De ik-generatie blijft weg

Pas als het echt nodig is

Een cynische generatie millennials heeft weinig fiducie in de politiek. Hen engageren betekent inspelen op specifieke thema’s en identiteit. ‘Waar hoor ik bij? Dat is voor veel jongeren de vraag.’

Medium hh 62598786
Anti-Trump-demonstranten bij de Stonewall Inn in de Village, New York © Henny Garfunkel / Redux / HH

Zodra de wijzers van de hoge klokkentoren op twee uur staan, speelt het klokkenspel de bekende melodie van de Big Ben. Het betreft hier echter niet de monumentale toren in Londen zelf, maar die op het Capitol-plein in Richmond, de hoofdstad van de Amerikaanse staat Virginia, een van de oudste staten van de Verenigde Staten, die zichzelf nog steeds een gemenebest mag noemen. Het is zondag 15 januari en in het aangrenzende park staan honderden Amerikanen opeengepakt. Ze dragen sportkleding, zonnebrillen en honkbalpetjes. Sommigen houden bordjes boven hun hoofd met leuzen als ‘Gezondheidszorg is een mensenrecht’ en ‘Red Obamacare!’.

Een vrijwilliger van de Democratische Partij zweept de menigte op. ‘We willen dat u klapt zodra Senator Kaine verschijnt om u toe te spreken’, zegt hij in de microfoon, staand op een klein podium. ‘Laat u eens horen!’ Luid gejuich en applaus vallen hem ten deel. De demonstranten vrezen dat de aankomende Republikeinse president Donald Trump er alles aan zal doen om de gezondheidszorgvernieuwing van vertrekkend president Barack Obama de nek om te draaien. In de menigte zijn veel grijze en zilverkleurige kapsels te zien. De meesten zijn duidelijk ouder dan 55 jaar, babyboomers, maar her en der staan ook jongeren. Het zijn twintigers en dertigers, geboren tussen 1980 en 2000 – de millennials.

Tijdens de laatste presidentsverkiezingen waren zij een belangrijke factor. In Florida, Wisconsin en Michigan, zogenoemde swing states, wist Trump een krappe meerderheid te behalen door veel ouderen en een groot deel van de plattelandsbevolking ertoe te bewegen op hem te stemmen. Clinton verloor deze staten, onder meer omdat ze onvoldoende steun onder millennials genoot. Alhoewel het haar lukte om cijfermatig de meeste jonge mensen aan zich te binden kreeg ze in vergelijking met Obama percentueel veel minder jongeren achter zich. In beslissende staten als Florida behaalde ze zestien procent minder stemmen van jongeren dan president Obama in 2012. Hetzelfde patroon was te zien in Wisconsin (twintig procent minder) en Pennsylvania (negentien procent minder). Concerten in deze staten van popartiesten als Beyoncé en Katy Perry ten spijt. Mede hierdoor, en dankzij enkele tienduizenden stemmen meer in strategische kiesdistricten, veroverde Trump op 8 november het Witte Huis.

Maar op 15 januari is daar in Richmond nog weinig van over. Vlak bij het podium staan de millennials Miles Keller (29) en Devin Keller (27). Het pas getrouwde stel woont sinds twee jaar in Richmond en staat hier om zijn burgerplicht te vervullen. ‘We willen dat de Republikeinen de gezondheidszorghervormingen van president Obama niet terugdraaien. Dankzij Obamacare hebben dertig miljoen onverzekerde Amerikanen toegang gekregen tot een huisarts of het ziekenhuis. Fantastisch toch?’ zegt Devin. Vinden ze het niet gek dat er op deze zondagmiddag zo weinig jonge mensen naar deze demonstratie zijn gekomen? ‘Ja en nee’, zegt Miles. ‘Jongeren zijn zich vaak nog niet bewust van het belang van gezondheidszorg omdat ze zelf meestal kerngezond zijn. Ik ben ook gezond, maar wil toch sociale betrokkenheid tonen. Er is geen andere optie dan meedoen en politiek actief zijn.’

Bovendien zouden veel generatiegenoten hun vrije zondag sowieso niet opofferen voor een protestactie, denkt het jonge echtpaar. Miles: ‘De meesten stemmen niet als er verkiezingen zijn. Of er nou presidentsverkiezingen of gouverneursverkiezingen plaatsvinden, ze denken dat hun stem er toch niet toe doet. Ze zijn cynisch geworden.’ Er is volgens hem actie nodig: ‘We proberen generatiegenoten uit ons netwerk ervan te overtuigen dat het uitbrengen van je stem tijdens verkiezingen er echt toe kan doen. Daar gaan we mee door en als ik zelf ooit de politiek in moet gaan, dan zal ik die verantwoordelijkheid nemen.’

Even later bestijgt een dominee het podium, en gaat in gebed. De menigte verstomt. Iedereen buigt het hoofd, waarna de voorganger de Heer vraagt om Amerika een goede toekomst te bezorgen. Hij wordt gevolgd door een aantal sprekers, waaronder Congresleden en gouverneur Terry McAuliffe. Vervolgens stapt Senator Tim Kaine de bühne op. In 2016 was hij als running mate van de verliezende Hillary Clinton kandidaat voor het vice-presidentschap. De ‘perfect American dad’ is nog steeds Senator. Hij houdt de menigte voor dat de Republikeinen de gezondheidszorgwet van president Obama dolgraag willen terugdraaien. ‘Maar ze hebben geen plan, geen alternatief. In de wandelgangen benaderen Republikeinse Senatoren mij en zeggen: eigenlijk zijn wij voor Obamacare.’ Hij roept alle aanwezigen op om dramaverhalen van zieke Amerikanen uit hun omgeving op te schrijven en op te sturen naar de Republikeinen in Washington DC. Luid gejuich valt hem ten deel.

Even herleeft de campagnesfeer van een paar maanden geleden en lijkt het alsof Kaine weer vice-presidentskandidaat is. Na zijn toespraak neemt hij de tijd voor kiezers die allemaal met hun Senator op de foto willen of een praatje met hem willen maken. Als iedereen weg is, staat hij mij te woord. ‘De verkiezingen hebben een nieuwe groep jongeren geënthousiasmeerd om politiek actief te worden’, zegt hij. ‘Ik ken veel jonge mensen die zich bijvoorbeeld grote zorgen maken om de klimaatverandering. Nadat ze hadden gezien dat aanstormend president Trump mensen uit de anti-klimaatveranderinghoek nomineerde voor cruciale kabinetsposten realiseerden ze zich dat politiek er wel toe doet.’

Onder onderzoekers wordt algemeen aangenomen dat het wegblijven van de millennials in Amerika vooral te maken heeft met de Democratische voorverkiezingen, waar de linkse kandidaat Bernie Sanders jongeren massaal achter zich wist te krijgen. Nadat WikiLeaks had onthuld hoe het partijbestuur hem tegenwerkte, bleef een groot deel van zijn jonge achterban gedesillusioneerd achter. Deze mensen bleven op de dag van de verkiezingen thuis.

Maar er is ook iets anders aan de hand. In haar boek Generation Me stelt Jean Twenge van San Diego State University in Californië dat mensen steeds jonger cynisch worden over de politiek. Het idealisme en progressieve denken, waar jongeren sinds de sociale revolutie van de jaren zestig mee worden geassocieerd, is onder hen vrijwel weg. Dat komt door de media die zeer aanwezig zijn. Waar het publiek vroeger slechts een kwartiertje per dag naar het journaal keek, wordt het tegenwoordig 24 uur per dag aan het nieuws blootgesteld. Jongeren zijn al sinds hun kindertijd geconfronteerd met het volwassenennieuws, waardoor ze ook sneller een volwassen blik ontwikkelen op de politiek. Het cynisme over het oplossen van problemen in de samenleving, dat volgens onderzoekers in de loop van de tijd bij volwassenen ontstaat, sluipt er tegenwoordig bij jongeren veel eerder in.

‘De meesten stemmen niet als er verkiezingen zijn, ze denken dat hun stem er niet toe doet. Ze zijn cynisch geworden’

Volgens de onderzoekster worden millennials al vanaf hun kinderjaren geconfronteerd met gebeurtenissen waar ze ‘toch niets aan kunnen doen’ – zoals high school shootings. Dus waarom zouden ze proberen om er wél iets aan te doen? Twenge noemt millennials ook wel de Generation Me, de ik-generatie, omdat velen denken dat de wereld om hem draait. Hun ouders hebben immers altijd gezegd dat ze ‘bijzonder’ zijn en dat ze ‘alles kunnen bereiken wat ze maar willen’. Dit narcisme wordt ook aangewakkerd door sociale media als Facebook en Instagram, waar op veel posts en foto’s het leven mooier wordt voorgesteld.

Veel jonge mensen zijn ervan overtuigd dat ze geen controle hebben op de politiek omdat die door een selecte club mensen wordt bestierd. Sommige onderzoekers menen juist dat millennials erg maatschappelijk betrokken zouden zijn, omdat ze ‘het systeem’ zat zouden zijn en het roer zouden willen omgooien – kijk naar de kortstondige Occupy-beweging van 2011. Maar volgens Twenge, die onderzoek deed naar politiek-maatschappelijke belangstelling onder jongeren van na de Tweede Wereldoorlog, heeft de laatste economische crisis ervoor gezorgd dat jonge mensen juist minder zijn gaan geven om de politiek.

In 1966 zei zeker zestig procent van deze leeftijdsgroep dat het belangrijk was om de politiek te volgen, terwijl in 2012 nog maar 35 procent dit uitgangspunt onderschreef. Het wantrouwen in de overheid en in religieuze organisaties is alleen maar toegenomen, concludeert Twenge. Het vertrouwen in de media is eveneens gezakt van zestig procent in de jaren zeventig naar 37 procent in 2012.

Auteur en ondernemer Ash Kumra is een stuk positiever over millennials en heeft ze als politieke kracht zeker niet opgegeven. Ze hebben namelijk ook een positieve eigenschap: het draait bij hen vooral om inspiratie. Kumra is oprichter van het bedrijf Youngry, waarmee hij vanuit Californië jongeren begeleidt bij het opzetten van innovatieve bedrijven. ‘Jonge kiezers zoeken iemand die met hen kan communiceren en waarin ze zichzelf kunnen herkennen. Belangrijk is de authenticiteit van de kandidaat’, stelt hij. ‘Voor jongeren is Obama echt een coole, aansprekende persoon, iemand die hen enthousiasmeert met zijn verhaal en iemand met wie ze zouden gaan sporten of de kroeg in duiken.’ Bij zowel Hillary Clinton als Donald Trump deed dit effect zich veel minder voor. De jongeren die wel voor Trump kozen, hebben dat gedaan omdat hij hen op één bepaald thema heeft geïnspireerd. ‘Millennials gaan namelijk voor thema’s en vallen niet voor het hele pakket van standpunten van presidentskandidaten.’

Millennials hebben genoeg van kandidaten die breed inzetten en daarmee iedereen willen bereiken, weet Kumra: ‘Hoewel Hillary Clinton meer vrouwelijke jonge kiezers trok omdat ze zich inzette voor de vrouwenzaak maakten haar banden met Wall Street haar voor veel Democratische millennials ongeloofwaardig. Zij zagen meer in Sanders, een vaderfiguur die sprak vanuit zijn hart en het opnam tegen het grote geld. Strategisch stemmen was er voor veel Democratische jonge kiezers niet bij. Zij namen de situatie persoonlijk op en haakten af.’

In de vroege ochtend van donderdag 19 januari verzamelen ‘Trumpianen’ zich bij het Lincoln Memorial in Washington DC, waar een popconcert wordt gehouden ter ere van de nieuwe president. Het publiek bestaat voornamelijk uit oudere Republikeinse kiezers; net als bij de Democratische demonstratie in Richmond zijn ook hier de jongeren in de minderheid. Ze dragen rode honkbalpetjes met ‘Make America Great Again’, sommigen hebben carnavaleske hoeden op en anderen zijn zelfs gekleed als Amerikaanse militairen uit de tijd van de onafhankelijkheidsoorlog tegen de Britten.

Medium hh 64115305
De uitslagen­avond van de Tweede-Kamer­verkiezingen bij GroenLinks in de Melkweg, Amsterdam © Michiel Wijnberg / HH

Tussen al deze fanatici zitten ook gewone burgers. Een van hen is veteraan Sean Bowling (29). ‘Ik heb in 2011 gevochten in Afghanistan en ben weer terug. Veteranen worden slecht behandeld in Amerika en Trump gaat dat veranderen. Dat, en het feit dat hij een succesvolle zakenman is die we nodig hebben om onze economie er bovenop te krijgen, is voor mij de belangrijkste reden om Trump te steunen’, vertelt Bowling, die een T-shirt draagt met het oranje gezicht van de nieuwe president. Hij heeft een baardje en is aan de zware kant. Morgen vindt de inhuldiging plaats, waarvoor hij vanuit Detroit is afgereisd naar de hoofdstad. Hoe kijkt hij tegen de politieke betrokkenheid van zijn generatie aan? ‘De meeste millennials halen hun informatie van Facebook. Daar circuleerde veel foutieve informatie over Trump, zoals de mythe dat hij tegen homorechten zou zijn, en daardoor hebben veel jongeren op Hillary gestemd. Behoorlijk wat vrienden van me zijn in haar smoezen getrapt.’ Bowling probeerde via Facebook andere jongeren te overtuigen om op de Republikein te stemmen, waaronder zwarte Amerikanen. ‘Trump heeft als zakenman een honkbalclub gered en heeft de ijsbaan in Central Park opgeknapt. Hij heeft altijd veel mensen uit minderheden in zijn bedrijven aangenomen. Dat zijn dingen die jongeren niet weten en daarmee heb ik sommigen overtuigd.’

Op een van de hellinkjes naast de Reflecting Pool bij het Lincoln Memorial zitten John Rich (23) en Lara Spots (23) uit West Palm Beach, Florida, in de zon. ‘Thuis heb ik zes maanden voor de Trump-campagne gewerkt. Het was een geweldige ervaring. Ik was en ben betrokken bij een beweging die hoop biedt. Ik sta achter Trump door zijn standpunten op het gebied van de economie. Ieder jaar vraagt de overheid meer belasting van de mensen en ieder jaar neemt onze nationale schuld toe. Daar moet eens een einde aan komen. Amerika heeft genoeg olie, gas en landbouwproducten om te kunnen gebruiken en verkopen aan het buitenland. Als we dat doen, kunnen we binnen vijf tot tien jaar van het tekort op de overheidsbalans af zijn. Zou dat niet fantastisch zijn? Trump wil en kan dit doen. Zijn uitverkiezing is erg goed, want nu kan hij nog iets veranderen. Over vier jaar is het te laat’, meent twintiger Rich.

‘Op Facebook circuleerde veel foutieve informatie over Trump, en daardoor stemden veel jongeren op Hillary’

Hij is als een van de weinige jongeren geëngageerd en staat nog steeds vierkant achter zijn kandidaat. ‘Het is niet erg dat veel millennials niet meedoen. Iedereen moet namelijk zijn eigen keuze maken. Vanuit de campagne heb ik zeker twintig jonge Democraten weten te overtuigen om op Trump te stemmen’, zegt hij met een glimlach op zijn gezicht. Zijn vriendin bracht echter geen stem uit omdat ze beide kandidaten niet vond inspireren. ‘Trump vond ik de minste van twee kwaden, maar ik geloofde hem niet en besloot daarom om niet te gaan stemmen. Hillary kon mij zeker niet motiveren, want ik vertrouwde haar niet. Achteraf heb ik geen spijt van mijn besluit, want als deze nieuwe president het verknalt, dan ben ik er niet verantwoordelijk voor.’

Niet alleen in Amerika is de keuze van jonge stemmers onderwerp van gesprek. Tijdens het referendum in 2016 over het EU-lidmaatschap van het Verenigd Koninkrijk kwamen veel jongeren niet opdagen, waardoor het vertrekkamp nipt won met 51,9 procent van de stemmen. Van de Britse jongeren kwam maar 64 procent opdagen – terwijl driekwart voor remain was. Van de mensen in de leeftijd tussen de 55 en 64 jaar ging zeker 75 procent naar de stembus en van de mensen die ouder waren dan 65 jaar ruim negentig procent. Deze groepen stemden in grote meerderheid voor een Brexit. Net als later in de VS lieten de jonge kiezers het afweten toen het erop aankwam.

‘Het is millennials in Groot-Brittannië niet gelukt om de Brexit tegen te houden’, constateert Roderik Rekker van de Universiteit van Amsterdam, ‘terwijl in heel Europa jongeren aanzienlijk vaker voorstander zijn van Europa dan oudere kiezers.’ Rekker baseert zijn bewering onder meer op de Eurobarometer, die sinds de jaren zeventig ieder jaar de stemming in de lidstaten peilt. ‘Je ziet deze trend van populariteit van de EU onder jongeren in bijna alle periodes en landen, zowel in Oost- als in West-Europa. De generatiekloof was in Groot-Brittannië nog sterker dan in andere EU-lidstaten, vermoedelijk omdat Europa daar al sinds de toetreding in 1973 een politiek discussiepunt is geweest.’

Rekker promoveerde op de politieke socialisatie van jongeren. ‘Jonge mensen vormen rond hun achttiende levensjaar een mening over politiek en hebben tegen hun 25ste wel een vaste kijk op politieke onderwerpen’, stelt hij. De huidige generatie jongeren is opgegroeid in tijden van globalisering en Europese eenwording, en met de multiculturele samenleving. Dit waren ook centrale thema’s in de politiek. ‘De millennials zijn gewoonweg in een andere wereld opgegroeid dan de babyboomers. Het is een wereld die meer geïndividualiseerd en geglobaliseerd is. Oudere generaties zien de gang naar het stembureau als een burgerplicht, terwijl millennials pas gaan stemmen als ze ervan overtuigd zijn dat het echt nodig is.’

Bij de Tweede-Kamerverkiezingen waren d66 en GroenLinks de grootste winnaars onder jongeren, zo blijkt uit een steekproef van onderzoeksbureau Ipsos. Als alleen jongeren tot 24 jaar hadden gestemd, dan zou d66 de grootste partij zijn geworden met 27 zetels en zou GroenLinks 22 zetels hebben gekregen. De vvd zou tweede zijn geworden met 26 zitjes in het parlement.

Onderzoeker Rekker heeft verschillende verklaringen voor het succes van d66 en GroenLinks onder deze leeftijdsgroep. ‘We zien vaak dat een partij die wint onder ouderen in grotere mate wint onder jongeren, wat we de “seismografische functie” noemen. Jonge mensen zijn namelijk trendgevoelig en stemmen daarom vaker op de partij die het in de campagne en de peilingen goed doet. En net als in Groot-Brittannië en in de rest van Europa zie je in Nederland dat relatief veel jongeren een kosmopolitische instelling hebben.’

Volgens de eerste onderzoeken zijn op 15 maart veel laagopgeleide jongeren thuisgebleven. Maar 48 procent van de laagopgeleide jongeren is gaan stemmen, terwijl de opkomst onder hun hoogopgeleide leeftijdgenoten 85 procent was. ‘Partijen als d66 en GroenLinks hebben het daarom veel beter gedaan dan de pvv en de sp, die vooral veel laagopgeleide kiezers trekken.’

De pvv was een paar maanden voor de verkiezingen nog de grootste onder jongeren. Dit bleek uit een rapport van onderzoeksbureau I&O Research: bijna 27 procent van de ondervraagde jongeren wilde zijn stem graag aan Wilders geven. Op de verkiezingsdag kraste slechts twaalf procent van de jongeren een vakje op de pvv-lijst vol. ‘Ook in het geval van de pvv heeft de seismografische functie gegolden’, zegt Rekker. ‘Wilders deed het een paar maanden terug goed in de peilingen onder ouderen en dus zag je dat hij het onder jongeren nog beter deed. Hij maakte in de laatste weken voor de verkiezingen een duik onder oudere kiezers en dus lijkt dit nog extra te zijn gebeurd onder jongere stemmers.’

Uit het onderzoek van Rekker blijkt dat de jonge generatie een ander ijkpunt heeft op het gebied van links-rechtsdenken. ‘Zij nemen niet de burgerlijke vrijheden, maar wel de immigratie als hun centrale thema. Ben je tegen asielzoekers, dan ben je rechts, zo is hun gedachte. Wilders is in hun ogen rechts en GroenLinks-voorman Jesse Klaver is in hun optiek links.’

Culturele thema’s zijn voor jongeren belangrijker geworden dan economische tegenstellingen, zegt Rekker. ‘We moeten echter niet denken dat jongeren die op 15 maart voor d66 en GroenLinks hebben gestemd dit voor altijd zullen blijven doen. Nederlanders zijn immers niet meer zo stemvast als vroeger. Jongeren wisselen nu en later makkelijk van stem, en zijn niet aan één partij gebonden. Belangrijker voor hen is het thema an sich. Hetzelfde geldt voor hun politieke identiteit. In dat geval stemmen ze met hun hart. Waar hoor ik bij? Ben ik een open wereldburger of een gewone Nederlander? Dat is voor veel jongeren de vraag.’

Washington DC wordt op zaterdag 21 januari, één dag na de inauguratie van Trump, overspoeld met vrouwen, mannen en kinderen uit het hele land. Ze demonstreren voor de rechten van vrouwen en tegen de komst van de nieuwe president. In totaal zijn er zeker 500.000 demonstranten in de hoofdstad, waaronder veel vrouwelijke millennials. Velen maken zich zorgen over de toekomst van hun recht op abortus en van de geboortebeperking in hun land. Wie zegt dat jongeren niet politiek geëngageerd zijn, komt vandaag bedrogen uit. ‘Ik wil niet dat het overheidsprogramma voor anticonceptiemiddelen door Trump wordt stopgezet’, zegt Elaine Stevens (26). Zij heeft een bordje in haar handen met ‘Not my president’ erop.

Of millennials niet om politiek geven? ‘Misschien doen wij het anders dan eerdere generaties, maar nu het erop aankomt kun je zien met z’n hoevelen we hier vandaag zijn. Wij jongeren doen ertoe en dat mag Trump weten!’ Intussen schreeuwen jonge vrouwen: ‘We need a leader, not a creepy tweeter!’ Stevens doet mee. Ze neemt afscheid en gaat op in de zee van mensen waar maar geen einde aan lijkt te komen.