Panorama

Aelbert Cuyp, Gezicht op Dordrecht vanuit het noorden, circa 1655. Olie op canvas, 68,6 x 193 cm © National Trust, Ascott House, Buckinghamshire / The Anthony de Rothschild Collection

Aelbert Cuyp had aan de rivier bij Dordrecht gezeten om te kijken. Als grenzeloos beeld van ruimte en licht wilde hij het zich voorstellen. Dat werd zijn schilderij: water en wolkenlucht.

In dit stille Gezicht op Dordrecht kijkt de schilder Aelbert Cuyp met een lage blik over het vlakke water van de wijde rivier. Aan de overkant liggen, ook laag op het water, de gebouwen in het gouden licht van de late middagzon. Omdat het water spiegelt en onmerkbaar beweegt, lijkt de stad roerloos te drijven. De schilder ziet haar vanuit het noorden. Hij kijkt ernaar wat van terzijde. Tegelijk volgt zijn blik ook het voortglijden van het water dat aan de stad voorbijgaat. Hier kijk je over de rivier waar die heel breed is. Van links komt uit het zuiden de Beneden-Merwede die in een bocht om Dordrecht de Oude Maas in draait en dan verder stroomt naar het mooie licht in het westen. Waar die twee rivieren samenkomen voegt zich tegenover Dordrecht, uit noordelijke richting bij Papendrecht, daar nog een waterweg bij die de Noord heet. Die komt van de Lek vandaan. Kijk eens op een kaart: de stad is het midden van een netwerk van waterwegen. Daarom is in dit schilderij het motief behalve dit zicht op Dordrecht vooral ook dat vele water rond de stad.

Daar waar de Noord samenkomt met de andere rivieren is het ruim stromende water op z’n breedst. Daar aan de stadse kant heb ik vaak met een vriend gezeten die er om de hoek woont. We keken naar het gestaag stromende water van de geheimzinnig rusteloze rivieren. Die kwamen en gingen verder. Daar aan de overkant, stel ik me voor, zat ooit Aelbert Cuyp te kijken – over de volle breedte van het water, naar de stad die daar lag in die indrukwekkende ruimte van water en lucht en wolken. Hij zat waar wij zaten bij de Groothoofdspoort. Op zijn schilderij is dat, helemaal links, het stevige gebouw aan de kade met dat slanke torentje. Het schilderij is van omstreeks 1655. De schilder was toen 35 jaar en in de volle kracht van zijn kunnen. Zeker had hij daar vaker gezeten om over het water heen in de verte te kijken (brede rivieren traag door oneindig laagland) naar het westen waar de zon onder gaat en het licht andere kleuren krijgt.

Cuyp was in Dordrecht geboren en is zijn hele leven daar gebleven. Het beeld van de stad aan het water is schitterend compact. Wel 25 van die aanzichten heeft hij in de loop der jaren gemaakt. In het midden de kloeke toren van de Grote Kerk, huizen en pakhuizen aan de waterkant. In de namiddag is de stad zonovergoten vanuit het westen. De mise-en-scène in het licht is onnavolgbaar mooi – en mooier nog als, zoals in dit luisterrijke schilderij, de schilder een gezichtspunt kiest waarbij we laag over het oppervlak van water kijken. De schepen zien we pas halverwege het water. Het statige profiel van de stad ligt nog verder weg tegen de horizon aan. We kijken ongewoon laag over de volle breedte van het water. Helemaal vooraan zien we riet en stokken staan. Daar is dus de oever van deze kant bij Papendrecht – en ik kan me de schilder daar goed voorstellen, dicht boven het water in een roeiboot. Hoe moet je daar anders komen?

Ik kan me de schilder voorstellen, dicht boven het water in een roeiboot

In die tijd werden schilderijen in het atelier geschilderd. Maar ooit heeft de jonge Cuyp daar wel aan de rivier gezeten, vrij vaak zelfs, om zijn gretige ogen de kost te geven – om te kijken wat er op dat oppervlak van bewegend water te zien was. Dat moest de schilder uit eigen aanschouwing leren kennen. Vooral ook hoe het glinsterend spiegelende water bij de einder kwam waar licht en ruimte de hoogte in gingen. Daar dreven de wolken in sprookjesachtig licht. Hoe dan ook, om in het atelier goed te kunnen schilderen moest je als schilder eerst weten hoe het er buiten uitzag.

Dit meesterlijke Gezicht op Dordrecht is een uitzonderlijk breed schilderij. Het is 69 bij 193 centimeter groot. Een panorama dus. Zo als grenzeloos beeld van ruimte en licht wilde Cuyp het zich voorstellen. Eerst begon hij het vlak van glimmend water te schilderen, van de nabije waterkant vooraan tot de horizon. Die horizontale strook besloeg een kwart of iets meer van de breedte van het doek. De hele rest is het geweldige uitspansel van de lucht. Hij deed dat nog niet in detail maar als schets – om zich de maat en proportie van de ruimte voor te kunnen stellen. Daarom had hij aan de rivier gezeten om te kijken. Dat was zijn schilderij: water en wolkenlucht. Op het water spiegeling. De wolken blauwgrijs met violet en glinstering om de wolken. Dat is meesterlijk. De huizen van de stad, de boten, de bedrijvigheid op de rivier – dat is fraai bijwerk maar heel onderhoudend om te zien.

PS. Dit schilderij van Aelbert Cuyp hangt nu in het Mauritshuis, in een tentoonstelling van Nederlandse schilderijen uit Engelse landhuizen in het bezit van de National Trust. Conservator Quinten Buvelot was zo vriendelijk zijn kennis van Cuyp met mij te delen.