Patat met roti

EENMAAL IN MIJN leven heb ik op mijn flikker gehad voor politiek incorrect gedrag. Ik was tien. Thuis aan tafel hoorde ik mijn vader, verbitterd door de ‘vriendjespolitiek’ van sociaal-democraten die hem zijn baan bij de gemeente zou hebben gekost, vertellen dat ‘die Abe Lenstra ook een rooie’ was. Nu had ik eens wat te vertellen op het schoolplein! ‘Weten jullie dat Abe een rooie is?’ Prompt werd ik door een meute klasgenoten ‘in elkaar geslagen’, zoals het tegenwoordig heet. Ik had een ikoon van de jaren vijftig, onze nationale voetbalheld, bezoedeld door hem te identificeren met een politiek incorrect begrip. Rooien waren communisten, dat wist iedereen. En communisme was uit den boze.

Politiek correct is een recente term, maar een oud begrip. Om de wereld overzichtelijk te houden hebben de mensen nu eenmaal behoefte aan dogma’s, vaste stellingen die niet ter discussie staan. Toen: communisme is heel slecht, nu: de multiculturele samenleving is erg goed. Ze worden telkens weer aangeroepen in haast religieuze toonzetting. De communistische landen werden geïdentificeerd met het rijk van Satan, de multiculturele samenleving met een soort hemel op aarde. Onlangs nog riep het D66-kamerlid Boris Dittrich bij een meeting tegen racisme uit: ‘We moeten de verschillen niet verdoezelen, maar vieren!’ Tja, dan ben je al dicht bij de eucharistie. Het vervelende van zulke begrippen is dat ze onderzoek van de werkelijkheid in de weg staan. Het communisme was absoluut verwerpelijk, dat wisten we, en nadere studie ervan was daarom al verdacht. Daardoor ontbrak het aan aandacht voor de nuances en tegenstellingen binnen het communistisch systeem en hadden we te laat in de gaten dat het verkruimelde. Doordat de multiculturele samenleving als een onaantastbaar ideaal geldt, verliezen we de culturele dynamiek van migranten uit het oog. Dat zij hun cultuur 'behouden’ wordt als vanzelfsprekend aangenomen. Maar het zou wel vreemd zijn als migranten die een ander land, ander werk en ander onderwijs hebben verkozen, hun cultuur ongeschonden door dat proces zouden kunnen en willen loodsen. Dat de term 'multiculturele samenleving’ steevast vooraf wordt gegaan door het bepalend lidwoord 'de’ is kenmerkend voor de veronderstelde vanzelfsprekendheid ervan. De inhoud van het begrip wordt dan ook zelden omschreven. Wat eenmaal heilig is verklaard, behoeft geen nadere verklaring. Het betekent dat iedereen er de betekenis aan kan geven die hem goed dunkt. Uit de woorden van de ware gelovigen valt op te maken dat ze er een mooie symbiose mee bedoelen (al zou het dan beter zijn de term 'intercultureel’ te gebruiken). Onze inheemse cultuur en de 'migrantenculturen’ moeten zo op elkaar inwerken dat op den duur als het ware een nieuwe, hogere cultuur ontstaat. Ze zien de hoopvolle voortekenen daarvan in het exotischer worden van het Hollandse menu (van paprika tot papadam) en het repertoire van de disco (van reggae tot raï). Ze vieren deze vooruitgang op multiculturele festivals waar in kraampjes roti en bapao worden uitgevent terwijl op het podium iemand op de sitar tokkelt. MAAR DAT IS allemaal culturele franje. Je kunt een Afrikaanse doek omslaan, maar daarmee wordt je denken en voelen nog niet Afrikaans. Er zijn weinig gegevens die erop wijzen dat de mentale en emotionele bagage van de Nederlander ook maar enigszins beïnvloed wordt door de opmars van migranten. Bijna geen autochtoon bekeert zich tot de islam. Evenmin is er iets te bespeuren van een toename van het clangevoel onder Hollanders. Andersom is het wel zo. Tineke van den Klinkenberg, directeur van Forum, het 'instituut voor multiculturele ontwikkeling’, voerde onlangs aan dat de kunstzinnige uitingen van Karim Traïdia, Hafid Bouazza, Kader Abdolah e tutti quanti een doorbraak zijn naar de multiculturele samenleving. Maar wie De Poolse bruid zag zonder te weten dat de maker een immigrant uit Noord-Afrika is, heeft gewoon een Nederlandse film gezien; het is een voorbeeld van geslaagde integratie. Bij de genoemde schrijvers is de cultuur uit het land van hun herkomst wel kenbaar. Ze gebruiken er de taal van hun nieuwe land voor. Het is migrantenliteratuur, een fase in iedere migratie - van voorbijgaande aard. Overtuigender zou het zijn wanneer in het werk van autochtone kunstenaars invloeden van migrantenculturen te bespeuren zouden zijn. Maar behalve bij Joost Zwagerman, die een poging deed zich te verplaatsen in een Surinaamse 'buitenvrouw’, is daar niets van te bespeuren. En het onbeholpene van die poging onderstreept nog eens dat, voorzover er van interculturele kunst sprake is, deze neerkomt op eenrichtingsverkeer: immigranten nemen elementen over van de cultuur die in hun nieuwe land domineert. Zo is het altijd gegaan. De plattelandscultuur die ik in de jaren vijftig in de Achterhoek gekend heb, verstedelijkte sedertdien. De muziek van Normaal en Boh Foi Toch verwijst er nog naar, maar de musici leven en denken als burgers van de metropool Nederland. Het dagelijks bestaan in de Randstad is sedert de oorlog onder Amerikaanse invloeden sterk veranderd: de dominante cultuur zet de toon. Paul Schnabel, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, wijst er op dat jonge migranten daarbij een versnellende rol spelen: ze nemen het eerst Amerikaanse modes in muziek, kleding en sport over. In plaats van Holland te doordesemen met culturele invloeden uit hun stamland bevorderen ze de globalisering van de cultuur. Dat is logisch, want migranten zijn ook cultureel op drift. LETTERLIJK GENOMEN doet de term 'multiculturele samenleving’ denken aan multiplex: aan elkaar gekitte laagjes hout. Maar het gaat dan om één laag, die negentig procent van de dikte in beslag neemt, en daarnaast talloze flinterdunne laagjes. Die zijn overigens nog dunner dan uit het discours van de multiculti-adepten blijkt. Ze spreken bijvoorbeeld van 'de Turkse cultuur’, die echter niet bestaat. Er zijn Koerden en Alevieten, stedelijke Turken en arme boeren, strenge moslims en geseculariseerde burgers. De onblusbare behoefte om migranten over één kam te scheren spreekt het meest uit het hanteren van de term 'zwarten’. Sedert Philomena Esseds Alledaags racisme mogen we niet meer van 'blanken’ spreken - het suggereert ten onrechte lelieblankheid. Sindsdien onderscheiden we 'witten’ en 'zwarten’ (al valt niet in te zien waarom dat laatste wel in orde is, het associeert immers met nacht en slechtheid?). Maar in de eerste plaats zijn er onder de migranten maar weinig echte zwarten - behalve wat Afrikanen en Boslandcreolen. De meesten zijn licht getint en veel Turken en Marokkanen zijn zelfs bleker dan veel Hollanders. Het ontkennen van kleurverschillen beneemt ons het zicht op de interessante gevolgen ervan. Men constateert dat onder televisiepresentatoren en soap-acteurs steeds meer 'zwarten’ voorkomen, maar de socioloog Ruben Gowricharn wijst erop dat het overwegend lichtbruine creolen zijn: voor de Hollandse media blijkbaar 'ons soort negers’. In de tweede plaats duidt 'zwarten’ op een zielsverwantschap die niet bestaat. Een Marokkaan heeft niets (behalve misschien zijn sociaal-economische positie) gemeen met Surinamers - en zelfs die hebben onderling weinig gemeen. Onlangs woonde ik bij Forum een bespreking bij van verkiezingsonderzoek onder migranten. Men vroeg zich af of Surinamers vaker op het CDA stemmen wanneer dit Surinaamse kandidaten verkiesbaar stelt. Maar de vraag is of er hindoestaanse dan wel creoolse kandidaten zijn: die bevolkingsgroepen stemmen namelijk zelden op iemand uit de andere groep. EEN VAN DE weinigen die probeerde het begrip 'multiculturele samenleving’ handen en voeten te geven is professor Han Entzinger, de 'geestelijke vader van het inburgeringsmodel’. Hij komt tot een overtreffende trap van vijf zulke samenlevingen. Het eerste is dat multiculturalisme alleen in de privésfeer bestaat, in verschillende gezinslevens, terwijl de publieke samenleving geen rekening houdt met culturele verschillen. Het tweede is dat de verschillen zich ook manifesteren in organisaties van groepen migranten, die daarbij door de overheid gesteund kunnen worden. Nederland bevindt zich nu in het derde stadium, waarbij de cultuurverschillen in het publieke domein geïnstitutionaliseerd zijn: Marokkaanse scholen, een hindoestaans bejaardentehuis, een islamitische omroep, een Turks voetbalelftal. De dominante Hollandse cultuur bepaalt de rechtsorde, maar schept ruimte voor maatschappelijke instellingen van 'andersdenkenden’. Verzuiling heette het voorheen. Theoretisch zou het nog multicultureler zijn cultuurverschillen ook in de rechtsorde tot uiting te laten komen: in afwijkende rechtsregels op het punt van huwelijk, bezit of rechtspraak. De hoogste trap van multiculturalisme is dat verschillende bevolkingsgroepen ook zelfbestuur verwerven, waartoe vaak nodig is dat ze eerst ruimtelijk van elkaar gescheiden worden. Die laatste twee vormen hebben bestaan, maar in maatschappijen die de pleitbezorgers van de multiculturele samenleving nu juist verafschuwen. Zowel het vooroorlogse Nederlandsch-Indië als het koloniale Suriname stond bepaalde groepen ingezetenen in juridisch opzicht autonomie toe: het adatrecht, het hindoestaanse huwelijksrecht. Het wordt achteraf veelal opgevat als een manier om de betrokkenen via een beleid van verdeel en heers onder de duim te houden. In de vijftrapsraket van Entzinger kun je België opvatten als een perfecte multiculturele samenleving, maar ook het Zuid-Afrika van de apartheid en de thuislanden. Dat is meteen ook een belangrijk bezwaar tegen het begrip 'multiculturele samenleving’. De voorstanders ervan zijn in het algemeen ook voorstander van meer 'participatie’ door migranten aan de Nederlandse samenleving. Maar in hoeverre staan deze idealen elkaar in de weg? Naarmate meer nadruk wordt gelegd op de waarde van de 'eigen cultuur’ die in eigen kring beleefd wordt, zal er minder gelegenheid en geneigdheid zijn zich te mengen in de algemene publieke cultuur van Nederland. Dan wordt het 'jij in jouw klein hoekje en ik in ’t mijne’: apartheid. DE GROOTSTE handicap ervaren migranten op de arbeidsmarkt, en die wordt nu eerder vergroot dan verkleind door het behoud van hun eigen cultuur. Nederland koesterde zich met zijn streven naar een 'multiculturele samenleving’ in een geur van vroomheid, maar tegelijk was en is het percentage werklozen onder migranten hier hoger dan in omringende landen die minder doen aan instandhouding en bevordering van de eigen cultuur. Het model van inburgering is in Nederland nog slechts enige jaren oud en naarmate het slaagt verdwijnt het ideaal van een multiculturele samenleving verder uit beeld. Het is gebaseerd op groepsdenken, maar in onze maatschappij leidt emancipatie juist tot individualisering. Om zich te emanciperen moeten migranten zich vooral elementen uit de dominante cultuur eigen maken. Het Hollandse poldermodel draait op een zakelijk concept van 'geven en nemen’ en 'voor wat hoort wat’, waarin ook een migrant thuis moet raken om succes te boeken. De Nederlandse arbeidsmarkt wordt voor een belangrijk deel bepaald door informele relaties: ontzaglijk veel vacatures worden vervuld doordat werknemers nog wel een zwager of buurman kennen die geschikt is voor de job. In die netwerken moeten migranten zich een plaats veroveren, al staat het hun uiteraard vrij om ’s avonds onder elkaar Koerdische liederen te zingen. Feitelijk is de emancipatie van migranten het meest gediend met gemengde huwelijken. Als ze met autochtonen trouwen worden ze vanzelf iemands zwager en kunnen ze deel gaan uitmaken van diens netwerk. In dat opzicht biedt het straatbeeld trouwens hoop: je ziet steeds meer zwartwitte stelletjes. Maar dat voltrekt zich geheel buiten het officiële streven naar een multiculturele samenleving om. NU BEZORGT de post zojuist een 'startdocument’ waarin Forum zijn nieuwe 'strategische visie’ ontvouwt. De eerste regel luidt: 'Een samenleving die groepen en individuen van uiteenlopende etnisch-culturele herkomst een volwaardige plaats biedt, is in onze ogen een multiculturele samenleving.’ Het is mooi dat men zich nu verplicht voelt zijn streven nader te omschrijven, maar op deze wijze wordt het begrip opgerekt tot betekenisloosheid. De definitie zegt niet meer dan dat de herkomst van die individuen ook enige culturele betekenis moet hebben en beschrijft in wezen het Nederland zoals het sedert de burgerlijke gelijkstelling van de joden steeds was. Niks bijzonders, niks waarnaar speciaal gestreefd moet worden onder begeleiding van sitarspel. Bij de oprichting van Forum in 1996 werd het woord gevoerd door Kees Schuyt. Hij sprak kort, maar lang genoeg om duidelijk te maken dat hij het doel van deze organisatie - het ontwikkelen en bevorderen van een multiculturele samenleving - onzin vindt. Als socioloog moest hij constateren dat iets dergelijks wel kan groeien maar niet georganiseerd kan worden. Uit de zaal klonk een aarzelend applaus op en de sfeer werd even ongemakkelijk, maar niemand nam de moeite Schuyts analyse te weerleggen en het instituut is daarna niet opgeheven. Wanneer een begrip eenmaal als 'politiek correct’ herkend wordt, is het einde van zijn verhevenheid in zicht; dan is het niet langer onomstreden. Dat is sedert een half jaar aan de hand met de multiculturele samenleving. In september stelde het Sociaal en Cultureel Planbureau vast dat deze term geen werkelijke of zelfs maar waarschijnlijke ontwikkeling beschrijft. Volgens directeur Schnabel geeft ze slechts een 'beleidsverlangen’ weer dat te pas en te onpas aangeroepen kan worden voor subsidies en projecten waarmee de overheid haar onmacht bij de emancipatie van migranten verhult. e neemt zo'n term in de mond om aan te geven dat je hen serieus neemt, hoewel dat nog maar de vraag is: het begrip dient meer ons gevoel van welbehagen dan hun belang.