Partijtje voor kinderen

Het is schrijnend dat er kinderen zijn die nooit bij iemand spelen, geen partijtje geven - en dus nooit ‘terug’ worden gevraagd- niet op vakantie gaan, geen nieuwe kleren krijgen en niet deelnemen aan het verenigingsleven. Het gaat in Nederland om bijna 100.000 kinderen, zo blijkt uit het vorige week verschenen rapport Sociale Uitsluiting bij kinderen van het Sociaal en Cultureel Planbureau.

De oorzaken van dit sociale isolement zullen niemand verbazen. Het gaat om kinderen uit gezinnen met een zwakke sociaal-economische positie die meestal wonen in een Vogelaarwijk. Andere causale risicofactoren zijn structurele schuldenlasten, een ouder met een chronische ziekte of een psychiatrisch profiel die een wissel op het hele gezin trekt. Ook ‘slechte beheersing van de Nederlandse taal’ speelt een rol. Maar het a-woord valt niet.

Dit becijferen is altijd nuttig, zeker aan de vooravond van de verkiezingen. Maar wat doe je ermee? Het rapport geeft toe dat er al ‘zoveel beleid is ontwikkeld’. Zoals Nationale Actieplannen Armoedebestrijding en Participatiebevordering Kinderen. Balkende-IV trok extra geld uit voor beleid om meer voorzieningen voor kansarme kinderen te faciliteren. Het wijkenbeleid van minister Vogelaar werkt aan de hele leefstructuur. Er is bijzondere bijstand met extra voorzieningen voor kinderen en ouders. Als je het rijtje leest kun je het woord beleid haast niet meer horen. Maar werkt het? Het rapport concludeert voorzichtig dat ‘inkomensbeleid gericht op ouders niet automatisch inhoudt dat sociale uitsluiting van kinderen substantieel afneemt’. Een van de aanbevelingen van de onderzoekers is om al ‘dat beleid te bundelen in een breed Jeugdparticipatiefonds’.

Je voelt op je klompen aan dat dit ‘beleid’ ook niet gaat helpen. De politiek komt er namelijk niet uit. Aan de ene kant zegt Mark Rutte (VVD): mensen krijgen kans op kans en kiezen ervoor om aan de zijlijn te staan. ‘Veel sociaal beleid is in feite asociaal, het drijft mensen juist in een lethargische armoedespiraal.’ Hij pleit voor het stellen van meer eisen aan de onderklasse om de eigen verantwoordelijkheid te stimuleren Aan de andere kant hamert Mariëtte Hamer (PvdA) op ‘een betrokken samenleving waarin iedereen een kans heeft om mee te doen’. Ze wil een groter sociaal vangnet en definitief afscheid nemen van het neoliberalisme.

Beiden bieden geen oplossing. De ondermeer door Drees en Den Uyl opgebouwde verzorgingsstaat heeft niet kunnen voorkomen dat de ouders van deze kinderen aan de zijlijn staan. Tegelijk mag een samenleving nooit achteroverleunen als het om kinderen gaat. Zij kiezen niet voor de zijlijn. Daarentegen is een overheid die vergaand achter de voordeur van de burgers komt ook niet gewenst.

De oplossing voor deze verwaarloosde jeugd is er niet zomaar, want het is onderdeel van een breder sociaal-maatschappelijke probleem waar álle politieke partijen hun tanden op breken. Maar als de oprichting van een pedopartij ooit werd geopperd en er in de kamer een partij opkomt voor de dieren waarom is er nog geen partij voor kinderen? Ludiek, natuurlijk. Toch gaat het bij kinderen om groepsbelang dat van algemeen belang is.