Papaverprojecties

Het World Wide Video Festival was dit jaar eindelijk neergestreken in Amsterdam. Op vier locaties waren afgelopen week meer dan honderd videobanden en -installaties te bekijken, die samen de stand van zaken geven in de videokunst. Het merendeel van de kunstenaars maakt simpelweg banden die bij wijze van spreken thuis afgespeeld kunnen worden. Daarnaast wordt in de vijftiende editie van het festival opvallend veel gebruik gemaakt van projectie: sommige kunstenaars leverden 16 of 8 mm-film aan, maar de videoprojectie ribbelt je vanuit alle zalen tegemoet. Zo ook in Montevideo, waar de Australische Lyndal Jones vier monitoren en een projectiescherm nodig heeft voor de installatie Spitfire 1 2 3.

De installatie bestaat uit twee delen, opgesteld in aangrenzende ruimten; in de grote zaal staat een groot scherm, waarop een opname wordt geprojecteerd vanuit de cockpit van een Spitfire; hoe het oude gevechtsvliegtuig ook wentelt en tolt, de camera blijft onveranderlijk gericht op de linkervleugel, waaruit een glimmende boordmitrailleur steekt. Door de bijgeleverde hoofdtelefoon klinkt sonargeluid. In het portaal staat een tweetal monitoren opgesteld (en onder aan de trap nog eens twee), waarop een tafereel van een papaverveld prijkt. De opnamen worden begeleid door insecten- en vogelgedruis. Eens in de zoveel tijd wordt het idyllisch gezoem verstoord door een overscherend vliegtuig. En daarmee is het verband met de projectie van de Spitfire gelegd. Het directe verband dan, want indirect vullen deze twee elementen elkaar natuurlijk aan als yin en yang. Jones’ vorige installaties gingen ook over seksuele aantrekkingskracht; tussen mensen, wel te verstaan. De Klimmende Hemelse Draak dringt in de Yin-Vaas.
Een eenvoudige installatie, maar gelukkig niet overduidelijk en in ieder geval een die uitnodigt tot een poosje min of meer vrijblijvend mijmeren over man-vrouwsymboliek in relatie tot oude cultuur enerzijds en videokunst anderzijds.
De banden en installaties die ik op het festival heb gezien engageren zich niet zozeer met grote politieke vragen als oorlog, honger en racisme, maar met de politiek, teruggebracht tot een overzichtelijk probleem tussen twee mensen. In de videoinstallaties van Sam Taylor Wood, Gillian Weary , Imogen Stidworthy en Tony Oursler is sprake van een relatie tussen twee mensen, meest man en vrouw. Natuurlijk gaan die werken eveneens over de bedrieglijkheid van kijkconventies, maar het microcosmisch engagement lijkt voorop te staan.
Taylor Wood projecteert twee videobeelden aan weerszijden van een hoek, een met een vrouw en en een met een man, in het midden latend of ze zich in dezelfde ruimte bevinden, hoewel ze naar elkaar schelden, dingen gooien en zelfs nu en dan in elkaars domein treden. Toch lijken ze vanuit twee aparte werelden te spreken, wat de onmogelijkheid tot communiceren structureel en onoverbrugbaar maakt. Iets dergelijks is het geval in de installatie van Stidworthy: eveneens twee projecties, een met een naakte man die verhalen vertelt en een met een zwijgende vrouw die af en toe losbarst op een schrijfmachine, hetgeen de man niet lijkt te deren, hoewel hij wel even stopt met zijn relaas. Het zet onmiddellijk aan tot nadenken over de ruimte die individuele mensen innemen en hoe gemakkelijk op die kwetsbare, tijdelijke orde kan worden ingebroken. Een schrijfmachine is wat dat betreft nog effectiever dan een Spitfire. Omdat de seksuele connotaties van de schrijfmachine echter wat zijn ondergesneeuwd in deze installatie, dient hij zuiver als instrument van vernietiging. Het zachte geronk van de Spitfire, uitgerust met glanzende boordwapens en andere yang-connotaties, lijkt daarentegen een vrolijk baltsje waar een papaverveld in volle bloei wel ontvankelijk voor is.