Politieke correctheid - Gevoelige studenten

Pas op! Waarschuwingen!

Linkse studenten op Amerikaanse universiteiten plegen censuur op ideeën, taal en sprekers die hun niet bevallen. Volgens critici ondermijnen zij hiermee de universiteit als debatplek bij uitstek.

Medium groene trigger 20warnings 2b

Het negentiende seizoen van de Amerikaanse satirische tekenfilmserie South Park opende in september bijzonder sterk. Voor wie South Park niet kent, een korte omschrijving: het draait om vier schoolgaande jochies – Kenny, Eric, Kyle, Stan – uit het plaatsje South Park die losgaan op de pijnpunten van de Amerikaanse samenleving. Ras, religie, politiek: alle onderwerpen krijgen van de makers Trey Parker en Matt Stone de genadeloze _South Park-_behandeling.

Medium groene tw sticker 3

In de eerste aflevering van dit seizoen introduceerden Parker en Stone een heerlijke figuur: ‘PC Principal’. Oftewel: Political Correct Principal, een nieuwe schoolmedewerker die de taak op zich heeft genomen een einde te maken aan alle politiek incorrecte grappen in dit achtergebleven stadje. Briljante vondst van Parker en Stone is dat ze PC Principal niet modelleerden naar het cliché van de politieke correcteling (zuur, nippend aan latte macchiato), maar juist een tegengesteld sjabloon gebruikten, dat van de horkerige Amerikaanse frat boy, de corpsbal.

Het levert een verrassende omkering op. PC Principal, een blonde white Anglo-Saxon protestant met een arrogant opgetrokken bovenlip, die door het lint gaat als iemand ‘spokesman’ in plaats van ‘spokesperson’ zegt en daarmee vrouwen uitsluit. Slim gedaan. Leg het idioom van een geharde correcteling in de mond van een boertige figuur en je toont in één keer de absurditeit van dat taaltje aan. ‘Are you purposefully trying to use words that assert your male privilege!?’

South Park kennende is dit niet de laatste keer dat Trey en Parker PC Principal zullen inzetten om gehakt te maken van politiek correcte taaldictatuur. Daarmee haken ze handig aan bij een debat dat al een tijdje woedt in Amerika en specifiek de politieke correctheid op Amerikaanse universiteiten als onderwerp heeft. Critici menen dat er in de academische wereld een jacht gaande is – aangevoerd door linkse studenten – op onwelgevallig geachte ideeën, taal, sprekers en beelden. Het is politieke correctheid die de universiteit ondermijnt als de plek bij uitstek waar een gezonde uitwisseling van ideeën zou moeten plaatsvinden. Zelfs president Obama bemoeide zich met dit debat. Tijdens een bijeenkomst met scholieren in Des Moines, Iowa, een maand geleden sprak hij zijn zorgen uit over studenten die de komst van ‘conservatieve’ gastsprekers op universiteiten onmogelijk proberen te maken en die bepaalde boeken niet meer wensen te lezen omdat ze ‘beledigende’ taal zouden bevatten. Obama: ‘I don’t agree with that (…) – that when you become students at colleges, you have to be coddled and protected from different points of view.’

De zorg in Amerika om verstikkende politieke correctheid op de universiteiten gaat al enkele decennia mee. In de jaren tachtig en negentig schreven gealarmeerde auteurs boeken en artikelen met titels als At Stanford, Leftist Become Censors, PC Wars: Politics and Theory in The Academy en Debating PC: The Controversy over Political Correctness on College Campuses. De politieke correctheid uit die tijd behelsde echter meer dan alleen het cultiveren van overgevoeligheid. Het bekritiseerde ook het idee van een onveranderlijke literaire en historische canon en eiste ruimte op voor de geluiden van gemarginaliseerde groepen. Politieke correctheid anno nu heeft echter een andere inzet dan het verbreden van de canon. Critici hebben het over vindictive protectiveness, de neiging van studenten om alles in de kiem te smoren dat als een aanval op hun identiteit en emotionele kwetsbaarheid wordt gezien. Die vindictive protectiveness zou de universiteitsdeuren hebben opengegooid voor kwalijke zaken zoals de trigger warning.

Beschouw de trigger warning als een soort Kijkwijzer, de waarschuwing vooraf aan een film die aangeeft dat je je moet voorbereiden op geweld, seks of grove taal. De trigger warning heeft een soortgelijk doel, maar staat voor een tekst die bij de lezer oude trauma’s – verkrachting, racisme – zou kunnen triggeren. De trigger warning werd eerst gemeengoed op zelfhulp- en feministische fora als middel om slachtoffers van seksueel geweld te waarschuwen dat een tekst passages bevat die oud zeer naar boven kunnen halen. In de afgelopen twee jaar werd de term ook omarmd door studenten die van hun docenten begonnen te eisen dat ze bepaalde werken – literatuur, geschiedenis, memoire – trigger warnings meegeven. Werken die volgens studenten trigger warnings zouden moeten meekrijgen waren onder andere Chinua Achebe’s postkoloniale roman Things Fall Apart die handelt over racisme, kolonialisme, zelfmoord. Ook zagen ze The Great Gatsby (seksisme) en De koopman van Venetië (antisemitisme) graag voorzien van trigger warnings.

Medium groene tw sticker 4b

De trigger warning is nooit bedoeld om teksten uit te sluiten, betogen feministen en docenten die geen probleem hebben met het gebruik ervan. Het is een vorm van empathie, je probeert er mensen met een trauma mee te ontzien. Dat kan wel zo zijn, antwoorden critici daarop, maar inmiddels is het verworden tot een middel om ideeën en werelden die je niet aanstaan op veilige afstand te houden. ‘Er bestaat echt een overlap tussen hen die het krachtigst aandringen op trigger warnings en hen die ideeën willen verbannen omdat ze beledigend zouden zijn’, schreef de publicist en linkse activist Fredrik deBoer op zijn blog (fredrikdeboer.com).

Zeg liever niet ‘an American’, maar ‘a resident of the US’, anders zou je wel eens gevoelens van uitsluiting kunnen triggeren

Trigger warnings waren ook het onderwerp van een van de best gelezen coverartikelen (september) die het maandblad The Atlantic dit jaar publiceerde: The Coddling of the American Mind. Auteurs waren Greg Lukianoff, directeur van Fire, een nonprofitorganisatie die ijvert voor vrijheid van meningsuiting op universiteiten, en Jonathan Haidt, een psycholoog met enkele bejubelde boeken over moraliteit op zijn naam. Het artikel opent met een paar onheilspellende zinnen: ‘A movement is arising, undirected and driven largely by students, to scrub campuses clean of words, ideas, and subjects that might cause discomfort or give offense.’

Lukianoff en Haidt illustreren dit aan de hand van een paar ontluisterende voorvallen waarbij studenten met een beroep op trigger warnings bepaalde ideeën of uitingen aan banden probeerden te leggen. Ook staan ze stil bij de zogeheten micro-agressies, die te definiëren zijn als ogenschijnlijk verwaarloosbare uitspraken/handelingen die niettemin als beledigend of racistisch opgevat worden. ‘Waar kom je vandaan?’ is een uitspraak die als een micro-agressie ervaren kan worden. Tot wat voor absurde situaties al die newspeak kan leiden, maken Lukianoff en Haidt duidelijk met een voorval op Brandeis University waar afgelopen april de trigger warning en de micro-agressie op een onbedoeld komische wijze samenkwamen. Om een overzicht te geven van de micro-agressies waar Aziatische Amerikanen op Brandeis mee te maken hebben, werd een installatie geplaatst met teksten als ‘Aren’t you supposed to be good at math?’ Dat viel echter niet bij iedereen in de smaak. Door sommige Aziatisch-Amerikaanse studenten werd de installatie zelf als een micro-agressie opgevat. Uiteindelijk moest de initiator van de installatie een mail schrijven waarin hij zijn excuses aanbood mocht iemand ‘getriggerd of gekwetst zijn door de inhoud van de micro-agressies’.

Maar Lukianoff en Haidt doen in het artikel meer dan alleen een bezorgde toon aanslaan over al die politiek correcte fratsen die de universiteiten overspoelen. Wat is de historisch-maatschappelijke verklaring voor die overgevoeligheid? vragen ze zich af. En wat zegt het over de mentale staat van studenten die zich zo afschermen voor een realiteit die onvoorspelbaar, complex en soms pijnlijk kan zijn?

Lukianoff en Haidt noemen deze jongste generatie studenten – de Millenials, geboren in de jaren tachtig – het product van een Amerikaanse angstcultuur. Hun ouders – babyboomers, Generatie X’ers – kenden nog een idyllische kindertijd als free range-kind. Zij konden zonder constant ouderlijk toezicht buiten spelen. Maar toen begon de criminaliteit in de jaren tachtig en negentig te pieken. Begrijpelijke bezorgdheid en hysterische horrorverhalen in de media maakten dat ouders hun kinderen vaker thuis hielden. Ook scholen raakten geobsedeerd door ‘veiligheid’. Gevaarlijk speeltuig werd van schoolpleintjes verbannen; tegen pesten werd een _zero tolerance-_beleid gevoerd. Daar bovenop raakte de politiek verder gepolariseerd. Democraten en Republikeinen die elkaar naar het leven stonden versterkten een klimaat van ideologische onverzoenlijkheid.

Gevolg: universiteiten werden opgescheept met een hele hoop fragiele geesten die met vindictive protectiveness hun fragiliteit proberen af te schermen. Door de reputatie brekende kracht van sociale media zou die vindictive protectiveness verder in de kaart worden gespeeld. Een virtuele lynch mob is zo opgetrommeld. Rendementsdenkende universiteiten zijn zelden bereid daar tegenwicht aan te bieden, bang als ze zijn dat ze kapotgetwitterd worden. Het resultaat is een legioen studenten die universiteiten op straffe van een social-mediabombardement zo ver proberen te krijgen om gastsprekers te weigeren, micro-agressies aan te pakken en trigger warnings in te voeren.

Volgens Lukianoff en Haidt hebben we hier met een ziektebeeld te maken. Met termen uit de cognitieve therapie proberen ze aan te tonen hoe vindictive protectiveness tot een verwrongen kijk op de werkelijkheid heeft geleid bij de studenten. Op deze studenten zijn begrippen van toepassing als ‘emotioneel redeneren’, ‘labelen’, ‘overdrijven’, ‘catastroferen’, ‘mentaal filteren’ – diagnoses die je opgeplakt krijgt als je dingen ziet die er niet zijn, of groter maakt dan ze in werkelijkheid zijn.

Het artikel van Lukianoff en Haidt werd met veel gejuich ontvangen. Maar behalve instemming klonk er ook de nodige kritiek. De interessantste reacties kwamen van docenten en studenten die de trigger warning verdedigden. Eind september schreef de studente Emma Jones in The Miscellany News, het studentenblad van Vassar College, dat trigger warnings juist een blijk zijn van het ‘groeiende begrip en tolerantie’ van studenten en niet een indicatie van hun ‘toegenomen overgevoeligheid’. Een soortgelijk punt – trigger warnings als blijken van begrip – maakte de docente Kate Manne in The New York Times (19 september). Volgens Manne maken Lukianoff en Haidt zich druk om niets en slaan ze onnodig een alarmistische toon aan.

‘De slechtste reacties die ik kreeg op ons artikel zijn die waarin de roep om trigger warnings wordt gebagatelliseerd’, reageert Lukianoff per mail. ‘Je hoeft niet zo heel veel research te verrichten om erachter te komen dat de trigger warning een wijdverbreid fenomeen is. Ik schreef een boek waarin ik nog meer voorbeelden geef. Ook op onze site fire.org zijn de voorbeelden talrijk.’

Niet alleen op fire.org kun je voor zo’n overzicht terecht. Alle grote publicaties hebben inmiddels ruimte besteed aan het groeiend aantal universiteiten waar trigger warnings werden geëist. Een recent geval van trigger warnings dat breed uitgemeten werd in de pers vond afgelopen juli plaats op de University of New Hampshire waar studenten op de universiteitssite een ‘Bias Free Language Guide’ plaatsten. Een richtlijn uit die gids adviseerde bijvoorbeeld om liever niet ‘an American’ te zeggen, maar ‘a resident of the US’, anders zou je wel eens gevoelens van uitsluiting kunnen triggeren.

‘Bij links heeft het slachtoffer veel krediet, rechts beschouwt slachtofferschap niet als iets wat aangemoedigd moet worden’

Wat bij al deze voorbeelden echter niet vergeten moet worden is dat op geen enkele Amerikaanse universiteit de trigger warnings tot officieel beleid horen. De enige universiteit die het wel tot richtlijn maakte, Oberlin College, kwam daar in april na hevige kritiek weer op terug. En vorige maand nam de American University in Washington zelfs een resolutie aan waarin de trigger warning categorisch werd afgewezen.

Maar volgens Lukianoff hoeft de vraag naar trigger warnings niet eens gehonoreerd te worden om effect te hebben. ‘Alleen al de roep om trigger warnings kan docenten zenuwachtig maken en tot zelfcensuur leiden. In mei 2014 schreven zeven docenten in Inside Higher Ed (populaire site over het universitair reilen en zeilen – hb) dat de trigger warning-beweging “een beknottend effect heeft op het onderwijs dat ze geven”. Sinds het verschijnen van ons artikel word ik constant benaderd door docenten die mij vertellen dat ze zich zorgen maken over het klimaat in de klaslokalen, voor je het weet heb je iets verkeerd gezegd of gedaan.’

Gelukkig komen Lukianoff en Haidt ook met oplossingen voor de vindictive protectiveness. Ook daarvoor gaan ze te rade bij de cognitieve therapie. Die leert dat je van al dat ‘emotioneel redeneren’ en ‘catastroferen’ kunt afkomen door juist wel de confrontatie aan te gaan met de zaken die je vreest of niet kunt uitstaan. Universiteiten moeten hun intellectuele taak serieus nemen en niet bang zijn voor hun studenten. Neem steviger stelling tegen trigger warnings en leer studenten hoe te leven in een complexe wereld waar de micro-agressies nu eenmaal niet uit te bannen zijn. Kortom: leer ze een gevoel voor proportie aan en je krijgt gezonde, kritisch denkende burgers waar de rest van de samenleving profijt van zal hebben.

Toch blijft er iets knagen na lezing van het artikel. Is de roep om bepaalde uitingen te beperken echt alleen het werk van linkse studenten uit minderheidsgroepen? Bij Amerikaanse censuurdrift denk je vooral aan orthodoxe christenen die vieze boekjes uit de bibliotheken willen weren. Lukianoff antwoordt op deze vraag met een lijst van onderzoeken die aantonen dat het overgrote deel van de universiteiten bevolkt wordt door linkse studenten en docenten die niets moeten hebben van politiek conservatieve mensen. Daarnaast wordt volgens Lukianoff de linkse identiteit in Amerika steeds sterker bepaald door begaanheid met ‘slachtoffers’. Dat maakt bij elkaar dat de cultuur van vindictive protectiveness op universiteiten vooral het domein is van linkse studenten en docenten.

Lukianoff: ‘Heel soms maken ook conservatieve studenten gebruik van de tactieken van vindictive protectiveness. In augustus weigerde een eerstejaars op Duke University een boek te lezen dat tekeningen en referenties bevatte die botsten met zijn christelijke moraal. Maar dit is een uitzondering. De meeste christelijke of conservatieve studenten die vinden dat ze beschermd moeten worden tegen bepaalde uitlatingen kiezen vaak voor een christelijke of conservatieve universiteit. Daarbij hebben links en rechts een andere relatie met slachtofferschap. Bij links heeft het slachtoffer veel krediet, rechts ziet dat heel anders, dat beschouwt slachtofferschap niet als iets wat aangemoedigd moet worden.’

Medium groene tw sticker 8

Is de trigger warning ook de Atlantische Oceaan overgestoken? In Engelse media wordt sinds een jaar ook een debat gevoerd over dit fenomeen. Wat op z’n minst opmerkelijk is, want tot nu toe zijn er geen gevallen bekend van studenten die om de invoering van een trigger warning hebben gevraagd. De Engelse discussie over trigger warnings – en de angst ervoor – komt eerder voort uit zorgen over de talrijke voorvallen op Britse universiteiten die van vindictive protectiveness getuigen. Ook in Engeland proberen studenten hun identiteit en mentale fragiliteit te beschermen door uitlatingen, beelden en sprekers weg te houden. Vorige week nam de studentenvakbond van University of East Anglia het op zich om de sombrero’s in te pikken die door een Mexicaanse voedselketen in de introductieweek werden uitgedeeld. Volgens een woordvoerder van de vakbond zagen zij het als hun taak om voor een omgeving te zorgen waar geen ‘gedrag, taal of beelden’ voorkomen die als ‘racistisch, seksistisch, homofoob of transfoob’ kunnen worden opgevat. Het dragen van een sombrero – door blanke studenten – werd volgens die redenering als racistische spotternij beschouwd.

Ook van vorige week is het rumoer rondom Maryam Namazie, een politiek-activistische ex-moslima die door een aantal studenten aan Warwick University was uitgenodigd om te komen spreken. Daar stak de studentenvakbond echter een stokje voor door de komst van Namazie te blokkeren met een beroep op richtlijnen die stellen dat sprekers van buiten ‘moeten vermijden dat ze andere religies of groepen beledigen’.

Voorzover bekend is de trigger warning evenmin een kwestie op Nederlandse universiteiten, maar de cultuur van vindictive protectiveness is in bepaalde mate wel in de Nederlandse academische wereld geland. Dat was het meest zichtbaar in de campagnes I Too Am VU en I Too Am UVA die vorig jaar gehouden werden. De campagne bestond uit een overzicht van micro-agressies waar studenten uit minderheidsgroepen mee te maken hebben op de Vrije Universiteit en de Universiteit van Amsterdam. De geest van vindictive protectiveness die uit deze campagnes sprak bleek uit de opgetekende micro-agressies waar wel erg veel gewicht aan werd gehangen. ‘Wat goed dat je stamppot lust!’ ‘O, drink jij wijn???’ ‘Met het hbo kom je ook ver…’

Een echte daad van agressie? Onversneden racisme? Of is het eerder een kwestie van ‘labelen’, om een term uit de cognitieve therapie te gebruiken? In het geval van labelen is er sprake van een mentaliteit die volledig gefocust is op kleine beledigingen en wordt de beledigende partij gelabeld als niets minder dan een ‘agressor’.

Dit Nederlandse academische milieu heeft ook dezelfde termen overgenomen die eerst de ronde deden binnen Amerikaanse universiteiten. Al die woorden die de vindictive protectiveness in Amerika stutten – white privilege, white fragility, white tears, micro-agressies – behoren ook tot het idioom van deze Nederlandse studenten. Daarom: niemand moet gek opkijken als ook hier een keer de roep om trigger warning zal klinken.