Toneel

Pas op, achter je!

Toneel: Macbeth door het Noord Nederlands Toneel

Er zijn voorstellingen die een hoog schon da gewesen-karakter hebben. Je kent de truc. Meestal was-ie bij die vorige voorstelling beter. Of nóg slechter. Althans in de herinnering. De toneelverslaggever bouwt een toneelgeheugen op. Dat hem soms lelijk parten kan spelen. Bijvoorbeeld als-ie poppenkast krijgt voorgeschoteld. Waar ging dat recentelijk ook al weer zo enorm mis? Dirk Tanghe en die bloedeloze buitenkantvertoning met Gogols Revisor, dat was ’m. Toen brak het publiek tijdens het applaus de zaal trouwens ook al af, net als hier. Het publiek trekt vaak een lange neus naar toneelverslaggeverschagrijn. Hier weer. Is er iets met mij aan de hand? Toneelspelers waar je vaak van hebt genoten, spelen een stuk waar je wel pap van lust, Macbeth. In een tikje makkelijke bewerking, dat wel, maar in de regie van Marc Becker, die bij het Noord Nederlands Toneel een paar jaar terug met een verrassende Arturo Ui van Brecht kwam. Op papier is deze Macbeth een toneelavond om vooraf je vingers bij op te vreten.

Wat zien we? Een reusachtige poppenkast. Een handvol acteurs spelen als poppen. Compleet met houten-klazen-bewegingen en pas- op-achter-je-effecten. In deze versie van Macbeth vloeit geen bloed maar wordt zaagsel rond geblazen: de slachtoffers zijn stokpoppen van hout, geen mensen van vlees en bloed. De toneel spelers hanteren daarnaast menshoge poppen op stelen (de heksen uit het stuk) en gekleide minimensjes (de vermenigvuldigde tegenstanders uit een nachtmerrie van de titelrol, Macbeth). Ze doen dat alles behendig, knap, mooi ge schminkt en gekapt en gekleed. Ze timen hun beweginkjes (poppen doen alles in verkleinwoorden) ook volgens het boekje: blik links – één, twee, drie – blik rechts, één, twee, drie – klap, dood, of bewusteloos of in coma. Daarnaast bespelen de toneelspelers backstage ook het slagwerk en worden ze ondersteund door rookmachines en lichteffecten. Tegen het bloedige, sorry, zaagselige eind van het stuk laten ze de poppenkast via ingenieuze me chanismen uit elkaar lazeren. In de gemimede slot monoloog blijkt de opvolger van de schurk nét zo’n schurk als zijn voorganger. En passant wordt een plukje publiek medeplichtig ge maakt aan een sluipmoord. Spot op rij 3, iemand «doet mee», moord mislukt, scheldpartij richting rij 3, grap geïncasseerd. Poppetje ge zien, kastje dicht.

Geen misverstand: ik ben dol op poppenkast. Zoals bij zovelen was het mijn eerste contact met theater. Grand Guignol-versies (reuzenpoppenkast) van Macbeth, ik heb ze bij bakken gezien. Ubu Roi van Jarry, Macbett van Ionesco. En pas op (u was gewaarschuwd!), hier werkt het geheugen van de to neelverslaggever samen met zijn tanende humeur. Eerder ge zien, schon da gewesen, verzin in godsnaam iets beters!

Dat gebeurt hier niet. Laat ik het anders zeggen. Mijn probleem met deze voorstelling van Macbeth is het ontbreken van een noodzaak. Tuurlijk, dit evenement gaat over dictaturen, over quasi-democratie – politiek correcte bedoelingen die worden geïllustreerd tot in de houtvezels van de stokpoppen en hun zaagselbloedspuwingen. De ongetwijfeld geniaal uitgevoerde trucs, de zonder gêne, door middel van een briljante timing tot stand gekomen toneelspelers-poppenkast-effecten, ze ogen echter allemaal zo leeg als vér voor de vlucht lekgeprikte luchtballonnen. Publieksgeil kermistheater dat he-le-maal nergens over gaat. Behalve over zichzelf. Toneel om het toneel, dat het vooral met zichzelf enorm getroffen heeft. Wacht even, het staat toch in dat stuk? Macbeth: «Een arm acteur die één uur schutteren mag/ en dan vergeten is. Hij brabbelt wat/ De idioot gesticuleert en schreeuwt/ maar het stelt niets voor» (V,5). «Een speelstijl die je in Nederland maar weinig vindt», vertelt de folder. God zal míj bewaren als aan die toestand binnenkort een einde komt!

Tournee tot en met 5 januari.
www.nnt.nl