Pas op: overstekende recensenten

Cosmic Instant: 26, 27 en 28 mei door Katie Duck en Frank Sheppard en op 3,4 en 5 mei door Nicole Beutler en Celil Toksöz. Theater Cosmic, aanvang 21.00 (020-6237234). 2Skin: 3 en 4 mei in de Toneelschuur in Haarlem, aanvang 20.30 (023-5312439)
Een korte repetitieperiode. Een ‘niet-afprodukt’. Een presentatie met een ‘informeelkarakter’. Deze zinnetjes zijn afkomstig uit de folder bij Cosmic Instant, een reeks experimentele voorstellingen die wordt gemaakt en getoond in Theater Cosmic. Maar je kunt deze waarschuwingen overal in het theater tegenkomen. Werkvoorstelling! Studiopresentatie! Je hoeft maar een klein beetje wegwijs te zijn in het theatrale verkeer om te weten wat dat betekent. Langzamer oordelen. Maatstaven versoepelen. Niet te kort door de bocht alstublieft. Vreemd genoeg gaan die waarschuwingszinnetjes nooit over geld. ‘Voor slechts vijfduizend gulden gemaakt’, dat zul je nou niet snel zien.

Terwijl het voor een publiek best inzichtelijk is om te weten dat sommige voorstellingen gemaakt worden van het bedrag dat op de begroting van Toneelgroep Amsterdam is uitgetrokken voor het lichtontwerp van een produktie.
Zo'n verkeersbord geeft toestemming om je als toeschouwer vrijer te gedragen. Je hoeft niet meteen ergens wat van te vinden. Als de makers zich op een ‘voorlopige’ manier opstellen, kan jij dat als toeschouwer ook doen. Bij de reeks Cosmic lnstant is het ’t leukst om naar de voorstelling te gaan die gevolgd wordt door een nagesprek. In de reeks die nu loopt, werkt telkens een regisseur samen met een choreograaf. Zo maakten vorige week John Taylor en Charlotte Riem Vis een theaterschets voor danser Frank Händeler en mimespeelster Lis van der Kleij. Een heel vreemd voorstellinkje met als kapstok een tekst van Beckett. Naast elkaar creeerden de spelers ieder een eigen wereld, en ze ontmoetten elkaar pas in Heiner Müllers Hartstuk. Toch krijgt zo'n schets al heel snel 'affe’ pretenties. Dat komt alleen al door het provisorische theaterlicht (budget: nul) en door de spanning die het publiek met zich meebrengt. Pas bij het nagesprek bleek hoeveel vrijheid ook de beide makers hadden genomen, hoe intuïtief ze onderling de taken hadden verdeeld, en hoe ze zich over elkaars werkwijze hebben verbaasd.
Soms zijn de waarschuwingsborden die wijzen op het voorlopige karakter van een voorstelling expliciet gericht aan de schrijvende pers. 'Aan de recensenten: onze try-outs zijn echt try-outs. Gelieve er dus niet over te schrijven. ’ Misschien is het ook handig om ze ook omgekeerd te hanteren. 'Beste heren, dames critici. Deze voorstelling is af. Beoordeel ’m er ook naar. ’
Zo'n waarschuwing had de Volkskrant-criticus moeten krijgen die schreef over 2skin van Dood Paard. Goed, het was een kleine voorstelling. Met een heel klein toneeltje en twee kinderstoeitjes als decor. En de voorstelling had inderdaad iets voorlopigs. Maar dat had te maken met de manier waarop de verbeelding van de toeschouwers werd aangesproken. Wat zich afspeelde tussen de man en de vrouw op het toneeltje was namelijk een uitwisseling van voorstellen, zoals ook gebeurt in De ziekte van de dood van Duras, waar 2skin vaag op is geïnspireerd. Voor de bewuste Volkskrant-criticus aanleiding genoeg om het prehistorische begrip 'eenakter’ uit de kast te trekken.
Hij vond het een mooie eenakter, hoor. Die Rob de Graaf, die de tekst schreef in samenwerking met de twee spelers van Dood Paard, moest maar eens een 'avondvullend’ stuk schrijven. Geen woord over het enorme oeuvre dat Rob de Graaf bij elkaar heeft geschreven in de afgelopen twintig jaar. Veel stukken van een uur, maar ook van anderhalf uur of twee uur. Hoe lang moet een stuk duren om avondvullend te zijn? 2skin werd in een hoog tempo gespeeld, met de puntigheid van komediespel, wat een nieuw perspectief opende op de mogelijkheden van de barokke schrijfstijl van De Graaf. Resultaat van die snelheid: de voorstelling duurde nog geen uur. Ze hadden ’m toch langer uit moeten smeren. Had de krant ze serieus genomen.