Pasgeboren geitenbokjes worden doorgedraaid

Geitenmelk is het winstgevende deel van de geitenindustrie. Sinds de coronacrisis kunnen geitenboeren hun bokjes nog moeilijker kwijt dan daarvoor. De piepjonge bokjes worden nu naar de slacht gebracht met als enig doel hondenvoer of destructie.

Een geitenboerderij in Noord-Brabant. © Tom van Limpt / HH

Tienduizenden pasgeboren geitenbokjes zijn de afgelopen maanden naar de slacht gebracht met als enig doel hondenvoer of destructie. Ze zijn deel van de minstens honderdduizend bokjes die dit jaar geboren worden als ongewenst restproduct van de geitenzuivelindustrie. Door de coronacrisis is de marktwaarde van de dieren verdampt en is het overschot groter dan ooit.

Steeds meer bokjes gaan op zo’n jonge leeftijd naar de slacht dat ze te onvolgroeid zijn om ooit door mensen te kunnen worden gegeten, blijkt uit gesprekken die platform Investico en tv-rubriek EenVandaag hadden met geitenhouders, veehandelaren en slachters. Zelfs bokjes van drie dagen oud, wettelijk te jong voor de slacht, zijn volgens een betrokken keurder onlangs aangevoerd in een groot slachthuis.

Voor veehouders is het steeds lastiger geworden hun bokken tot volwaardig gewicht te laten groeien. Vanwege beperkingen voor de geitenindustrie door provincies hebben bijna alle gespecialiseerde bokkenhouderijen hun deuren moeten sluiten.

Veehandelaar René Luesink brengt in de piek van het lammerenseizoen duizend bokken per week van geitenhouders naar het slachthuis, ongeveer zesduizend per jaar. Dit voorjaar was volgens hem tachtig tot negentig procent van zijn bokken te jong voor ‘humane consumptie’. Vorig jaar was dat nog de helft. ‘Ze zijn zo klein; je moet een pincet hebben om daar nog iets van af te halen.’

Voordat de coronacrisis Nederland bereikte, was er al sprake van een bokkenoverschot, maar werd nog ongeveer de helft van de bokjes afgemest en geëxporteerd naar Spanje en Italië. Een zeer klein percentage kon worden afgezet bij de Nederlandse horeca. Met het op slot gaan van zowel Zuid-Europa als de Nederlandse restaurants heeft afmesten (laten doorgroeien voor meer vlees) geen zin meer. Het is nu voordeliger om een handelaar geld toe te geven om de dieren zo snel mogelijk op te halen.

Hoewel een bok volgens de wet pas met zeven dagen geslacht mag worden, zijn in een groot slachthuis onlangs grote hoeveelheden bokken van drie dagen oud aan de lijn gehangen, zegt een betrokken keurder in dat slachthuis op voorwaarde van anonimiteit. Dankzij een fraudegevoelig registratiesysteem zijn de bokken op papier precies oud genoeg. ‘Je zet ze in het systeem nog voordat ze geboren zijn’, zegt ook oud-bokkenhouder Jan Teus van de Beek. ‘In werkelijkheid zijn ze allemaal tussen de twee en zeven dagen oud. Zo fragiel dat ze half dood, half levend op het slachthuis aankomen.’

Dieren registreren voor ze geboren zijn is niet toegestaan, reageert geitenzuivelorganisatie NGZO. ‘Wij hebben geen signalen ontvangen dat dit gebeurt.’ Voedsel en Warenautoriteit NVWA kon donderdag niet achterhalen of ze meldingen ontvangen heeft over de aanvoer van te jonge bokken. ‘Als het gebeurt, moet dat wel gemeld worden en kunnen wij dit onderzoeken.’ De verantwoordelijke Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wil geen registratiegegevens delen zolang Kamervragen van de Partij voor de Dieren over het overschot van jonge bokjes nog niet beantwoord zijn.

Het bokkenprobleem is omgeven door gevoeligheden. Toen vorig jaar de Voedsel en Warenautoriteit NVWA te weten kwam dat piepjonge bokjes massaal in slachthuizen werden gedood om te worden afgevoerd voor destructie in de kadaververwerking, stelde de keuringsautoriteit een verbod op. ‘De NVWA zei dit jaar ineens: “Een slachterij is geen destructiebedrijf”’, zegt slachter Gerard Beernink, die vorig jaar nog achtduizend jonge bokjes op die manier heeft laten afmaken. Nu moeten alle dieren volgens de methode voor humane consumptie gekeurd en geslacht worden, al zijn ze nog steeds te klein om ooit op een bord te belanden.

Waar de gekeurde karkassen van jonge geitenbokjes naartoe gaan, houdt de sector in het midden. Destructiefabriek Rendac ziet op het eerste gezicht geen verandering in de aanvoer van jonge geitenbokken ten opzichte van vorig jaar, maar zegt ook niet op leeftijd, geslacht of aantallen te registreren. Volgens boerenorganisatie LTO en verschillende slachthuizen krijgen de jonge bokken een nuttige functie in honden- en kattenvoer. De Nederlandse brancheorganisatie voor huisdiervoeding ontkent dit. ‘Voor zover ons bekend is, worden geen vlees of dierlijke bijproducten van bokken afkomstig uit de melkgeitenhouderij verwerkt in petfood.’

Een rondgang bij twintig huisdiervoedingbedrijven leert dat het jonge bokkenvlees ongeschikt is voor verwerking tot honden- of kattenvoer. Volgens de petfoodproducenten hebben de bokken te hoge slachtkosten; lage vet- en calciumpercentages; groeihormonen in het vlees en ze zijn alleen beschikbaar in het voorjaar. Sommigen hebben ook ethische bezwaren. ‘Het vermalen van die hele jonge bokjes is niet mooi om te zien’, zegt producent Mulder Petfood. ‘Dat wil ik mijzelf en mijn personeel niet aan doen.’

Slechts twee kleine producenten van ‘rauwvoer’ gebruiken bokjes in hun producten voor honden op dieet. Daarvoor hebben ze ongeveer het vlees van 1700 bokjes nodig. Slachter Beernink probeerde tevergeefs zijn bokjes aan huisdiervoedingproducenten te verkopen: ‘Niemand wilde ze hebben.’ Een geitenhouder op de Veluwe: ‘De dieren zijn helemaal niet geschikt voor petfood. Ze zijn te klein om überhaupt geslacht te worden.’ Hij wil anoniem blijven omdat hij bang is dat de slachter zijn dieren niet meer aanneemt als hij zijn vermoeden met ons deelt: ‘Ze worden nog steeds vernietigd.’

Het bokkenprobleem is het zoveelste struikelblok voor de intensieve geitenhouderij sinds de Q-koortsuitbraak meer dan tien jaar geleden. Toen het RIVM in 2016 een verband legde tussen geitenhouderijen en longproblemen bij omwonenden, vielen provincies over elkaar heen om een geitenstop af te kondigen: een halt op nieuwe vergunningen voor het houden van geiten. Een onbedoeld effect daarvan was het sluiten van bokkenhouderijen, die dit als seizoenswerk erbij deden in gehuurde stallen zonder de juiste papieren.

Het winstgevende deel van de industrie is de productie van geitenmelk, waardoor mannelijke dieren in feite een onrendabel bijproduct zijn. ‘Ik heb jarenlang met geitenhouders geprobeerd het overschot op te vangen en nu moeten ze toch wat anders zoeken’, zegt oud-bokkenhouder Evert van Maanen. Vorig jaar kreeg hij van de rechter een akkoord om zijn lammerenseizoen af te ronden, omdat het sluiten kon leiden tot een acuut probleem voor het dierenwelzijn van bokken. ‘Anders konden de bokjes nergens heen en waren ze bang voor dumpen of uitval’, zegt Van Maanen. Dit jaar kunnen de bokkenmesters niet verder. ‘Een aantal geitenhouders heeft het altijd netjes willen doen, ook toen de melkprijs slechter was. Zij hebben het dierenwelzijn voor ogen gehad. Nu laten ook zij de dieren noodgedwongen nuchter ophalen en zijn we weer terug bij af.’

Melkgeitenhouders moeten voortaan zelf hun bokken huisvesten, maar kunnen door de stop geen extra ruimte bouwen voor hun bokken. De meeste boeren willen hun lucratieve melkgeiten ook niet inruilen voor bokjes. De LTO maakt zich grote zorgen over het feit dat bokjes steeds jonger naar het slachthuis gaan. ‘De sector moet vergunningsruimte krijgen om de bokken op te laten groeien tot een leeftijd waarop ze wél geschikt zijn voor consumptie door mensen’, zegt Tolboom.


Deze publicatie is tot stand gekomen met de Lira Startsubsidie voor Jonge Journalisten en het Fonds BJP