Media

Papier

De aankoop van The Washington Postdoor Amazon en de beslissing van Springer om een eind te maken aan bijna alle papieren activiteiten zijn de definitieve bevestiging van wat door velen al geruime tijd voorspeld wordt: het einde van een tijdperk.

Medium 182933 526276490743013 1944881984 n

Dit betekent niet dat papier verdwijnt. Het betekent dat papier als belangrijkste drager van communicatie zijn primaat kwijt is. Wellicht was dat al lang het geval en heeft het papieren tijdperk in de tweede helft van de twintigste eeuw al plaatsgemaakt voor dat van de audiovisuele middelen, maar sinds de doorbraak van het internet, een jaar of tien geleden, is twijfel niet meer mogelijk: papier is een bijproduct, het hoofdproduct is digitaal.

Je zou denken dat zo goed als iedereen het hierover eens is. De feiten zijn immers onmiskenbaar, de cijfers overstelpend. Toch houden velen vast aan oude vormen, in dit geval het klassieke boek, de gedrukte krant en het papieren tijdschrift. Waarom?

Grosso modo zijn hiervoor twee redenen. De ene heeft met belangen van doen, de andere met cultuur. Om met die belangen te beginnen. In de loop van enkele eeuwen heeft zich rond papier een belangrijke industrie gevormd. Zo stond het bezit van een lokale krant in een middelgrote Amerikaanse stad een jaar of veertig, vijftig geleden gelijk aan de beschikking over een machine om op legale wijze geld te drukken – de uitspraak is van Eric Altermann. Genoeg abonnees, genoeg advertenties, relatief lage kosten, kortom succes verzekerd.

In Nederland was de situatie vanwege het kleine taalgebied, de grote regionale verscheidenheid én de verzuiling minder gunstig, maar ook hier was een krant een welhaast ongeëvenaard bezit. Van deze rijkdom is weinig over. Gebleven is echter wel een groot deel van de structuur die deze rijkdom mogelijk maakte. De verandering van een dergelijke structuur is voor ondernemers – uitgevers, drukkers, distributeurs, verkopers en adverteerders – een welhaast ondoenlijk proces. Ze behoeft generatiewisseling, zo niet meervoudige dood.

Ook voor consumenten is de verandering niet eenvoudig, zij het dat de overgang in hun geval vooral met cultuur van doen heeft. Dit verheven woord staat voor iets nogal plats: gewenning. Het schijnt zo te zijn dat een mens in de eerste decennia van zijn leven een vorm aanneemt die hij vervolgens niet of nauwelijks nog kan loslaten. Hij doet het wel, nood­gedwongen, en zijn verstand vertelt hem ook dat hij niet anders kan, maar heel zijn wezen, buik, zenuwen en gevoel vertellen hem dat de nieuwe vorm niet goed is. Goed is wat je gewend bent, en wat je gewend bent, heb je in je jonge jaren geleerd.

Hiermee ben ik bij het centrale begrip: verandering. Op mijn bureau ligt een boek dat ik al vele malen ter hand heb genomen maar met een onbevredigd gevoel telkens weer heb weggelegd. Het is getiteld Media Innovations: A Multidisciplinary Study of Change, bestaat uit een twintigtal essays en werd uitgegeven door Nordicom, het Scandinavische centrum voor media en communicatie dat gevestigd is aan de universiteit van Göteborg, Zweden. Zoals de titel zegt zijn vernieuwing en verandering de kernwoorden van de opstellen in dit boek en het is precies hier dat het probleem ligt. Vernieuwing en verandering zijn immers zoiets als proces en ontwikkeling: lege hulzen waar we niets aan hebben en die we toch niet kunnen vermijden, ‘containerbegrippen’. Nu is het gebruik hiervan niet ernstig als het over een tijdperk of fenomeen gaat waarin van verandering nauwelijks sprake is, de Middeleeuwen bijvoorbeeld of een relatief gesloten gemeenschap. Maar de begrippen worden zinloos als ze betrekking hebben op iets wat voortdurend in verandering is, ja waarvan verandering wellicht zelfs het belangrijkste kenmerk uitmaakt.

Dat nu is in het huidige medialandschap het geval. We leven in liquid times, vloeibare tijden, om de uit­drukking van Zygmunt ­Bauman te gebruiken, en zijn in zoverre, filosofisch gezien, terug bij de aloude ­Heraclites (‘alles stroomt, niets blijft’). Wat heeft het woord stroom voor zin als alles stroomt, wat betekent verandering als alles verandert, wat is vernieuwing als zij permanent is? Probleem is alleen – en dat kwelde ook de Presocratici – dat je beweging alleen kunt analyseren door haar denkbeeldig stil te zetten. Film bestaat tenslotte ook uit snel achter elkaar geplaatste, stilstaande beelden.

Dit noodzakelijke stilzetten krijgt een extra dimensie als een van die stilstanden jou zo met de paplepel is ingegeven dat ze jouw waarheid, jouw werkelijkheid, jouw vertrekpunt is. Hier ligt de reden, denk ik, dat er met dat boek van Nordicom iets niet klopt, al kun je dat de auteurs niet verwijten. Het is appels met peren: onvermijdelijke moraal (het uitgangspunt van de auteurs) botst met onmiskenbare feiten (de ongrijpbare verandering). Het resultaat: een hollende schildpad of een kruipende haas, een gedrocht dus.