Een speciale binding is niet per se goed

Papa en mama’s lieveling

Het is een taboe, maar veel ouders hebben onder hun kinderen wel degelijk één favoriet. Kinderen prikken die signalen haarfijn op. Het kan leiden tot problemen op latere leeftijd. En niet alleen bij de minder geliefden.

BABY’S KUNNEN al op jonge leeftijd gezichtsuitdrukkingen herkennen. De blikken die ouders hun toewerpen, hebben daardoor grote invloed op hun psychische ontwikkeling. Het afkeurende gezicht van een moeder bijvoorbeeld wekt stresshormonen. Te veel afkeuring schaadt daardoor de ontwikkeling van babyhersenen. Glimlachen doet het omgekeerde: een lach doet het kinderbrein, via allerlei chemische en hormonale reacties, juist sneller groeien. ‘Het gevolg van veel vroege positieve ervaringen is dat het brein over meer neurale verbindingen beschikt’, schrijft de Britse psychotherapeute Sue Gerhardt in haar boek Waarom liefde zo belangrijk is. 'De netwerken in het brein zijn dan rijker.’
Jammer, want de meesten van ons krijgen als kind minder goedkeurende blikken van onze ouders dan een van onze broers of zussen. Evolutionair psycholoog Katherine Conger ontdekte zeven jaar geleden aan de Universiteit van Californië dat zeker 65 procent van de moeders en zeventig procent van de vaders een duidelijk aantoonbare voorkeur heeft voor één van hun kinderen. De ouders uiten die voorliefde onder meer door vaker goedkeurend naar hun favoriete kind te glimlachen. Ook luisteren zij tijdens de 384 door Conger gefilmde gezinsdiscussies steeds net iets geduldiger naar hun lieveling.
Ouders zijn zich niet bewust van dit gedrag. Ze lachen en luisteren niet expres meer en beter naar het ene kind dan naar het andere. Ze houden zich nadrukkelijk voor geen enkele voorkeur te voelen. Want dat hoort niet. Dat een derde van de ouders in het onderzoek wél precies even veel aandacht aan alle kinderen besteedde, zou volgens de experts dan ook eerder aantonen dat zij hun voorkeuren goed kunnen verbergen dan dat zij die niet zouden voelen. Want we hebben het hier natuurlijk wel over het meest universele leugentje om bestwil, herhaald van land tot land, van cultuur tot cultuur en van familie tot familie. Al sinds het ontstaan van de mens zijn we getraind dergelijke voorkeuren niet of zo min mogelijk te laten zien.
Ook Tamar de Vos-Van der Hoeven krijgt maar zelden vragen over ouderlijke voorkeuren binnen via haar website Opvoedadvies.nl. Een enkele keer hoort ze dat een vader het gevoel heeft iets meer binding te hebben met één van zijn kroost, of dat een moeder de relatie met één van haar kinderen net wat soepeler vindt lopen, maar daar blijft het bij. De online jeugdpsycholoog en orthopedagoog denkt dat dit komt doordat oudervoorkeuren niet zozeer een kwestie zijn van extra houden van, maar eerder van het gevoel meer een klik te hebben met het ene kind dan met het andere. Zo'n klik is vaak moeilijk te verwoorden. En zelfs als ouders daartoe wél in staat zijn, kiezen zij er liever voor dit alsnog niet te doen. De Vos-Van der Hoeven: 'Het is natuurlijk een heel groot taboe.’

DE VRAAG is wie van de kinderen de grootste kans maakt om uit te groeien tot de favoriet. Hiervoor is een aantal globale stelregels op te stellen, al zijn ouderlijke voorkeuren uiteraard geen berekenbare wiskunde. Het eerste richtsnoer is echter de evolutionaire overlevingsdrang van de mens die een rol speelt. Ouders hebben simpel gezegd een voorkeur voor hun grootste, sterkste, gezondste en vooral ook aantrekkelijkste nageslacht.
De oudste heeft eveneens een streepje voor. Dit is het gevolg van de grotere investering die ouders in dat kind hebben gedaan ten opzichte van hun jongere kinderen. Ouders hebben het langst voor hun oudste kind gezorgd en zullen geneigd zijn deze grootste investering het meest verwoed te beschermen. Daarbij komt dat alle nieuwe ervaringen van het oudste kind ook voor zijn ouders de eerste ervaringen zijn - te beginnen met zijn geboorte. De emotie die ouders voelen met de gebeurtenissen in het leven van hun oudste kind voelt daardoor sterker aan dan bij de ontwikkeling van hun andere kinderen. Belangrijke uitzondering op deze regel vormen zieke of gehandicapte kinderen. Want zij hebben structureel extra aandacht nodig. Dat maakt de ouderlijke investering in deze kinderen dus nog groter en doet de kans dat zij de favoriet van hun ouders zijn dus ook drastisch stijgen, de oudste of niet.
Ook is uit onderzoek van de Amerikaanse psycholoog Catherine Salmon aan de Redlands Universiteit gebleken dat er veelal een cross-sekse voorkeur bestaat. Vaders hebben meestal een voorkeur voor hun dochters, moeders voor hun zoons. Opvallend is daarbij dat vaders hun jongste dochter doorgaans extra adoreren, maar moeders juist hun oudste zoon. Bovendien blijkt dat van een Oedipus-effect, dat op basis van de cross-sekse voorkeur misschien zou worden verwacht, in de regel geen sprake is. Integendeel, eerder bestaat er een soort Narcissus-effect. De gevoelige moeder heeft meestal een voorkeur voor haar meest vrouwelijke of poëtische zoon. De carrièrevader is juist extra blij met zijn meest ambitieuze dochter.
Dat laatste is volgens de Amerikaanse psychotherapeut Ellen Weber Libby niet zo gek. Weber Libby schreef het boek The Favorite Child en stelt daarin dat ouders bijna altijd de beste klik zullen voelen met het kind dat hun het beste gevoel geeft over henzelf. Het favoriete kind is daarmee het kind in wie de ouders eigenschappen, uiterlijkheden en karaktertrekken herkennen die zij in hun eigen bestaan altijd als positief hebben ervaren. Het kind dat die positieve eigenschappen verder perfectioneert, kan niet meer stuk.

HET PROBLEEM is dat het gevoel minder geliefd te zijn dan een broer of zus een heel leven een probleem kan vormen. De psychische schade houdt niet per definitie op na de babytijd, waarover Gerhardt schreef. Je minder geliefd voelen resulteert in een aanzienlijk grotere kans op een structureel gevoel van onzekerheid en op depressie. Onderzoeker Salmon benadrukt dat de langetermijngevolgen eigenlijk nog in hoge mate onduidelijk zijn, maar bevestigt dat voor deze veronderstellingen inderdaad wel degelijk aanwijzingen bestaan en dat minder geliefde kinderen ook vooral de neiging lijken te hebben op latere leeftijd een pleaser te zijn.
Toch hoeft het allemaal niet zo dramatisch uit te pakken. Als minder geliefde kinderen in hun jeugd goed hebben weten om te gaan met hun status kan deze ervaring hun op latere leeftijd juist ook voordelen bieden. Het maakt minder geliefde kinderen in dat geval opener. Het schenkt hun meer interesse in de wereld om hen heen. En het maakt hen onafhankelijker, minder kwetsbaar, gehard. Niet-favoriete kinderen zijn daardoor vaak socialer dan favoriete kinderen. Ze hechten sterker aan vriendschappen, omdat die hun relatief zwakke familiebanden eventueel compenseren.
Opvallend is ook dat alle experts benadrukken dat niet alleen minder geliefde kinderen lijden. Favoriete kinderen kunnen hier eveneens onder gebukt gaan. 'In het ergste geval kan er onder de minder geliefde kinderen een samenzwering tegen het meer geliefde broertje of zusje ontstaan’, zegt de Amsterdamse familietherapeut Henk Smits. Ouders dienen zich te realiseren dat de favorietenrol niet per definitie fijn is voor een kind, meent Smits. 'Het kind kan het gevoel hebben dat het niet genoeg aan de verwachtingen voldoet. Of het kan zich schamen ten opzichte van zijn broertjes en zusjes die minder favoriet zijn.’ En dan is er ook nog de angst van de favoriet dat hij op een bepaald moment zal worden afgerekend op alle aandacht, liefde en materiële extraatjes die hij in zijn jeugd heeft ontvangen, maar waarom hij als kind nooit heeft gevraagd. 'De positie van het witte schaap kan net zo vervelend zijn als de positie van het zwarte schaap’, concludeert Smits. 'Of misschien nog wel vervelender, omdat de favoriet wordt gedwongen te ontvangen. Wat gebeurt er bijvoorbeeld wanneer hij weigert te ontvangen? De favorietenrol kan heel beklemmend zijn.’

MAAR IS ER dan helemaal niets wat ouders kunnen doen om psychische schade bij hun kinderen als gevolg van hun voorkeuren te beperken? Natuurlijk wel. In goed functionerende gezinnen gaat dit zelfs deels automatisch. De favorietenrol rouleert in die families namelijk tot op zekere hoogte. Zo zijn er binnen de opvoeding veel deelterreinen waarop verschillende kinderen kunnen excelleren en daarmee op zijn minst tijdelijk de favorietenrol kunnen opeisen. Denk bijvoorbeeld aan het sportveld of aan de schoolprestaties. Maar net zo goed kan een heel enthousiast kind tijdens het buitenspelen de favoriet zijn van zijn ouders, maar ’s avonds aan de eettafel niet, omdat de druktemaker dan zijn mond niet wil houden en zijn bord niet leeg eet.
Psychische schade ontstaat pas als de voorkeur voor één kind een bijna universeel en structureel karakter krijgt. 'Is er sprake van een favoriet kind, dan adviseer ik ouders de eigenschappen van hun andere kinderen waarop zij trots zijn te onderzoeken en die trots ook te uiten’, zegt Smits. Want erkenning is het toverwoord. 'Laat als ouder zien dat je je andere kinderen ook begrijpt. Ontdek wie je kinderen zijn door bijvoorbeeld af en toe alleen met ze op stap te gaan. Een speciale binding met één kind hoeft niet ten koste te gaan van de relatie met de andere kinderen.’
Openheid is het andere sleutelwoord. Al lijkt het expliciet benoemen van de voorkeuren De Vos-Van der Hoeven dan weer niet zo zinvol. Uitleggen waarom het ene kind sommige dingen wel mag en het andere niet kan echter wel erg verhelderend werken, denkt zij: 'Je moet als ouder je gedrag proberen uit te leggen aan je kind, om vervolgens samen met dat kind te bespreken hoe je er met z'n tweeën voor kunt zorgen dat je weer wat liever tegen elkaar zult zijn.’
En dan is er natuurlijk nog de broodnodige relativering. De Vos-Van der Hoeven: 'Zolang de voorkeur voor het ene kind zich beperkt tot een bepaalde fase in de opvoeding is dat heel normaal. Ouders realiseren zich vaak te weinig dat ieder kind in zijn opvoeding door makkelijkere en moeilijkere fases gaat en dat het dus altijd periodes kent waarin het minder bereikbaar is.’
Onderzoeker Salmon deelt die mening. Ouders hoeven niet altijd alle schuld op zich te laden, vindt zij. Want alle evolutionaire beweegredenen ten spijt, kinderen hebben ook grotendeels gewoon zelf in de hand hoe geliefd zij zijn bij hun ouders. 'In het algemeen werkt het bijvoorbeeld erg goed om je niet constant onhandelbaar te gedragen’, grapt de Amerikaanse psychologe. Maar dan weer serieus: 'Al zie je wel dat ouders juist ongekend tolerant kunnen zijn met betrekking tot ongepast gedrag van hun kinderen, indien het hun favoriet betreft.’