Bidens VS en het China van Xi

Parallelle wereldorde

Joe Biden wil herstel van Amerika’s wereldleiderschap, Xi Jinping vindt dat China’s tijd is gekomen. In de nieuwe Koude Oorlog is China aan de winnende hand, zowel door eigen kracht als door Amerikaanse zwakte.

Containerterminal in Shanghai, China © Qilai Shen / Bloomberg / Getty Images

Handelsoorlog, techoorlog, financiële oorlog, mediaoorlog. Economische sancties, inreisverboden, uitzetting van journalisten en diplomaten. Represailles tegen bedrijven en personen, lik-op-stukbeleid, militair spierballenvertoon. En een nimmer aflatende stroom van provocaties en scheldpartijen. Vier jaar lang zijn de spanningen aan het Chinees-Amerikaanse Koude-Oorlogsfront alleen maar opgelopen. En nu is de trumpiaanse furie voorbij.

Na Trumps hapsnap-Chinabeleid zal Biden eerst moeten puinruimen. De gekte aan het Chinees-Amerikaanse front zal verminderen, de spanning echter niet. Want Trump of geen Trump, de clash tussen de heersende en de opkomende supermacht gaat door. De afgelopen vier jaar is de Amerikaans-Chinese confrontatie enorm verscherpt, maar de kardinale vraag is dezelfde gebleven: hoe zal dit titanenconflict uitpakken? Biden wil herstel van Amerika’s wereldleiderschap, Xi Jinping vindt dat Amerika’s tijd voorbij is en China’s tijd gekomen. Iedereen in China zegt zijn mantra na over de huidige ‘turbulente veranderingen, ongekend in honderd jaar’. Met andere – eveneens door Xi gesproken – woorden: ‘De tijd en het momentum zijn aan onze kant.’

In de presidentscampagne noemde Trump zijn concurrent ‘Beijing Biden’ en kwam hij met onbewezen aantijgingen over louche zakenpraktijken van diens zoon Hunter in Oekraïne en China. Van de weeromstuit kwalificeerde ‘Sleepy Joe’ de Chinese leider als een ‘boef’. Biden en Xi hebben elkaar vaak ontmoet in de tijd dat ze beiden vicepresident waren. Liefde is er tussen hen niet verloren. In China gingen Biden en Obama door voor zwakkelingen, terwijl Obama zijn eerste termijn met een schone China-lei had willen beginnen. Peking greep zijn kans om de strategische Zuid-Chinese Zee in te lijven en te militariseren, zonder dat Obama een vinger uitstak.

Toen Obama erachter kwam dat China niet van plan was gewillig mee te draaien in de westerse wereldorde reageerde hij met de ‘zwenking naar de Pacific’. Van die concentratie van Amerikaanse economische en militaire macht in de Stille Oceaan kwam in de praktijk echter weinig terecht. Samenwerking bleef het doel. Zo kwam er een akkoord over het terugdringen van wederzijdse cyberspionage – de naleving ervan bleek van korte duur – en een Amerikaans-Chinese klimaatovereenkomst, die de opmaat werd tot het (later door Trump weer opgezegde) klimaatakkoord van Parijs. Het devies in Washington bleef: niet escaleren. Trump verkondigde in zijn campagne van 2016 het tegenovergestelde, maar als president voelde hij plotseling een diep gevoel van vriendschap voor Xi Jinping. Toen die zich niet liet inpakken barstte een turbulent offensief tegen China los, waarin Amerika zich voortdurend in eigen vlees sneed. In de nieuwe Koude Oorlog is China aan de winnende hand, zowel door eigen kracht als door Amerikaanse zwakte.

Het gedrag van Xi en zijn agressieve ‘wolf warrior’ diplomaten heeft China in het Westen veel vijanden bezorgd. China is een reus die heel snel op zijn teentjes is getrapt en dan met strafmaatregelen komt, vraag maar aan bijvoorbeeld Australië, Canada en Engeland. In de VS is China steeds meer geworden wat vroeger de Sovjet-Unie was: de ideologische vijand. Die kentering kreeg haar beslag in de toespraak die Trumps minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo in juli 2020 hield in de Richard Nixon Memorial Library. Nixon was de president die met zijn reis naar Peking in 1972 China uit zijn isolement haalde en de grondslag legde voor de engagement-politiek die tientallen jaren de officiële lijn van Washington is geweest. Die politiek is nu failliet, zei Pompeo. ‘President Nixon heeft eens gezegd dat hij bang was dat hij een Frankenstein had gebaard door de wereld open te stellen voor de Chinese Communistische Partij, en hier zijn we dan.’

Amerika, zei Pompeo, moet de ‘harde waarheid’ erkennen dat ‘het oude gedachtepatroon van blind engagement met China’ een vergissing was. ‘Als we een vrije 21ste eeuw willen en niet de Chinese eeuw waarvan Xi Jinping droomt’, dan is er maar één oplossing die hout snijdt: de ‘1,4 miljard vrijheidslievende Chinezen, die nu nog door het regime gecontroleerd en onderdrukt worden’, losweken van de Partij. Regime change dus. Als dat het nieuwe gedachtepatroon wordt, kunnen we ons voorbereiden op oorlog. Dat van die 1,4 miljard Chinezen die slechts op de Amerikanen wachten om zich te bevrijden van het communistische juk is overigens een mooi staaltje van wensdenken.

De enige figuur in Trumps China-ploeg die echt verstand had van China was de oud-journalist en voormalige marine Matt Pottinger, een van de heel weinigen die de periode-Trump praktisch geheel heeft uitgediend. Daags na de bestorming van het Capitool trad hij af als adjunct-adviseur nationale veiligheid. Pottinger, die vloeiend Mandarijn spreekt, was de man achter het aan Azië gewijde gedeelte van de Nationale Veiligheidsstrategie. In dit rapport van december 2017 wordt een harde maar coherente politiek geformuleerd tegen de ‘strategische concurrent’ China.

Dat Trump China niet behandelde als concurrent maar als vijand en van het door Pottinger uitgestippelde beleid een rommeltje heeft gemaakt, betekent niet dat dat beleid compleet van de baan is. Want al konden de Republikeinen en de Democraten elkaars bloed wel drinken, op één punt waren ze het in de verkiezingstijd eens: tegen China past de harde lijn. Biden zal andere tactieken gebruiken, maar het doel blijft hetzelfde: voorkomen dat Amerika door China wordt overvleugeld. Hij zal waarschijnlijk een aantal maatregelen van Trump in al dan niet aangepaste vorm overnemen, zoals handelssancties, de banvloek tegen Huawei en het aanhalen van de banden met Taiwan – maar geen formele erkenning, want dat zou de één-China-politiek, de basis van de relatie tussen China en de VS, ondermijnen en neerkomen op een oorlogsverklaring. Biden zou de betrekkelijke eensgezindheid over China kunnen aangrijpen om een brug te slaan naar de Republikeinen.

De meeste leden van Bidens buitenlandstaf zijn veteranen uit de periode-Obama. Ook de Chinese minister van Buitenlandse Zaken Wang Yi is op zijn manier een Obama-man. Want wat verwacht hij van de nieuwe Amerikaanse regering? Dialoog in plaats van confrontatie, samenwerking op alle gebieden waarop samengewerkt kan worden, zoals het klimaatvraagstuk, de coronabestrijding en de non-proliferatie van kernwapens, en geen inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van China. Alle Chinese misstanden – zoals de etnische genocide op Oeigoeren en Tibetanen, de politieke terreur in Hongkong, het smoren van alle kritische geluiden – zijn volgens China binnenlandse aangelegenheden. Ook zijn belangrijkste buitenlandse conflicten ziet Peking als binnenlandse zaken waarin Chinese ‘kernbelangen’ op het spel staan. Het gaat om aanspraken op gebieden die stuk voor stuk potentiële brandhaarden zijn: Taiwan, de Zuid-Chinese Zee, Japanse eilandjes in de Oost-Chinese Zee en gebieden aan de grens met India.

Als Joe Biden vindt dat de klimaatkwestie prioriteit moet hebben, krijgt Xi Jinping een sterke troef in handen

John Kerry, onder Obama minister van Buitenlandse Zaken en nu speciale gezant over klimaatverandering met brede volmachten, vindt dat de klimaatkwestie prioriteit moet hebben boven alle andere problemen. Als Biden dat ook vindt krijgt Xi een sterke troef in handen. Hij kan dan immers in ruil voor zijn handtekening Amerikaanse concessies op andere gebieden eisen. Het inslikken van alle kritiek bijvoorbeeld. Dat scenario is echter buitengewoon onwaarschijnlijk, want Obama’s China bestaat niet meer. Biden wil geen specifieke maar een totaalaanpak van de relaties met China. Die aanpak moet veel meer dan in Obama’s tijd concurrentiegericht zijn.

De sleutelfiguren van het nieuwe China-beleid worden Bidens nationaal veiligheidsadviseur Jake Sullivan en Kurt Campbell, die Hillary Clintons onderminister was voor Oost-Azië en de Pacific en nu als ‘Indo-Pacific coordinator’ Sullivans rechterhand wordt. Eind 2019 publiceerden ze in Foreign Affairs een artikel met een titel die nu kan gelden als de samenvatting van Bidens China-politiek: _‘Competition Without Catastrophe: How America Can Both Challenge and Coexist With China’. _

Co-existentie is dezelfde term die, met ‘vreedzame’ ervoor, de verhouding tussen de VS en de Sovjet-Unie kenmerkte tijdens de Eerste Koude Oorlog. Ze betekent, aldus Sullivan en Campbell, geen inslikken van kritiek, laat staan overgave, maar het herstel van het machtsevenwicht. Concurrentie moet worden opgevat als ‘een situatie die moet worden gemanaged en niet als een probleem dat moet worden opgelost’. Vorige week schreef Campbell in Foreign Affairs: ‘China’s groeiende materiële macht heeft het delicate evenwicht in de regio verstoord en Peking aangemoedigd in zijn territoriale avonturen. Als daar niets aan gedaan wordt, kan het Chinese optreden een eind maken aan de langdurige vrede in de regio.’

Deze ‘glasheldere strategie’, stelt Sullivan, ‘erkent dat China een serieuze strategische concurrent is, die op veel gebieden handelt in strijd met onze belangen.’ Een concurrent, dus geen rivaal, agressor of vijand. Kort samengevat: engagement met China als dat in het Amerikaanse belang is, een harde lijn als Amerikaanse belangen worden geschaad. Biden wil de democratie versterken, zwaar investeren in onderwijs en Amerika weer een voorsprong geven op technologisch, economisch en innovatief gebied om Amerika’s soft power te herstellen en beter met China te kunnen concurreren. Biden zelf heeft gezegd dat de Amerikaanse acties tegen China’s ‘kwalijke praktijken op het gebied van handel, technologie, mensenrechten en andere gebieden’ veel effectiever zullen zijn ‘als we coalities bouwen van gelijkgezinde partners en bondgenoten ter verdediging van onze gemeenschappelijke belangen en waarden’.

Joe Biden, in zijn tijd als vicepresident, en vicepresident Xi Jinping op het Dujiangyan-irrigatiesysteem. China, 2011 © Peter Parks / AFP / ANP

Gelijkgezinde partners en bondgenoten zijn landen die door Trump haast als vijanden zijn behandeld. Denk aan Aziatische landen als Japan, Zuid-Korea, Australië, Nieuw-Zeeland en India, aan Groot-Brittannië, Canada en de Europese Unie. Ze hebben diverse samenwerkingsverbanden met de VS. Naast de navo heeft Washington ook een groot aantal bilaterale defensieverdragen en twee multilaterale veiligheidsorganisaties: in Five Eyes wisselen de VS, het VK, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland inlichtingen uit, terwijl de informele Quad (VS, Japan, Australië en India) streeft naar militaire samenwerking. De Quad zou kunnen uitgroeien tot een Aziatische versie van de navo. Hoe meer de spanningen met China oplopen, des te meer zullen deze organisaties worden uitgebouwd, al zullen Biden en zijn minister van Buitenlandse Zaken Tony Blinken diplomatieke wapens verre prefereren boven militaire. Wat niet wegneemt dat de Amerikaans-Chinese wapenwedloop gewoon zal doorgaan.

Nog niet zo lang geleden leek het zeker dat na Trump de relaties tussen Amerika en Europa weer zouden opbloeien. Biden maakte duidelijk dat hij met de EU een front wilde vormen om gezamenlijk sterker te staan tegen China. Bij het naderen van de deadline van 31 december 2020 voor de sluiting van een investerings-akkoord tussen China en de EU liet hij via Jake Sullivan weten dat hij ‘vroegtijdig overleg met onze Europese partners over onze gemeenschappelijke zorgen over China’s economische praktijken’ op prijs zou stellen. Deze oekaze had geen effect. Zonder overleg met het team-Biden sloot de EU na 35 onderhandelingsrondes het akkoord met China. Europese bedrijven zullen een betere toegang krijgen tot de Chinese markt en China zal optreden tegen dwangarbeid – een door China ontkende misstand die vooral Oeigoerse moslims treft, en waarvan ook Europese bedrijven profiteren.

Het akkoord leidde tot een scherpe controverse. Sommigen vinden het in deze zware coronatijd een geweldige opsteker voor de Europese bedrijvigheid, vooral voor de Duitse auto-industrie. Anderen menen dat Europa grenzeloos naïef is door nog altijd te denken dat de Chinezen de westerse waarden gaan omhelzen als je maar genoeg zaken met ze doet. Naïef? Nee, cynisch, roepen weer anderen, want het was Europa alleen te doen om geldelijk gewin. Geen woord over de controle op de naleving van de vage Chinese belofte om een misstand te bestrijden die volgens Peking een kwaadaardig Amerikaans-Brits verzinsel is. Geen woord over de andere massale mensenrechtenschendingen. Geen woord over de onderwerping van Hongkong. En geen woord over de vraag hoe het mogelijk is dat China volgens de EU drie dingen tegelijk is: systemische rivaal, concurrent en partner. Waarschijnlijk alle drie, al naargelang het uitkomt.

China was opgetogen over Europa’s ‘strategische autonomie’. Allicht, want het gevaar voor een economisch isolement was geweken, en de Europese concurrentie is voor de Chinese bedrijven alleen maar een stimulans om efficiënter te worden. Verre van amused was de aankomende Amerikaanse regering, die plotseling begreep dat een herstel van het oude trans-Atlantische bondgenootschap geen uitgemaakte zaak was. Wat ze niet begreep was wat Angela Merkel, de aanjager van de deal met China, bewogen heeft. Zeker, de bondskanselier heeft sterk aan de Duitse auto-industrie gedacht, die zonder China een enorme opdoffer zou krijgen. Bovendien is ze van de oude school die leert dat engagement met China uiteindelijk ook politieke vruchten afwerpt.

Zonder overleg met team-Biden sloot de EU na 35 rondes het investeringsakkoord met China. Het leidde tot een scherpe controverse

Maar er is meer. Merkel is niet vergeten dat China het Westen uit de kredietcrisis van 2008 heeft getrokken. En ze denkt met afschuw aan de manier waarop Europa de laatste vier jaar door Amerika behandeld is. Soms verbood Washington de Europeanen zaken te doen met China terwijl Amerikaanse bedrijven dat wel deden. En het belangrijkste: Merkel weet dat het trumpisme allesbehalve dood is. Europa kan dus voorlopig niet op Amerika vertrouwen, Biden of geen Biden. Die hoopt dat het Europarlement de deal met China wegstemt of er zware mensenrechtelijke voorwaarden aan verbindt. En dat er met de opvolger van Merkel zaken kunnen worden gedaan. Hij verwacht dat Europa zal aanschuiven bij de conferentie van democratische landen die hij wil beleggen om wat betreft China op een lijn te komen.

Een legertje westerse China-exegeten vindt dat China een gevaarlijke kolos is, maar wel eentje op lemen voeten waarvan de dagen geteld zijn. Lees er The China Nightmare: The Grand Ambitions of a Decaying State maar op na, een pas verschenen boek van Dan Blumenthal van het American Enterprise Institute. Inderdaad, er zijn argumenten genoeg dat het met het bewind van de Communistische Partij slecht moet aflopen. De gebruikelijke argumenten – schuldenberg, vergrijzing, milieucatastrofe – blijven staan, nieuwe zijn er bijgekomen. Voor de Chinese economie zou er zware storm op til zijn. Veel buitenlandse bedrijven en toeleveringsketens hebben China verlaten. Zo zijn om economische en politieke redenen talloze Taiwanese bedrijven vertrokken naar Zuidoost-Azië of naar Taiwan zelf. De recente ombuiging van China’s economische strategie – minder focus op het buitenland, veel meer op China zelf – stuit op een achterblijvende binnenlandse consumptie en op kolossale belangen van de partijelite. De Partij brengt steeds meer privébedrijven in haar greep, die soms een wurggreep blijkt, vraag maar aan de in ongenade gevallen Alibaba-baas Jack Ma. De door Amerika ontketende techoorlog zou China op een niet meer in te halen technologische achterstand hebben gezet. Het wereldwijde project van de Nieuwe Zijderoutes is in crisis nu veel landen hun schuld aan China niet meer kunnen betalen. Dit alles zou de legitimiteit van het bewind kunnen aantasten.

Ook op (geo)politiek gebied zou er voor China groot onheil in het verschiet zijn. Met zijn extreme machtsconcentratie, Mao-achtige persoonlijkheidscultus en grootschalige zuiveringsacties onder het mom van corruptiebestrijding zou Xi machtige vijanden hebben gemaakt. Ze zouden slechts wachten op een ramp waarvoor dan slechts één persoon de schuld zou kunnen krijgen: Xi Jinping, de Voorzitter van Alles. Ook in de wereld zou Xi zich te veel vijanden tegelijk hebben gemaakt. Nog even, en hij zou terechtkomen in de valkuil waarin grootmachten plegen te belanden die zich te buiten gaan aan imperial overstretch. Volgens een variant op dit scenario zou Xi bang zijn dat het moment om de supermacht te grijpen verglijdt als hij niet snel handelt. Zijn agressieve gedrag zou zijn haast, zwakte of onzekerheid moeten verhullen. Deze vlucht vooruit zou vroeg of laat in een afgrond moeten eindigen.

Niemand kan uitsluiten dat het met het China van Xi goed mis kan gaan. Maar het is veel waarschijnlijker dat de – voornamelijk Amerikaanse – onheilsprofeten last hebben van dezelfde politieke oogafwijking die de afgelopen veertig jaar het westerse zicht op de ontwikkelingen in China heeft verduisterd: wishful thinking. Vroeger dachten de wensdenkers dat China zou democratiseren en een aanhangwagen van het Westen zou worden, tegenwoordig dat het regime van de communistische partij aan zichzelf te gronde zal gaan. Inderdaad, begin 2020 leek de Partij even te worden overspoeld door een golf van protesten tegen de pogingen om de beginnende epidemie weg te moffelen. Dit is niet alleen het werk geweest van de partijbazen van Wuhan, die uit angst voor straf de waarheid verborgen hielden. Het staat nu vast dat Xi Jinping zelf verantwoordelijk was voor de instructie aan virologen en researchers om zonder toestemming van de Partij niets over het nieuwe coronavirus en zijn herkomst te publiceren.

Maar wat even het Tsjernobyl-moment voor de Partij leek, was snel voorbij. Xi pakte de regie in de strijd tegen het virus, nam draconische maatregelen, begon een mondkapjesdiplomatie die China ook financieel geen windeieren legde, stelde China de rest van de wereld ten voorbeeld en beval de geschiedenis te herschrijven. De gebeurtenissen van de eerste 25 dagen van de epidemie werden gewist, hun sporen op internet inbegrepen. De boodschappers van de misstanden uit die periode worden gestraft wegens ‘ruzie stoken en problemen veroorzaken’. De aan corona overleden dokter Li Wenliang is nu officieel een martelaar in de glorieuze strijd tegen het virus. Zijn waarschuwingen voor de besmettelijkheid van de ziekte en zijn muilkorving door de politie passen niet in het officiële succesverhaal en zijn daarom weggemaakt.

Ook op economisch gebied is de voorspelde ineenstorting niet in zicht. Het herstel verloopt verbluffend snel. De economie is in het rampjaar 2020 met twee procent gegroeid, de groei van dit jaar wordt geraamd op bijna acht procent, de munt wordt voortdurend sterker. De Chinese economie zal naar verwachting de Amerikaanse inhalen in 2028. De Partij weet heel goed waar de zwakke plekken zitten. Vandaar de economische prioriteiten: versterking van de innovatie van strategische techsectoren om China technologisch zelfvoorzienend te maken, vermindering van de economische afhankelijkheid van het buitenland, veiligstelling van de toeleveringsketens, schuldafbouw, stimulering van de binnenlandse vraag en de daarvoor benodigde bestrijding van inkomensongelijkheid.

Xi zit steviger in het zadel dan ooit. De rebelse geest van een jaar geleden heeft plaatsgemaakt voor een trots nationalisme. Ook de internationale rol van China is sterk gegroeid. Vrijwel overal in de wereld is China aanwezig. China handelt niet uit zwakte of onzekerheid. China is sterk. En Amerika is zwak geworden. Het offensief dat de regering-Trump tegen China ontketende is volgens de Communistische Partij een even misplaatste als wanhopige poging om angst te zaaien voor de ‘Chinese dreiging’ en een desperate terugkeer naar de ‘Koude-Oorlogmentaliteit’.

Voor Xi staat de economische en politieke neergang van Amerika vast. De eerste tekenen daarvan waren in Chinese ogen de aanval op de Twin Towers in 2001 en de daaropvolgende rampzalige Amerikaanse interventies in Afghanistan en Irak. De westerse financiële crisis van 2008 deed in China de stem van de voorstanders van het westerse kapitalisme verstommen. Toen Xi Jinping in 2012 als partijleider aantrad, meenden sommige westerse beleidsmakers in hem de Chinese Gorbatsjov te herkennen. Ze werden snel uit de droom geholpen.

De verloedering van de democratie in diverse westerse landen, de erbarmelijke westerse corona-aanpak, de hypocrisie waarmee Trump China de les las, de chaos rond de Amerikaanse presidentsverkiezingen, de strapatsen van Trump, zijn klunzige couppoging en de Capitolijnse furie: het was allemaal meer dan Xi zich had kunnen wensen. Het bewijs was nu definitief geleverd: het Chinese systeem is veruit superieur aan de decadente, inefficiënte westerse democratie. Het kan het oppermachtige China daarom niet meer schelen wat het Westen denkt van Chinese toestanden, hoe stuitend die ook mogen zijn. En wie er toch wat van denkt kan rekenen op straf.

De nieuwe Amerikaanse regering wil weer actief worden in internationale organisaties, waarin China dankzij eigen initiatieven en het door Trump geschapen vacuüm sterk is opgerukt. Die organisaties zijn door de Volksrepubliek altijd gezien als bolwerken van de liberale wereldorde die na de Tweede Wereldoorlog door het Westen werd gecreëerd ter verdediging van de eigen belangen. China had daarin geen aandeel gehad en had dus van die westerse uitvinding weinig goeds te verwachten. Dat was althans de officiële lijn – tot de viering van de 75ste verjaardag van de Verenigde Naties in september vorig jaar. In een videotoespraak riep Xi Jinping China uit tot medegrondlegger van de VN. Inderdaad, China was in de Tweede Wereldoorlog de bondgenoot van de geallieerden en samen met de VS, het VK en de Sovjet-Unie stond het aan de wieg van de Verenigde Naties. Alleen: dat was niet de Volksrepubliek China van Mao Zedong, maar de Republiek China van Chiang Kai-shek. Pas vier jaar later, in 1949, moest Chiang in Peking het veld ruimen voor Mao.

Wat heeft Xi met die manipulatie van de geschiedenis voorgehad? Door zijn land tot medestichter van de VN te proclameren wilde hij laten zien dat China zijn mondiale verantwoordelijkheid serieus neemt en rechtvaardigde hij de steeds groter wordende Chinese politieke en financiële aanwezigheid in de VN-organisaties. China is druk bezig deze organisaties te co-opteren om ze de Chinese opvattingen en waarden te laten verkondigen, bijvoorbeeld op het gebied van de mensenrechten, en ze de Chinese belangen te laten behartigen, bijvoorbeeld op het gebied van de gezondheid. Deze ombouw van de VN gaat gepaard met de opbouw van een parallelle Chinese wereldorde, die gestalte krijgt in mega-initiatieven als de Nieuwe Zijderoutes, de Asian Infrastructure Investment Bank en de recent opgerichte Regional Comprehensive Economic Partnership. Onder Chinese hegemonie wordt deze rcep de grootste vrijhandelsorganisatie van de wereld.

Amerika wil via co-existentie zijn wereldleiderschap heroveren. China wil zonder concessies de wereldhegemonie veroveren. De projecten van het China van Xi en het Amerika van Biden zijn dus onverenigbaar.