Patat en pasta

Michael Pollan
In Defense of Food
Penguin Press, 232 blz., € 20,99

Schrijver Maarten ’t Hart at in zijn jeugd vooral bruine bonen en tot snot gekookte andijvie met een scheut oude jus. Ook nu hij zich aan gereformeerde terreur en armoede ontworsteld heeft, blijft zijn dieet sober. Je zou verwachten dat, eenmaal soeverein over zijn eetpatroon, ’t Hart zich volstopte met al het lekkers dat hij heeft moeten ontberen en daarna als bon vivant door het leven zou zijn gegaan. Het tegendeel blijkt. Hij eet het liefst rauwe groenten (die laxeren zo lekker) en gierst.

Dit alles staat opgetekend in zijn boek Het dovemansorendieet. Hij legt ook uit waarom hij volhardt in deze zelfkastijding. ’t Hart heeft een afkeer van dikke, ongezonde mensen. ‘Al die wanstaltig dikke lijven, ik vind de aanblik ervan ronduit walgelijk’, moppert hij. In zijn kruistocht tegen verkeerd eten krijgt hij bijval van Michael Pollan. In In Defense of Food breekt de Amerikaanse professor een lans voor écht voedsel, zoals grootmoeder kookte. We zijn dwalende volgens Pollan omdat we niet langer voedsel uit de natuur maar uit de voedingsindustrie eten. Net als Maarten ’t Hart hekelt Pollan dieetexperts. Volgens de Amerikaanse journalist heeft dertig jaar voedingsadvies ons zieker dan ooit gemaakt.

Voedsel en eetgewoontes zijn een geschikt instrument voor sociale afscheiding. Culinaire verfijning is een typisch product van de middenklasse die zich wilde onderscheiden van het grove eetpatroon van een onderklasse. Ook Het dovemansorendieet en In Defense of Food passen in dit patroon. Het zijn uitingen van voedselpurisme dat een scheiding maakt tussen twee klassen: de massa die zich blijft voeden met vet, zoet en vooral kunstmatig voedsel en een culinaire elite die zich voedt met écht eten. Die culinaire elite zet het gepeupel klem tussen Scylla en Charybdis. Als zij zich volstoppen met rotzooi veranderen ze in een door ’t Hart verfoeid ‘praalgraf van patat en pasta’ en als ze zomerslank met Sonja willen worden laten ze zich een oor aannaaien door valse voedselprofeten.

De boodschap van Pollan en ’t Hart is helaas nogal gratuit. ’t Hart heeft tijd en ruimte voor een grote tuin en daarom komen zijn eieren recht onder de kip vandaan en worden zijn boontjes vers geplukt. Bovendien is de pastorale idylle, waarin de mens eet in harmonie met de natuur, weinig realistisch. Grond is schaars en tijd helemaal. Een uitgebalanceerde zak gesneden wokgroenten uit de supermarkt is daarom zo onzinnig niet.