parlementsverkiezingen in Wales, Noord-Ierland en Schotland. Vooral bij de lokale verkiezingen hoopt de partij een flinke slag te slaan ten koste van zowel de Conservatieven als het veelgeplaagde Labour. De grote dag voor ukip is echter 23 juni, wanneer het Verenigd Koninkrijk per referendum stemt over een mogelijk vertrek uit de EU. Als enige partij van zekere omvang pleit zij volmondig voor een Brexit, waardoor het referendum dus ook een beetje over ukip gaat. Net als Alternative für Deutschland is ukip inmiddels veel meer dan alleen een anti-EU-partij. De ontwikkeling die de ‘kippers’ hebben doorgemaakt doet in veel opzichten denken aan die van AfD, zij het dat wat zich in Duitsland in drie jaar heeft voltrokken in Groot-Brittannië meer dan twintig jaar heeft geduurd.

De Bernd Lucke van de partij heet Alan Sked, hoogleraar Europese geschiedenis aan de London School of Economics. Nadat hij zich als coördinator van het onderwijsprogramma Europese studies noodgedwongen had moeten verdiepen in de Europese integratie was hij tot de conclusie gekomen dat het Verenigd Koninkrijk zo snel mogelijk uit het samenwerkingsverband moest stappen. In 1991 richtte hij de Anti-Federation League op, waarbij hij een moderne variant van de negentiende-eeuwse Anti-Cornlaw League voor ogen had. De Anti-Cornlaw League had tussen 1838 en 1846 met succes campagne gevoerd tegen de protectionistische graanwetten, die vooral de adel en grootgrondbezitters bevoordeelden. Net als deze legendarische pressiegroep wilde Sked met zijn Anti-Federation League tijdens districtsverkiezingen geestverwante kandidaten steunen.

Veel succes had die strategie niet, maar wel kreeg Sked tal van steunbetuigingen vanuit de Conservatieve Partij, waar een grote eurosceptische vleugel bestond. Door zijn pressiegroep om te vormen tot een ledenpartij met de naam United Kingdom Independence Party hoopte Sked eurosceptische Tories tot een overstap te bewegen. Ook die strategie faalde. Onder de nieuwe leden bevonden zich nauwelijks prominente overlopers, maar wel veel ambitieuze aspirant-leiders die direct aan Skeds stoelpoten begonnen te zagen. Na Skeds vertrek in 1996 volgde een hele serie leiderschapswisselingen, die het imago van de partij geen goed deden. De partij probeerde het met een begrafenisondernemer, een overgelopen Torie-backbencher, een bekende talkshowpresentator en een deftige Lord uit het Hogerhuis, maar geen van hen voldeed in de ogen van de kritische leden. De twintigduizend leden die ukip inmiddels had gekregen, bleken goed voor dertigduizend ego’s, zo merkte een partijlid niet zonder zelfspot op. Een ander lid vergeleek het partijleiderschap van ukip met de functie van bondscoach van het Engelse voetbalteam: ‘hired to be fired’. En ook David Cameron deed in 2006 als oppositieleider een duit in het zakje door ukip een verzameling ‘fruitcakes, loonies and closet racists’ te noemen.

Met Cameron is een van de twee personen genoemd die vaak verantwoordelijk worden gesteld voor de huidige populariteit van ukip. Na zijn aantreden als leider van de Conservative Party eind 2005 besloot hij de koers van de partij naar het midden te verleggen. Om niet van de kiezers vervreemd te raken moesten de Conservatieven in zijn ogen meer oog krijgen voor progressieve thema’s als vrouwenemancipatie, homorechten, multiculturele samenleving en duurzaamheid. Deze strategie zorgde inderdaad voor stemmenwinst en de terugkeer van de Tories in het machtscentrum, aanvankelijk in een coalitie met de Liberal Democrats. Maar aan de rechtervleugel zorgde Camerons ‘modern compassionate conservatism’ voor gemor en soms openlijke muiterij. Net als Merkel in Duitsland liet Cameron met zijn centristische koers kortom een flink gat op rechts vallen.

De andere reden voor ukips recente succes is zonder enige twijfel Nigel Farage, inmiddels al weer de zevende leider van ukip sinds de oprichting. Hoewel Farage al sinds 1993 actief is als ‘kipper’ en vanaf 1999 in het Europarlement zit, heeft hij pas in de laatste jaren zijn stempel op de partij weten te drukken. Als europarlementariër profileerde hij zich met even vileine als humoristische toespraken, die dankzij YouTube een brede verspreiding vonden. Ook in Nederland heeft Farage daardoor een hele schare bewonderaars gekregen, onder meer bij GeenPeil en de partij Voor Nederland (vnl), die hem afgelopen week zelfs naar Nederland haalden om mee te helpen met de campagne tegen het Associatieverdrag.

Haar smalle profiel en haar imago van eeuwige ruziepartij lijken succes van UKIP in de weg te staan

Maar Farage is meer dan alleen de joviale en soms geestige treiteraar van eurofiele politici. Hij is ook degene die ukip in eigen land een breder profiel heeft gegeven. Allereerst is ukip handig in de ruimte gestapt die door Camerons middenkoers was ontstaan en werd zij, zoals een journalist opmerkte, de ‘Conservative Party in Exile’. Dus pleit ukip voor een terugkeer naar traditionele waarden, onder meer door herstel van het oude schoolsysteem, keert ze zich tegen klimaatpolitiek en is ze sterk tegenstander van het afstaan van bevoegdheden aan Schotland en Wales. Maar ook keert ukip zich onder Farage feller tegen het hele Britse politieke establishment, dat onder meer door de declaratieschandalen steeds meer gewantrouwd wordt. Ieder nieuw schandaal, en daarvan zijn er nogal wat, betekent kassa voor ukip. Dat nu ook David Cameron in de problemen is gekomen vanwege de publicatie van de Panama Papers zal op het ukip-partijbureau met gejuich zijn ontvangen.

Ten slotte is Farage zich veel meer dan zijn voorgangers gaan richten op immigratie, integratie en islam. ukip is daardoor de partij geworden voor de vele kiezers die zich zorgen maken over een toenemende zichtbaarheid van de islam, de steeds groter wordende tentenkampen bij de Kanaaltunnel alsmede de concurrentie op de arbeidsmarkt en de toekomst van de ‘welfare state’ in tijden van immigratie. Met pleidooien voor behoud van de verworvenheden van de verzorgingsstaat, althans voor Britse ingezetenen, lijkt ukip op sociaal-economisch gebied steeds meer afstand te nemen van haar thatcheriaans aandoende agenda (met onder meer voorstellen voor een vlaktaks). Tegelijk is ze door haar imago van Conservative Party in Exile wel een fatsoenlijk alternatief voor de vulgaire British National Party, de Engelse variant van de CentrumDemocraten. Zoals Alternative für Deutschland dikwijls als npd-light wordt aangeduid, heeft ukip de bijnaam ‘bnp in blazers’ gekregen.

net als bij Alternative für Deutschland is die koerswijziging bij ukip niet zonder slag of stoot verlopen. Leden van het eerste uur klagen over een dreigende sociaal-economische verlinksing en een te grote focus op immigratie waardoor het verzet tegen de EU ondergesneeuwd raakt. Sommige Conservatieve ballingen klagen ook over een voortgaande vulgarisering van het ledenbestand, waardoor de reputatie van de partij in gevaar komt. Zoals gebruikelijk bij ukip leiden al deze klachten direct tot de vraag of de leider van dienst nog wel geschikt is. Voor veel oudgedienden blijft Farage een omhooggevallen jongste bediende en een wat inhoudsloze populairste jongen van de kroeg.

Dat Farage er in 2015 niet in slaagde om in zijn eigen district een zetel te winnen heeft zijn positie geen goed gedaan. Hij leeft bovendien op voet van oorlog met de enige ukip’er die daar wél in slaagde, Douglas Carswell. Volgens deze ietwat excentrieke intellectueel kan ukip alleen definitief doorbreken als ze kiest voor een minder negativistische en cynische koers, waarbij ook een nieuw gezicht zou horen. Als reactie heeft Carswell van Farage te horen gekregen dat hij volstrekt irrelevant is, terwijl een andere prominente kipper er nog een schepje bovenop deed door Carswell te betitelen als een borderline-autist ‘with some mental illnesses attached’. Het kan nauwelijks een verrassing heten dat Carswell en Farage in de aanloop naar het referendum niet samen campagne voeren.

Farage mag dan omstreden zijn in zijn partij, vooralsnog lijkt hij wel het electorale gelijk aan zijn zijde te hebben. Onder zijn leiding boekte ukip enkele goede verkiezingsresultaten, waaronder de monsterscore bij de Europese verkiezingen van 2014 toen de partij met meer dan 27 procent de grootste werd. Deze verkiezingswinst dankt ukip vooral aan haar gestegen populariteit onder wat politicologen Robert Ford en Matthew Goodwin in hun prijswinnende boek Revolt on the Right de ‘left-behind-voters’ noemen: oudere arbeiders, vaak mannen, die zich van het te elitaire en kosmopolitische Labour hebben afgekeerd en in ukip een voorlopig alternatief hebben gevonden. Met hun cynisme tegenover politiek en instituties en hun sombere beschouwingen over de staat van de samenleving en over hun eigen toekomst vormen zij een groeiend ‘pessimistariat’, waar Farage’s stijl en boodschap erin gaan als Gods woord in een ouderling.

Toch heeft ook Carswell gelijk met zijn pleidooi dat meer ‘sunshine and optimism’ gewenst is om door te breken. Door vooral mopperende Conservatieven en oudere, boze arbeiders te mobiliseren zal de partij er immers nooit in slagen om ook op nationaal niveau door te breken. In het Britse districtenstelsel met zijn ‘First-Past-the-Post’ moet een partij het net breder uitwerpen om überhaupt in het Lagerhuis te komen. Zo zijn vrouwen en jongeren ondervertegenwoordigd in de partij, zowel bij de kiezers als bij de kandidaten. Toch zijn ook in deze groepen genoeg kiezers te verleiden tot een stap naar ukip, zo stelt Matthew Goodwin in een artikel in Politico. Het aantal kiezers dat zich niet meer met een van de gevestigde partijen verwant voelt is nog nooit zo groot geweest. Het Brexit-referendum biedt een uitgelezen kans om veel van hen aan zich te binden.

Zelfs een verlies bij het referendum in juni, waar het volgens veel huidige peilingen wel naar uitziet, kan voor ukip op lange termijn uitermate gunstig zijn. Volgens Goodwin staat het Verenigd Koninkrijk mogelijk zelfs aan de vooravond van een electorale revolutie die alleen te vergelijken is met de definitieve doorbraak van Labour in de jaren twintig. Toen loste Labour definitief de Liberale Partij af als tegenstander van de Tories. Of ukip van die revolutie zal profiteren is echter de vraag. Niet alleen haar smalle profiel maar meer nog haar imago van eeuwige ruziepartij lijkt succes in de weg te staan.

Al met al zijn er voldoende redenen te bedenken om de in Duitsland en Groot-Brittannië aangekondigde opmars van AfD en ukip te relativeren. De kans dat Petry en Farage de nieuwe Merkel en Cameron worden is net zo klein als de kans dat Geert Wilders Mark Rutte zal opvolgen. Toch is het voor de rest van Europa verstandig om zich op te maken voor een nieuwe tijd waarin de Duitse en Britse politiek minder kalm en voorspelbaar zullen zijn. Met het mogelijk verdwijnen van de politieke stabiliteit in beide landen verdwijnt immers ook een belangrijke hoeksteen van de naoorlogse Europese stabiliteit.

Koen Vossen is politiek historicus, zelfstandig publicist en universitair docent politicologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij publiceerde onder meer het boek Rondom Wilders: Portret van de PVV (2013)


Verkiezingsresultaten

| Alternative für Deutschland |
| Nationale verkiezingen (Bondsdag) |
| 2013 | 4,7% |
| Europese verkiezingen (Europees Parlement) |
| 2014 | 7,1% |
| Deelstaatverkiezingen |
| Brandenburg (2014) | 12,2% |
| Sachsen (2014) | 9,7% |
| Thüringen (2014) | 10,6% |
| Bremen (2015) | 5,5% |
| Hamburg (2015) | 6,1% |
| Sachsen Anhalt (2016) | 24,3% |
| Rheinland Pfalz (2016) | 12,6% |
| Baden-Württemberg (2016) | 15,1% |
| United Kingdom Independence Party |
| Nationale verkiezingen (Lagerhuis) |
| 1997 | 0,3% |
| 2001 | 1,5% |
| 2005 | 2,2% |
| 2010 | 3,1% |
| 2015 | 12,6% |
| Europese verkiezingen (Europees Parlement) |
| 1994 | 1% |
| 1999 | 6,7% |
| 2004 | 16,1% |
| 2009 | 16,6% |
| 2014 | 27,5% |


Beeld: (1) 14 maart 2016. Frauke Petry, voorzitter van AfD tijdens een nieuwsconferentie in Berlijn (Markus Schreiber / AP); (2) 4 maart 2016. Nigel Farage, leider van de UK Independence Party (UKIP) (Michael Kooren / HH)