Parijs: zoeken naar een antwoord

Medium large commentaar 47

Het was afgelopen week alsof de (sociale) media met een storing kampten. Zo identiek waren de reacties op de gruwelijke terreuravond in Parijs aan dat wat er tien maanden geleden gezegd werd, na de aanslagen op Charlie Hebdo en een joodse supermarkt.

Vanuit rechtspopulistische hoek klonk dezelfde gulzige oorlogstaal. Die werd deze keer officieel bekrachtigd door zowel de Franse president Hollande als premier Rutte.

Misschien nog wel verontrustender was dat ook de redelijke critici niet verder kwamen dan de inmiddels bekende dooddoeners. ‘Dit heeft niets met de islam te maken.’ En, in verschillende varianten: ‘Het is allemaal de schuld van George W. Bush met zijn oorlogen.’ Ook veel gehoord: ‘Hypocriet om massaal te rouwen over Parijs, terwijl in Syrië en Jemen al jaren hetzelfde gebeurt.’

Het klinkt sympathiek, maar je hebt er weinig aan. Het valt moeilijk te ontkennen dat het terrorisme van IS en al-Qaeda ‘iets’ met de islam te maken heeft – de vraag is wát. Dat de westerse war on terror heeft bijgedragen aan een situatie waarin het islamisme uitstekend gedijt, klopt. Maar met die constatering los je de reële dreiging van IS niet op. En dat het elders allemaal nog veel rampzaliger is, dat zal niemand betwisten. Maar wat wil je daar nu eigenlijk mee zeggen?

Het zijn stuk voor stuk relativeringen. Dat is een begrijpelijke reactie gezien de stortvloed van repressie en xenofobie die ons te wachten staat. Want laat niemand zich vergissen: wie het woord ­‘oorlog’ in de mond neemt, verkondigt impliciet ook de uitzonderings­toestand. Daarin is veel, zo niet alles geoorloofd. Is dat werkelijk wat we willen? Zijn we bereid onze vrijheid in te leveren voor de strijd tegen een wannabe-kalifaat dat misschien in staat is sporadisch aanslagen uit te voeren, maar toch echt niet morgen met tanks bij de grens met Venlo zal staan?

Het nadeel van relativeringen is dat ze weinig zeggen over hoe het dan wél zit. Laat staan hoe erop te reageren. Dat is een serieus probleem. Achter de progressieve dooddoeners schuilt de wens dat deze aanslagen slechts oprispingen zijn. Dat we over een paar weken weer terugkeren naar de orde van de dag. Naar overzichtelijker politieke tegenstellingen waarmee we wél wat kunnen. Links versus rechts bijvoorbeeld, of de ‘99 procent’ tegen de banken. Typerend is de uitspraak die dit blad in 2003 (!) optekende uit de mond van de ook nu weer veel geciteerde Franse arabist Olivier Roy: ‘De politieke islam is op zijn retour.’

Helaas is de afgelopen jaren op de ‘ogen en oren’ in de buurten schaamteloos bezuinigd

Was het maar zo. Of het nu in Afghanistan is, in Syrië of straks weer in Libië: de dreiging van de radicale islam is here to stay. Daarmee zijn ook de autoritaire leiders die zich opwerpen als haar voornaamste tegenstander verzekerd van populariteit: denk aan Poetin, denk in eigen land aan Wilders.

Het democratische geluid zit klem tussen deze twee kampen. Tussen de jihadisten die alles wat met vrijheid en gelijkheid te maken heeft haten. En de rechtspopulisten die, om de ‘islamo-fascisten’ te bestrijden, de vrijheid en openheid net zo goed om zeep willen helpen. In zo’n benarde situatie red je het niet met relativeringen. Ook niet met een afgezwakte versie van het programma van Wilders, zoals veel middenpartijen doen. Daar is een eigen, progressief geluid voor nodig. Compromisloos tegenover het islamisme, maar zonder democratische verworvenheden op te geven.

Kan dat? Jazeker. Het is zelfs precies wat de enige effectieve oppositie tegen IS in Syrië probeert: de Koerden. Ingeklemd tussen het islamisme en dictator Assad trachten zij samen met andere bevolkingsgroepen een democratisch, emancipatoir alternatief op te bouwen. Zij vragen niet om westerse grondtroepen, zelfs niet zozeer om bombardementen. Het voornaamste dat zij nodig hebben zijn zware wapens. Is het voor een land als Nederland, dat oorlogstuig levert aan de grootste schurkenstaten, te veel gevraagd om daarbij te helpen?

Het bezwaar ligt voor de hand: Turkije. Dat is meteen een tweede punt. Onder het mom van de strijd tegen terrorisme bombardeert deze Navo-­bondgenoot het verzet tegen IS. Wanneer gaan landen als Nederland, de Verenigde Staten en Frankrijk Erdogan daar serieus op aanspreken? Hetzelfde geldt voor Saoedi-Arabië, het land dat met zijn agressieve export van het wahabisme de kiem heeft gelegd voor het islamistisch terrorisme. Met zulke vrienden heb je geen vijanden meer nodig.

Ook in eigen land is een andere aanpak mogelijk – en noodzakelijk. De aivd meer geld en bevoegdheden? In elk geval niet zolang de veiligheidsdienst nog tijd heeft om achter veganisten en asiel­activisten aan te gaan. Ondertussen wordt hoog opgegeven van de unieke Nederlandse ‘ogen en oren’ in de buurten: de wijkagent, het sociaal werk, de scholen. Helaas is de afgelopen jaren uitgerekend op die uiterst effectieve antiterrorisme-aanpak schaamteloos bezuinigd. Gelukkig is het niet te laat om dat terug te draaien.

Het zijn stuk voor stuk maatregelen die alles te maken hebben met de enige relativerende open deur die na de aanslagen in Parijs klonk die wél hout snijdt. Dat wij – atheïst, christen, jood, moslim – ons niet tegen elkaar moeten laten uitspelen. Dat we in alle paniek niet onze vrijheid moeten opgeven. Dat we ons niet moeten overgeven aan oorlogsretoriek en autoritaire schijnoplossingen. Omdat dát nou juist precies is wat de islamisten willen bereiken.

Laten we ze dat terreurdoel nooit gunnen.