Particulier

Ik was laatst in New York en bezocht daar de Morgan Library.

Of nee, laat ik eerst dit zeggen.

Er was eens een generatie die niet moe werd met maximale inzet en tomeloze onverschrokkenheid met z'n kop tegen de Muur te lopen. Hij moest immers toch een kéér neergaan. En dan zou de wereld er anders uitzien. Geen oorlog, geen terreur (al kon niet worden bevroed welke betekenis die term twee decennia later zou hebben). Geen honger, geen machtsongelijkheid (als dit begrip nu nog iemand iets zegt).

Een wereld met een nieuwe moraliteit, om met prinses Laurentien te spreken.

Maar goed, ik was dus in die Morgan Library. Een prachtige negentiende-eeuwse bibliotheek aan Madison Avenue, tevens museum. Ik ging er naartoe omdat ik had gelezen in de krant dat er een expositie was over autobiografisch schrijven. In de vitrines lagen de meest beroemde dagboeken. Van Charlotte Brontë, Samuel Pepys, Elias Canetti… Maar ook dagboeken van minder beroemde mensen, die misschien wel net zo interessant waren. Mooie gecodeerde dagboeken bijvoorbeeld, over geheime affaires.

Fascinerend om te zien hoe inventief mensen zijn als ze iets moeten verbergen maar het toch niet kunnen laten het allemaal precies te noteren. De meeste indruk op mij maakte het dagboek van een Amerikaanse huisvrouw, midden vorige eeuw. De manier waarop zij haar leven boekstaafde, raakte me diep. In een hypnotiserende cadans noteerde ze haar wapenfeiten: aardappelomelet gebakken, vanillepudding gekookt, trui gebreid voor de kleine Sara, runderbouillon getrokken, zondagse broek genaaid…

Niet dat dit dagboek in de vitrine lag in een poging de traditioneel vrouwelijke persoonlijke wissewasjes op te stuwen in de vaart der volkeren. Het was natuurlijk vooral zo saillant omdat op de datum waarop dit dagboek opengeslagen was diezelfde vlijtige vrouw tussen de breipatronen en de recepten in haar priegelhandschrift had geschreven: Pearl Harbour aangevallen door Japan.

In zijn naaktheid kwam die mededeling des te harder aan.

Custardpudding gemaakt, kussenslopen geborduurd, Pearl Harbour aangevallen.

Misschien moet ik ook even zeggen dat er eens een generatie was die zich wezenloos breide. Geen geitenwollen sokken, verre van, dat was meer iets voor die vervelende hippiegeneratie boven hen, maar gewoon: grote truien. Truien waarin het behaaglijk actievoeren was en je bij nacht en ontij vast te laten ketenen aan toegangspoorten en hekken, van luchtmachtbases, kerncentrales, bomen die absoluut niet mochten worden omgehakt, et cetera.

Ik zag het opeens helemaal voor me wat ik op 9 november 1989 in mijn dagboek geschreven zou hebben. En dus ging ik mijn dagboek van dat jaar zoeken, of eigenlijk gewoon mijn agenda die een tijdlang als een soort dagboek fungeerde.

Wat ik misschien ook even moet zeggen, is dat je dat nooit moet doen, zo'n duik in de verleden tijd. Zeker niet als het al wat later op de avond is. Een dagboek suggereert iets ultiem intiems en eerlijks, maar de dagboekschrijver zelve ziet onmiddellijk de leemtes en de toedekkingen. Dat de leugenachtigheid met soeplepels van de bladzijdes te scheppen is, is overdreven, maar de schaamtevolle zaken, de barsten in het bestaan, ze worden weggemoffeld in mededelingen over zuurkooltaart en linzenpuree.

Toen ik mijn eigen agenda onder ogen had, kreeg het dagboek van die Amerikaanse vrouw in de Morgan Library met terugwerkende kracht nóg meer lading.

Allereerst was ik vergeten dat in 1989 de jaren tachtig gewoon voorbij waren. In mijn herinnering kwam bij de val van de Muur alles zo'n beetje samen, en zat iedereen te popelen om af te reizen naar de plek waar het gebeurde. Hun strijd, onze strijd, dat idee. In de praktijk waren we al lang gevangenen van het burgerlijke bestaan, en kon niemand zomaar weg om ook een pikhouweel ter hand te nemen. En als je dat wél kon, dan had je iets niet helemaal goed gedaan.

Wat niet wegneemt dat in mijn agenda, op 9 november, in een nogal opgewonden belettering een omineuze uitroep te lezen is, tussen de eet- en werkafspraken in. Ooit zal een schuifelende menigte in een prestigieus museum een blik werpen in een vitrine waarin een agenda opengeslagen ligt op een belangrijke historische datum. De met kennelijke emotie neergekalkte exclamatie treft eenieder recht in het hart: het gebeurt maar zelden dat het persoonlijke en het politieke zo treffend worden samengebald.

Hoera, staat er.

Inderdaad: hoera.

Alleen de dagboekschrijfster weet vanwaar de feestvreugde echt stamt. Nee, niet dat de kwarksoufflé eindelijk gelukt was, zo erg was het nou ook weer niet. Ze had haar eerste stuk in De Groene Amsterdammer.

Dat de Muur die avond ook nog eens viel, leek niet meer dan passend.