Kunst - Mesdag in stereo

Panoramamanie

Van de statische zwart-witfoto naar de bewegende, interactieve wereld – driedimensionale kijkmachines blijven de massa verleiden. Want wie wil er niet in een schilderij rondwandelen?

Medium vissersvrouwen 20tlm

Facebook-eigenaar Mark Zuckerberg kocht Oculus Rift in juli 2014 voor twee miljard dollar. Het bedrijfje had alleen nog maar een prototype van hun virtual reality-_bril op de markt gebracht, maar Zuckerberg zag grenzeloze mogelijkheden voor toepassingen van de VR-techniek in zijn sociale netwerksite. _‘The incredible thing about the technology is that you feel like you’re actually present in another place with other people’, filosofeerde hij op zijn Facebook-wandje.

In het Haagse Panorama Mesdag zijn de komende maanden stereofoto’s te zien en ook daar voel je je aanwezig op een andere plaats, zij het iets minder ‘actual’. De foto’s tonen ‘het Den Haag van Mesdag’, vooral straatjes en pleinen met hier en daar een voorbijganger of een groepje pittoreske vissers die, wanneer je de foto’s met de stereoscoop bekijkt, haarscherp dichtbij komen. Het zijn magische beelden: de Hagenaars (met hoed), Hagenezen (zonder hoed) en Scheveningers (klompen) uit het eind van de negentiende eeuw staan uitvergroot voor onze ogen, in een driedimensionale ruimte.

Bij stereofotografie worden twee foto’s, die met een afstand van 65 millimeter tussen de lens zijn gemaakt, naast elkaar bekeken door een speciale kijker, de stereoscoop. ‘Als men voor het eerst een goede foto door de stereoscoop ziet, is de verbazing groter dan bij welk bestaand schilderij dan ook’, schreef de arts en schrijver Oliver Wendell Holmes in 1859 in Atlantic Monthly. ‘De dunne takjes van een boom op de voorgrond komen op ons af alsof ze onze ogen kunnen uitprikken. De elleboog van een persoon steekt zo uit dat het bijna ongemakkelijk is. En dan is er zo’n beangstigende hoeveelheid details dat we net zo’n gevoel van eindeloze complexiteit kregen als in de natuur.’ In de tweede helft van de negentiende eeuw werd het bekijken en verzamelen van stereofoto’s een populair tijdverdrijf voor iedereen die een beetje geld over had. Beelden van monumenten, steden en landschappen kocht je in elke grote stad bij gespecialiseerde winkels, de erotische afbeeldingen (die minstens zo populair waren) vond je op de zwarte markt.

Inmiddels is de stereoscoop een museumstuk geworden, maar nieuwe driedimensionale kijkmachines blijven de massa verleiden. Elke keer komt er iets bij waardoor het beeld nog ‘echter’ wordt. De eerste serieuze opvolger van de stereoscoop was de Viewmaster: met gekleurde diafilm in plaats van zwart-witfoto’s of glazen dia’s, en een kindbestendig kijkapparaat met een rond fotokaartje in plaats van de breekbare stereoscoop. Keek je erdoor, dan belandde je, afhankelijk van de beschikbare plaatjes, mogelijk in een gekleurd driedimensionaal Alpenlandschap, voor de Taj Mahal of in een aflevering van de Bereboot. Net zoals goedkope printers die dure cartridges verslinden, was ook het principe van deze kijker, waar je steeds meer plaatjes bij kocht bij dezelfde firma, erg winstgevend.

Hoewel de marketing de laatste jaren vooral op kinderen gericht was, ging de Viewmaster heel volwassen van start. In 1939, vier jaar na de introductie van de kleurenfilm, presenteerden twee Amerikaanse ansichtkaartenhandelaars hun uitvinding op de wereltentoonstelling in New York. Hun Viewmaster sloeg meteen aan. Om te beginnen bij het Amerikaanse leger: dat kocht tussen 1942 en 1945 honderdduizend Viewmasters en bijna zes miljoen fotokaarten om soldaten te trainen in het herkennen van vliegtuigen, schepen en geweren. Ook verkocht de firma uiteindelijk overal ter wereld ronde kaartjes met foto’s van de belangrijkste lokale toeristische trekpleisters. Pas in de jaren tachtig verloren die souvenirs hun populariteit door de introductie van de homevideo en de (digitale) fotocamera.

Avatar, de eerste driedimensionale kleurenfilm in de bioscoop, was in 2009 de aanloop naar de volgende driedimensionale sprong: die naar het interactieve beeld op de virtual-realitybril, waarvan de eerste exemplaren in 2013 beschikbaar kwamen. Afhankelijk van het type is de VR-bril een zelfstandige grote computerbril of een kijker waar je een smartphone in doet, die vervolgens de beelden berekent. Door met je hoofd te bewegen bepaal je het perspectief, en kun je dus zelf bepalen welk detail je bekijkt. Het principe waarmee je diepte ziet is nog steeds hetzelfde als dat van de stereofoto’s: de afbeeldingen op het scherm zijn voor het linker- en het rechteroog nét verschillend.

De dingen die je ziet kunnen stilstaande objecten en landschappen zijn, virtueel of op basis van filmopnamen, maar je kunt ook ‘other people’ zien, zoals Zuckerberg zo subtiel-correct opmerkte. Met kleren, maar ook naakt. Want ook de porno-industrie heeft de VR-bril ontdekt. Op internet circuleren filmpjes met ‘onschuldige’ mensen die voor het eerst zo’n driedimensionale pornobeleving hebben met de VR-bril op hun hoofd. De proefkonijnen zijn lacherig, en soms een beetje ongemakkelijk door de posities waarin ze zich ongewild bevinden – hetzelfde ongemak als Wendell Holmes voelde met die elleboog. Stuart Heritage, journalist bij The Guardian, raakte bij een ‘test’ afgelopen juli ook niet erg opgewonden van de klinische poses van de naakte dames in de Oculus Rift. Wel was hij geshockeerd door het feit dat hij, vanuit het perspectief van een vrouw, continu oogcontact kon hebben met ene Adrian, die op dat moment seks met hem, of dus eigenlijk haar, had. Op het moment suprème wilde Heritage zo graag weg dat hij van z’n echte stoel sprong om het onheil te ontlopen. Om vervolgens toch een pleidooi te houden voor deze ‘vrouw-ervaring’: als iedereen eens zo’n ‘ander’ perspectief zou ervaren, zou de mensheid een stuk empatischer worden.

Het ziet er vooralsnog weinig poëtisch uit en er zijn meer kinderziektes: ook kunstwerken worden aan de VR-technologie onderworpen. Zo is er een VR-versie van Vincent van Goghs Café de nuit. Je kunt door het schilderij lopen, er tingelt iemand op de piano, er zijn biljartspelers. Geinig natuurlijk, maar wat heeft het nog te maken met het kunstwerk? Gingen schilderijen niet juist over het platte vlak, dat dankzij de visie en het talent van de kunstenaar een nieuwe dimensie krijgt?

Je kunt écht rondlopen over het plateau, samen met andere bezoekers, je voelt het licht op je gezicht

Daarbij komt de kwestie van het geluid. Bij de VR-bril wordt vaak geluid ‘geleverd’, zodat je naast een grote bril ook nog een koptelefoon op hebt. Musea hebben de laatste tijd regelmatig de neiging om ‘sfeermuziek’ te laten horen bij de kunst. Pianomuziek als je een piano ziet, vogelgezang bij een zonnig landschap. Het idee erachter is dat de bezoekers zich zo beter concentreren op het schilderij, maar het kan ook een negatief effect hebben. Een van de prachtige eigenschappen van beeldende kunst is immers dat je zelf kunt bepalen hoe lang de ervaring duurt. Je hebt de vrijheid om je blik over het kunstwerk te laten glijden, je eigen associaties te maken, je eigen verhaal te verzinnen. En dat gaat een stuk lastiger met een opdringerig achtergrondmuziekje.

Van de statische zwart-witfoto naar de bewegende, interactieve wereld is technologisch gezien een enorme stap. Maar in de keus voor de onderwerpen en in de manier waarop je de driedimensionale wereld beleeft, is veel gelijk gebleven. Bij de tentoonstelling in Den Haag wordt die associatie ook gemaakt: op VR-brillen in de opstelling zie je de oude foto’s overlopen in recente Google Street View-beelden. En net als bij de stereoscopen moet je ook op je beurt wachten totdat er een bril vrij is. Want nog steeds ervaart de toeschouwer het ‘magische’ alleen, met een kijkapparaat direct voor zijn of haar ogen.

In plaats van vooruit kun je ook een stap terug in de tijd in het Haagse museum. Want Mesdag schilderde zijn panorama weliswaar in 1881, al bijna honderd jaar eerder was het eerste panorama in Londen te bezoeken.

In 1787 maakte Robert Barker, een Engelse portretschilder, een uitzicht op Edinburgh, geschilderd op een halfrond gebogen doek. Hij toonde het aan Joshua Reynolds, directeur van de Londense kunstacademie, maar die vond het niets. Niet ontmoedigd patenteerde Barker zijn methode als ‘panorama’. Pas toen hij in plaats van Edinburgh Londen als onderwerp koos, kreeg hij meer bijval van Reynolds, en van het publiek. Hij liet een speciaal gebouw neerzetten waar zijn volgende panorama te zien zou zijn. Als eerste bood hij het publiek een uitzicht op de Russische vloot voor Spithead, met een echt scheepsdek als uitkijkpost in het midden. Twee keer per jaar was er een nieuw panoramabeeld, zodat de mensen bléven komen naar zijn installatie aan Leicester Square. In 1800 opende het eerste panorama in Parijs – de ‘Passage des panoramas’ werd ernaar genoemd – en door heel Europa zouden kleinere panorama’s verslagen van veldslagen en historische gebeurtenissen in beeld brengen.

Ook de fotografie had haar oorsprong in de panorama’s. In 1822 opende Jacques Louis Mandé Daguerre in Parijs zijn eigen ‘diorama’, een theater waarin met licht- en geluidseffecten een schilderij tot leven werd gebracht – watervallen, brand, en dag en nacht werden als in een toneelvoorstelling gesimuleerd. Het zo realistisch mogelijk schilderen van de landschappen was een tijdrovend karwei. Het zette Daguerre aan het experimenteren, hij kwam in contact met een andere uitvinder, Nicéphore Niepce, en samen ontdekten ze het principe van de fotografie. Kort nadat zijn diorama in 1839 was afgebrand, werd hun procedé door de Franse staat openbaar gemaakt als de daguerreotypie.

Eind jaren 1870 ontstond er in België een panoramamanie en zo kwam het dat Mesdag, die een kunsthandel in Brussel had, gevraagd werd een ‘Haags maritiem panorama’ te schilderen. Mesdag schilderde het panorama vanaf het Seinpostduin. Met behulp van een glazen cilinder projecteerde hij de grove lijnen op het 114 meter lange doek. Bijgestaan door zijn vrouw Stientje, de jonge George Breitner (die de ruiters op het strand schilderde) en Théophile de Bock voltooide hij het kunstwerk.

Vanuit een donkere gang gaat het met een wenteltrap naar boven. En daar sta je, terwijl je midden in de stad bent, opeens boven op een duintop. Na de duisternis en de intieme wereld van de stereofoto’s werkt het lichte uitzicht rondom als een verademing. Je kunt écht rondlopen over het plateau, samen met andere bezoekers, je voelt het licht op je gezicht, en leunend op de balustrade kun je de details in het uitzicht bestuderen. Dat uitzicht is ook virtueel, maar geschilderd.


De tentoonstelling De wereld van Mesdag in stereofotografie in Panorama Mesdag in Den Haag duurt nog tot 6 maart 2016; panorama-mesdag.nl

Beeld: Circa 1904, Weststraat, hofje met de nummers 273-301 (Uitgave Underwood & Underwood, New York etc. Publishers / USA , Collectie Nico’s Tooverlantaarnmuseum)