Pathetisch lijden

Sevtap Baycili
Donderpreken: Aforismen over Nederland
Prometheus, 208 blz., 17,95,-

Er is de laatste jaren zo veel non-fictie over de kommer en kwel van allochtone, islamitische vrouwen verschenen dat Donderpreken: Aforismen over Nederland van Sevtap Baycili een welkom ander geluid is. Ze ontkracht het dominante beeld en bindt de strijd aan met het Verlichtingsfundamentalisme. Maar toch gaat er iets mis. Dat komt door de wijze waarop zij zich al te nadrukkelijk positioneert als een allochtoon tegenover de oogkleppendragende autochtonen. Het hele boek dampt van verontwaardiging jegens al die vooroordelen en vooringenomenheid van de Nederlanders.
Haar eerste zin zet de toon: ‘U heeft nu een boek voor handen waarin u met een allochtoon kennis zult maken. U maakt kennis met mij als een Turkse, als een vrouw, als een moslim, als een filosoof.’ Wat ze door het hele boek heen betoogt, is dat iedereen zich zand in de ogen laat strooien door de betweterige protagonisten van het seculiere modernisme, zoals Paul Scheffer, Paul Cliteur, Herman Philipse en niet te vergeten hun gemankeerde moslimmascotte Hirsi Ali. In haar stuk Donderpreken, een bewerking van een lezing die ze in 2003 tijdens het internationale literatuurfestival in Den Haag uitsprak, ‘betrapt’ zij haar publiek op een bekrompen, geïndoctrineerde visie op allochtone vrouwen. Het zijn allemaal deerniswekkende schepsels met een hoofddoek om, die worden gekoeioneerd door hun mannen, geknecht door de patriarchale islam en jarenlang door de Haagse gesubsidieerde onverschilligheid uit de samenleving weggezet. En nu opeens zijn zij het object geworden van een intellectuele discussie over integratie en de islam.

Kom nou zeg, Baycili is anders! Zij studeerde filosofie in Istanbul en bewoog zich in de periode waarin de gezinshereniging in Noord-Europa in volle gang was in het kritische linkse studentenmilieu. Vanwege een Nederlandse man belandde ze in het schattige polderlandje. Haar aanvankelijke liefde voor Nederland sneuvelde in de ‘belachelijke cultuur van polderprovocatie die we na 9/11 hebben ontwikkeld’. Daarvoor in de plaats kwamen bitterheid en diepe teleurstelling in de mensen, waardoor ze is terechtgekomen in de ‘zelfgekozen lifestyle: lijden’. Tussen de regels laat ze telkens weten wie ze is: een Turkse, een moslim en een filosofe.

Doet ze dit voor het geval de lezer terugvalt in zijn pavlovreflex? Of ligt het aan de eindredactie van de uitgeverij die heeft nagelaten om bij de bundeling van de eerder gepubliceerde losse stukjes de rode pen te zetten in dubbelende antecedenten en statements?

Het resultaat maakt Baycili tot een predikante met dezelfde eigenschappen die ze juist haar haatobjecten verwijt: pathetisch en moreel superieur. Zij (Turkse, filosofe) eigent zich het exclusieve recht toe om werkelijk te weten hoe ‘de ander’ over allochtonen en het integratievraagstuk denkt. Het gemopper is te weinig gedoseerd. Háár referentiekader vormt het argument in haar kruistocht tegen de antimulticulturalisten en hun goedgelovige klapvee.

Waarom toch die fixatie op het groepje Verlichtingsfundamentalisten? Zij vertegenwoordigen tenslotte maar een mening. Bovendien toont ze daarmee selectieve verontwaardiging. Is er dan écht geen reden tot kritiek op de Turkse gemeenschap en de islam? Werkelijk niemand kan het bij haar goed doen. Althans, het is troebel wat ze werkelijk vindt, omdat het lastig is onderscheid te maken tussen satire en oprechte boosheid en tussen zelfspot en de door haar bespotte gekleurde bril waarmee de Hollanders allochtonen bezien.

Jammer is dat. Want Baycili is wel degelijk óók scherp en humoristisch. Haar observaties zijn vaak raak. Als ze bijvoorbeeld het boekje Pret met moslims van Elena Simons of Turkse vlinders van Stine Jensen afkraakt, ontbloot ze onweerlegbaar de stupiditeit van hun neo-oriëntalistische blik op moslims. Was haar kritiek op haar hoofdthema maar net zo hermetisch vilein. Ze zou dan krachtiger overtuigen dat er – natuurlijk – iets scheef zit in het politieke discours van na 11 september. En wat zij wel degelijk opwerpt is een zinnige vraag: lijden alle allochtonen hier net zo onder als Baycili?