Papieren hel

Terwijl het ene na het andere onderzoeksrapport de Nederlandse overheid waarschuwt voor het verlies van de menselijke maat, raakt de bevolking in de derde roman van Daphne Huisden juist in een ‘menselijke maat’ verstrikt. Het is een verrassend orwelliaans aspect van Charlatans: onder het mom van humaan beleid draait de fictieve havenstad Stokerdam op surveillance, disciplinering en – hallo toeslagenaffaire – een hallucinante bureaucratie.

‘Maakt u zich geen zorgen’, verzekert een gids Norah de Klerk, het hoofdpersonage. ‘In Stokerdam kennen wij geen criminaliteit. Hoogstens burgers die zijn afgedwaald. Door middel van een intensief Reflectie-Traject brengt het bcd ze weer op de juiste weg.’ Het bcd? Bureau Corrigerende Dienstverlening. En dat Reflectie-Traject? Eenzame opsluiting in een cel vol spiegels. Huisden heeft het goed doordacht, een stelsel van onderdrukkende regelingen in eufemistische termen, zogenaamd bedoeld om de collectieve veiligheid te garanderen, en dat loont: haar roman dankt een groot deel van de spanning aan de manieren waarop de personages de zittende macht – belichaamd door Burgermoeder Etna Bakermat – proberen te ondermijnen.

Charlatans opent op het schip van kapitein Ibrahim Reza, die onderweg naar Stokerdam een merkwaardig groepje bootvluchtelingen oppikt. Waarom, denkt hij, zou iemand willen ontsnappen uit de stad die bekendstaat als een walhalla voor overprikkelde toeristen? De technologische vooruitgang is geheel aan Stokerdam voorbijgegaan, er is geen scherm of monitor te vinden, en die verworvenheid wordt streng bewaakt – bij aankomst moeten reizigers hun telefoon inleveren. De twee woordvoerders van het gezelschap, de bejaarde Gizmo en de jonge vrouw Norah, moeten de kapitein uitleggen waarom die ogenschijnlijke idylle een illusie is.

Daphne Huisden schrijft sympathiek, soepel en verkwikkend © Salih Kilic

In de eerste helft van Charlatans zwenkt de toon tussen politieke dystopie en familiekomedie. De situatie op het schip van kapitein Reza wisselt af met het leven van Norah, die na een afwezigheid van vijftien jaar terugkeert naar Stokerdam. Norah verlangt ernaar zich eindelijk weer eens thuis te voelen, maar haar familie helpt haar daar niet erg bij. Voor de Toegift die ze ontvangt, moet ze een Tegenprestatie leveren – iets waar haar Participatiecoach streng op toeziet, als onderdeel van haar Samenlevingscontract – haar tante Theresa laat Norah dus het vervallen familiehotel schoonmaken. Opa Jozias bekommert zich vooral om oma Mime, die ergens in het hotel in bed blijkt te liggen. Ook haar twee neven schitteren in afwezigheid: Gabriel omdat hij zich als raadslid verkiesbaar heeft gesteld; Lorenzo omdat hij wordt gezocht voor de openbare ordeverstoringen, veroorzaakt met zijn goochelshows.

De wereld is een schouwtoneel waarop we voor onszelf een persona creëren

Met de vraag naar thuisgevoel, naar identiteit, raakt Huisden aan het idee dat het uitgangspunt was van haar debuut Alles is altijd fictie: de wereld is een schouwtoneel waarop we voor onszelf een persona moeten zien te creëren. Dat versterkt ze door in haar oeuvre namen van personages te hergebruiken, alsof het acteurs zijn die elke keer een andere rol aannemen. Ook in Charlatans is alles weer een constructie: Stokerdam is een ‘papieren hel’, Norah is ‘een geoefende leugenaar, bedreven in zelfbedrog’, en de illusies van haar neef Lorenzo zijn – verrassing – een truc.

Vanaf het moment dat de charismatische Lorenzo zijn intrede doet, transformeert het verhaal tot een avonturenroman. Huisden schmiert in de scènes waarin hij zijn kunsten laat zien, maar voor wie niet gehinderd wordt door een al te grote hang naar waarheidsgetrouwheid vormen die het vermakelijkste deel van de roman. Lorenzo neemt Norah mee de stad in, en dan blijkt er onder al die dociele Stokerdammers een ondergrondse verzetsbeweging te bestaan. Met een ingenieus gecoördineerd spektakel tijdens de verkiezingsnacht willen zij een naderende ramp voor de democratie zien te voorkomen.

Charlatans is vooral een roman die je leest voor de spannende plot die zich met vaart ontrolt, niet voor de psychologische verfijning. Bijna alle personages, zowel de mensen uit de ondergrondse als de familie De Klerk, zijn in hun kleurrijkheid ook een tikje eendimensionaal. De onderlinge dynamieken blijven hoekig en schetsmatig, waardoor ze niet altijd invoelbaar zijn. Neem oma Mime, die vanwege vermeende broosheid tot halverwege de roman buiten beeld blijft – wil ze niet weten hoe het met haar kleindochter gaat? Wanneer de twee elkaar dan eindelijk zien, klinkt ze ongeloofwaardig liefdevol en ferm. Ironisch genoeg, voor een roman die gaat over het individu versus het collectief, zijn de personages vooral als tableau de la troupe hartverwarmend.

Over de thematiek gesproken: Charlatans zet aan het denken over de vorm waarin een auteur maatschappelijke betrokkenheid in een roman effectief tot uiting kan brengen. Weinig is zo vervelend als literatuur die niet voorbij het eigen obligate engagement komt, zoals het latere werk van Dave Eggers. Bij Huisden voelt het dan weer alsof de bittere pil met een hap vanillevla naar binnen wordt gelepeld: grote kwesties als de relatie tussen burger en overheid komen mee in het kielzog van actie en suspense, termen uit het migratiediscours waarachter een wereld van ellende schuilgaat – gelukszoekers, nieuwkomers – blijven in de context van het verhaal vederlicht.

Hoewel Charlatans niet pretendeert een snijdende kritiek te willen zijn, bekruipt je richting de apotheose toch het idee dat Huisden haar roman meer gewicht had kunnen geven als de ideeën over macht, in- en uitsluiting, democratie en privacy minder ondergeschikt waren gemaakt aan het spektakel.

Charlatans is dus typisch zo’n roman die, alle plussen en minnen gewogen, een fijne doorlezer is: ambitieus van opzet en in de geest sympathiek, geschreven in een soepele stijl en uiteindelijk verkwikkend – omdat Huisden ons niet alle illusies ontneemt.