Gilbert & George, kunstenaarsduo

Pantomime van stilstand

Gilbert & George, kunstenaars, lijken op Flauberts romanfiguren Bouvard en Pécuchet, kopiisten: hun worsteling met de grote thema’s heeft veel weg van pantomime. Alles moet bewogen worden, maar slechts weinig lijkt henzelf te kunnen bewegen. De vraag is gerechtvaardigd wat deze types eigenlijk van ons moeten.

In zijn boek The Great War and Modern Memory schrijft Paul Fussell hoe in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog de kracht van het duo wordt ontdekt. Anders dan bij de klassieke veldslagen, waar het leger zich als groep dient te gedragen, blijkt het in de moderne oorlogvoering nuttig om de soldaten in groepjes van twee te laten opereren. Iedere soldaat krijgt een buddy. De ervaring leert dat de moed, vechtlust en zelfopoffering van individuele soldaten groter worden wanneer zij zich verantwoordelijk voelen voor een ander individu.

Ook buiten de loopgraven is het duo in de twintigste eeuw uiterst succesvol geweest. Alleen al van de sing-song van de aan elkaar gekoppelde namen gaat een geheimzinnige krachtige werking uit. Barnum & Bailey. Peppie en Kokkie. Klashorst en Ploeg. Een duo klinkt als een samenzwering. En dat is het natuurlijk ook. Het duo is de anti-Jekyll & Hyde.

Een succesvol duo ontleent zijn kracht aan het feit dat twee individuen opgaan in gezamenlijk beleden mentale constructie. Het duo is dus eigenlijk niet een verzameling van twee, maar van drie personen. Je hebt Lennon, je hebt McCartney, en je hebt Lennon & McCartney. In veel gevallen wordt de kracht van het duo bepaald door de verstrengeling van tegengestelde individuele karakters.

Gilbert & George werken sinds 1969 als duo. Vanaf het eerste moment was het samengaan totaal. Gilbert (Italië, 1943) en George (Engeland, 1942) spreken in interviews altijd namens het duo en nooit namens zichzelf. Nimmer zal men een van beiden betrappen op een persoonlijke mening. Op het eerste gezicht tegenstrijdig daarmee, maar bij nadere beschouwing correct, noemen ze hun tentoonstellingen even consequent «one-man shows».

Excentriek, stijlvast en stijf-burgerlijk op het perverse af presenteren zij zichzelf sinds het begin van de jaren zeventig in geleidelijk steeds groter en complexer wordende fotografische veelluiken. Hoewel ze bijna altijd op hun voorstellingen aanwezig zijn nemen ze zelden actief deel aan de handelingen die er worden afgebeeld. Ze zijn toeschouwer. Bevroren in het beeld dat ze van zichzelf hebben gecreëerd. Begonnen als «living sculptures» zijn ze eigenlijk nooit meer iets anders geworden. Met een hardnekkigheid die ongetwijfeld iets met gekte te maken heeft, spelen ze al bijna vier decennia onafgebroken dezelfde rol. Ook in het dagelijks leven schijnen ze die nooit los te laten. Die extreem doorgevoerde levenskunst is intrigerend. Maar ook na al die jaren wordt niet geheel duidelijk wat precies de rol is die ze spelen.

Medium g and g mass

Wie of wat is Gilbert & George? Duidelijke individuele karakterverschillen zijn niet te ontdekken. George heeft een bril en is al in de jaren tachtig kalend. Gilbert heeft de onbedoeld droogkomische uitdrukking van vóór de geluidsfilm. Maar fundamenteel inhoudelijk verschil lijkt er tussen de twee niet te zijn. Meer dan zichzelf zijn ze elkaar. Ze proberen op elkaar te lijken door zo min mogelijk zelf te zijn.

In het Bonnefantenmuseum, waar momenteel een presentatie van de laatste serie werken van het duo, de Sonofagod Pictures, te zien is, wordt de bezoeker in eerste instantie overvallen door een gevoel van kilte. Anders dan in hun werken uit de jaren tachtig, waarin zij zich omringen met symbolen van de levende wereld (jongens, poep, bloemen, zwervers en penissen) poseren Gilbert & George nu uitsluitend tussen levenloze afbeeldingen van die wereld en dan met name religieuze of mythische symbolen. Gespiegelde crucifixen, hoefijzers en Keltische figuren in een als altijd dwangmatig symmetrische opstelling. De kitscherige overdaad en schreeuwerige herhaling van de symbolen zijn even uitputtend als het harde kleurgebruik. De spiegeling van elementen en woorden levert uitsluitend flauwe grappen op.

Als credo staat in de catalogus een citaat van Gilbert & George uit 1986: «We think that every single person is religious, to a certain degree. That’s what we are, as well. We try to find out what that means.» Dat proberen is één. Maar dat het ook werkelijk doen iets geheel anders is, blijkt maar weer eens. Van een inzicht in de betekenis van religiositeit dat zich aan het gedachteloze heeft ontworsteld, kan men op deze tentoonstelling derhalve helaas geen kennis nemen.

Het eerste deel van het hierboven genoemde citaat kan als open deur van jewelste zo worden opgenomen in het Woordenboek van Conventionele Ideeën van Flauberts romanfiguren Bouvard en Pécuchet. Dat is geen toeval. Er zijn meer overeenkomsten tussen het ene, quasi-fictieve, en het andere, quasi-reële, duo aan te wijzen. Beide worden bevolkt door voornamelijk tot elkaar veroordeelde typetjes die het desondanks over de wereld en haar verschijningsvormen hebben alsof zij hun eigendom is. Maar net als bij Flauberts helden heeft de worsteling van Gilbert & George met de grote thema’s veel weg van pantomime. Alles moet bewogen worden, maar slechts weinig lijkt henzelf te kunnen bewegen. Waar de onderwerpenmoeheid die onherroepelijk optreedt door Flauberts ironie ruimschoots wordt geneutraliseerd, missen Gilbert & George deze afstandelijke verteller.

In het interview in hun lijvige overzichtscatalogus uit 1985 geven ze aan te geloven in de vooruitgang en daaraan hun bijdrage te willen leveren. Maar ook dat lijkt een inhoudsloos Conventioneel Idee. Want als ze ergens in geloven, dan moet het wel stilstand zijn of althans een schijnvooruitgang die gesuggereerd wordt door herhaling van zetten. Net als de twee kopiisten komen zij in hun werk zelden tot een conclusie die zich heeft losgezongen van het algemeen gangbare.

Voor de vermeende inhoudelijke kant van hun werk zijn ze, wederom net als hun een eeuw oudere spiegelbeeld, geheel afhankelijk van het bestaande. Ze poseren bijna uitsluitend naast dingen die er al zijn. Het steriele karakter van hun personages lijkt geen persoonlijke beleving of eigen handschrift te verdragen.

In de rauwe postpunk-werkelijkheid van de jaren tachtig verhield de werkelijkheid zich beter tot de nichterige, en ongetwijfeld door iets als emotionele smetvrees geïnspireerde esthetiek van de kunstenaars. De grauwe alledaagsheid werd opgenomen in een afstandelijke omhelzing van de veelluiken. Het was lelijk én mooi. Aanstellerig én waar. In de in het Bonnefanten gepresenteerde serie lijken Gilbert & George echter hun greep op de werkelijkheid totaal te hebben verloren. Hoewel overladen met symbolen vertegenwoordigen de werken gek genoeg niets anders dan zichzelf.

Een van de zwakke kanten van hun werk was altijd al dat het voornamelijk diende als illustratie bij het hoofdwerk: Gilbert & George zelf. Wat op zich natuurlijk ook weer hun conceptueel sterke kant was. Ook daarin duo. Maar nadat de individuele werken eenmaal zijn gezien valt er vaak weinig meer aan te beleven. Een aantal technische en compositorische vragen blijft soms hangen, maar inhoudelijk of gevoelsmatig blijven de meeste deuren wagenwijd open staan. Iets nieuws hebben ze niet te melden. De vraag is daarom gerechtvaardigd wat deze types eigenlijk van ons moeten. Waarom zijn zij hier? Wie is Gilbert & George dat ze ons hiermee lastigvallen? Ze zijn een duo en dus een samenzwering. Maar tegen wat? Waar is, om terug te komen bij het begin, de oorlog?

Als mensenvriend wil ik wel geloven dat Gilbert & George een adequate conceptuele hide-out hebben gecreëerd waarin ze hun existentiële twijfel hebben verstopt. Maar als kijker zie je die bunker van het heilige alledaagse en denk je slechts dat dit inderdaad ook een manier is om met de werkelijkheid om te gaan. Sonofagod Pictures lijkt in die zin op een avondje imbecielentelevisie. Er komen reusachtig veel beelden voorbij, maar aan het eind heb je niets gezien. Voor de ontvangst van de werken in de wereld die ze portretteerden, zal dat over het algemeen niets uitmaken. Gilbert & George zelf zijn namelijk al lang geleden opgenomen in het hedendaagse woordenboek van conventionele ideeën. Daarin staat dat hun werk humoristisch, indrukwekkend, veelbetekenend en vijf _NRC Handelsblad-_stippen (niet te missen!) waard is. Zoals bij alle conventionele ideeën zit daar een minuscule kern van waarheid in, maar het meeste is een onnadenkende leugen.

Die andere grote, en misschien wel eerste conceptuele, kunstenaar, Flaubert, schreef met Bouvard en Pécuchet een niets ontziend zelfportret waarin zin en onzin als een moeilijk uit elkaar te houden duo naast elkaar staan. Het gescherm met oneigenlijk verworven inzichten, weetjes en meningen. De hijgerige zucht naar het gelijk en de waarheid. De als altijd behoudende en voornamelijk in zijn gedachten avontuurlijke mens die voor het eerst de weg kwijtraakt in de doolhof van het moderne leven.

In het slechts in schets overgebleven einde van het manuscript wordt beschreven hoe Bouvard en Pécuchet na hun ontnuchterende tocht langs de verzamelde wijsheden van hun tijd ontmoedigd hun oude vak van kopiist weer opvatten. Bij toeval krijgen ze een brief van de plaatselijke arts in handen die hen omschrijft als weliswaar gestoord, maar volkomen ongevaarlijk. De helden overdenken wat ze met de brief moeten doen, maar nemen dan een ferm besluit: «Niet over nadenken! We kopiëren het!»

Het is heel wel denkbaar dat ook Gilbert & George reeds op vrij jonge leeftijd tot de conclusie kwamen dat men de werkelijkheid enkel kan begrijpen door haar te kopiëren. En dat hebben ze gedaan. Maar de film van hun leven nog eens overziend kan men één belangrijk gebrek niet ontkennen: Gilbert & George missen een schrijver.

Gilbert & George, Sonofagod Pictures

Bonnefantenmuseum, Maastricht, t/m 30 juli

www.bonnefanten.nl