Pastorale illusies

Het is geen nieuws: wanneer niet op afzienbare termijn een politiek realistisch alternatief wordt ontwikkeld voor het primaat van economische groei, moet het huidige maatschappelijke bestel ‘onvermijdelijk’ op de helling. En dat geldt ook voor het huidige landschap. Hoge-snelheidslijnen, exponentiele groei van het verkeer over water en weg en door de lucht, vijfde baan en Betuweroute, dus even geen ‘natuurbehoud’.

Als Vincent van Rossem, auteur van het zojuist verschenen Randstad Holland: variaties op het thema stad zijn zin krijgt, dan weten we in ieder geval al een ding zeker. Nederland krijgt nooit meer een Joop Zoetemelk. Nooit meer zo'n talent uit Rijpwetering dat, optornend tegen de overheersende westenwinden over de autoluwe weidegronden in het Groene Hart van Holland, de krachten verzamelt voor een toekomstige overwinning in de Tour de France. Als het aan Van Rossem ligt wordt dit open gebied zo snel mogelijk vrijgegeven aan suburbia.
De auteur balanceert in zijn pamflet, ondersteund door opiniepaginageweld in de dagbladen, tussen intelligente analyse en prikkelende borrelpraat. Zowel zijn historische volgelvluchtjes als zijn inspiratiebron Los Angeles staan in dienst van een pleidooi dat op het volgende neerkomt: De modernisering van de Randstad is onontkoombaar maar wordt stelselmatig gefrustreerd door ‘de pastorale illusie’ van het Groene Hart. Daardoor worden de problemen geconcentreerd binnen een aantal van de huidige gemeentegrenzen met waarschijnlijk funeste gevolgen voor het leefklimaat aldaar.
Dit is niet nodig. Want enerzijds is het Groene Hart allang geen natuur/recreatiegebied meer doch een groene woestijn van de industriele melkproduktie. Anderzijds is suburbia eigenlijk een heerlijk verschijnsel waar alleen nostalgici tegen kunnen zijn. Conclusie: bevrijd het Groene Hart van de overmatige bestuurlijke aandacht en het ecologische gemoraliseer, en laat de overheid zich richten op de problemen in de binnensteden door een hernieuwde aandacht voor de stadsvernieuwing.
Het pamflet van Van Rossem is een goede kritiek op de vigerende opvattingen over de scheiding tussen stad en platteland, die adequaat beleid voor de Randstad nog altijd belemmeren. Juist door het al te formele onderscheid tussen groen en rood op de landkaart van Holland te relativeren, is er hoop voor de steden die nu gedwongen zijn hun grondgebied tot de laatste vierkante meter vol te plempen met huizen, huizen en nog eens huizen. Van Rossem maakt duidelijk dat er veel kapot gaat om de mythe van een vrije natuur overeind te houden. En die mythe is hardnekkig. Het Groene Hart is niet voor niets een metafoor die verwijst naar vitale levensfuncties. In de ogen van hen die dit open gebied met hand en tand verdedigen, zijn aanslagen op het hart te beschouwen als aanslagen op het leven.
Ondanks zijn welkome nuancering van het Randstaddebat, is de visie Van Rossem uiteindelijk ontoereikend. Herhaaldelijk stelt hij dat hij de problemen 'nuchter en functioneel’ wil bekijken. Maar het resultaat is een tekst die ook uit de pen van de woordvoerder van de Bovag had kunnen komen. Hoewel hij enige malen het begrip 'duurzame ontwikkeling’ laat vallen, blijft het onduidelijk hoe dit in zijn toekomstscenario kan figureren. In plaats daarvan wordt herhaaldelijk autobezit en democratie op een lijn gesteld en dus, in naam van de beschaving, de toename van reizigerskilometers als voldongen feit gezien. Van Rossems beroep op 'de maatschappelijke realiteit’ is daarmee allesbehalve realistisch. Hij wil de Randstad modelleren naar de eisen van de automobiliteit van morgen, terwijl we nu al weten dat die eisen irreeel zijn vanwege milieubezwaren, een voorspelbaar tekort aan fossiele brandstoffen, groeiende weerzin tegen tijdsverspilling in de file en de opkomst van telewerken. Het is met andere woorden bijzonder jammer dat Van Rossem het debat heeft opgefrist juist ten faveure van de auto.
Wellicht leven we (binnen de grenzen van de wassende waterlinie, wel te verstaan) in de beste aller werelden. Van Rossem echter veronderstelt dat de extrapolatie van deze wereld dus een nog betere zal betekenen. Dit is, in alle nuchterheid, een onhoudbare redenering.