Snoop Dogg behoort tot het meubilair van de hiphopwereld, en die rol past hem uitstekend. Waar veel van zijn vroegere collega’s al dan niet vrijwillig uit beeld zijn verdwenen – ze werken nu achter de schermen, ze hebben geen publiek meer, ze zijn overhoop geschoten – rapt Snoop Dogg nog altijd moeiteloos door. Inmiddels is hij bijna vijftig en het net verschenen From tha streets 2 tha suites is zijn achttiende soloalbum, waarop hij welbeschouwd niets doet wat hij niet eerder heeft gedaan.

Het fijne is: Snoop Dogg pretendeert dat ook niet. ‘I’m the same nigga from the Beach’, zo stelt hij zelf op de stevige albumopener ‘C-E-O’. ‘With more knowledge and more game/ The best weed, real talk, nigga, preach.’ Hij weet dat hij geen new kid meer is, hij weet dat hij de taal van de jeugd niet meer spreekt. In plaats daarvan schikt hij zich op deze tien nieuwe nummers heel naturel en loom in de rol van pater familias: met zijn kenmerkend hoge stem verklaart hij nog eens de liefde aan wiet, hij omschrijft hoe populair hij is bij vrouwen wereldwijd, hij verwijst nog eens naar zijn arme jeugd in Long Beach, Californië en naar de bijbehorende criminaliteit. Het zijn de vertrouwde onderwerpen, vernieuwend wordt het geen seconde, ook muzikaal niet. Stuiterende bassen, diepe synthesizers, soms slepende en dan weer juist stevige drums: Snoops soepele woordenstroom wordt uitgesproken over een lekkere, niet te geraffineerde muzikale ondergrond.

En juist in al die herkenbaarheid schuilt een prettige kracht. Zeker aangezien hiphop sinds Snoop Doggs doorbraak, begin jaren negentig, nogal is veranderd en nu regelmatig overhelt richting wel erg gladde pop. Luisteren naar Snoop voelt altijd weer alsof je na onstuimige jaren een jeugdvriend tegenkomt, die eens te meer geen spat veranderd blijkt.

Wat bij dit alles helpt, is dat Snoop nooit een schreeuwerige rapper is geweest. Anders gezegd: het comfort dat nu in zijn hele stijl doorklinkt, heeft altijd bij hem gehoord. Veel rappers breken door met boze, soms ronduit agressieve hiphop, vol adrenaline en geldingsdrang, wat hen vroeg of laat voor een probleem stelt: waarover kunnen ze nog boos worden zodra ze beroemd zijn en hun achterbuurt al lang hebben ingeruild voor een goed beveiligd landhuis? Vanaf zijn doorbraak heeft Snoop Dogg zijn rapstijl nooit drastisch hoeven omgooien, hij heeft hem alleen hier en daar bijgeschaafd: de grimmige randjes eraf, zijn houding iets speelser, humoristischer ook, vol knipogen naar zijn verleden en tussendoor felgekleurde tv-reclames voor elk merk dat hem betaalt. Zo, altijd vrolijk en herkenbaar, heeft Snoop zijn publieke personage meer en meer gecultiveerd. Inmiddels kent iedereen hem, zelfs mensen die zijn muziek koste wat kost vermijden.

Is From tha streets 2 tha suites het album waarvoor hij later herinnerd zal worden? Geenszins. Maar daar is het hem hoorbaar ook niet om te doen. Snoop Dogg maakt waar hij zin in heeft, goed geluimde gangsterrap, zo vanzelfsprekend dat ik me kan voorstellen dat hij straks in het bejaardentehuis nog altijd aan het rappen is – en ook dan zal het makkelijk en overtuigend klinken.


Snoop Dogg, From tha streets 2 tha suites