Kunst - Jeff Cowen

Patina

Medium kunst
Jeff Cowen, Statua 25, 2015 © Jeff Cowen / Huis Marseille

Een aardig aspect van hedendaagse fotografie is dat de techniek het product foto heeft gereduceerd tot een digitaal bestaan. De foto bestaat op scherm, dan op een ander scherm, het hangt in de cloud, en daarna komt het beeld pas in print, misschien. Er zijn fotografen die zich beklagen over een gebrek aan respect voor de foto als object, dat wonderlijk plateau met chemicaliën waarvan de consolidatie een heuse toverkunst is. Zo’n fotograaf is Jeff Cowen (VS, 1966), die gepokt en gemazeld was in de fotografie van de straat en de actie, maar daarna uitgekeken raakte op de toevalsfactor en zijn camera verplaatste naar het atelier, naar beter beïnvloedbare omstandigheden. Huis Marseille in Amsterdam toont een vrij ruim overzicht van zijn werk. Cowen is al zo’n vijftien jaar aan het exposeren, maar was nooit eerder in Nederland.

Cowen gaat in dat atelier duidelijk flink met zijn fotomateriaal in de weer. Hij bewerkt zijn negatieven met chemicaliën, en ook wel met de kwast. Ook de prints worden beschilderd of bespat, dan versneden, opengeknipt, over elkaar geplakt et cetera. De onderwerpen van het basismateriaal zijn zeer traditioneel: een parklandschap, klassieke sculpturen, een stuk van een boom, lijzige ijle vrouwenkoppen. Die bewerkingen leveren soms interessante resultaten op. Om te beginnen lijken de foto’s er soms stokoud door, roestig en vlekkerig, alsof ze 150 jaar geleden zijn gemaakt op glasnegatieven die daarna een eeuw op een vochtige zolder hebben gelegen. Verder lukt het de fotograaf om het enkele beeld meer facetten te geven, wat meer diepte, soms heel letterlijk door het in stukken te knippen en in fragmenten te herhalen. Bovendien kan hij makkelijker zijn beeld naar de abstractie overhevelen – de directe aanleiding wordt onherkenbaar, of bijna, zoals in Untitled Kleinmachnow waar een boomstam bijna onzichtbaar wordt onder een pollockige spatschildering.

Deze bewerkingen zijn een geaffecteerde manier om een patina aan te brengen dat eigenlijk niets met het werk te maken heeft. Cowen meldt dat hij (sinds hij in Japan verbleef) geïnteresseerd is in het principe van wabi-sabi, wat hij vertaalt als ‘the achingly beautiful melancholy of life’. Wabi-sabi behelst het aanvaarden van verval, het erkennen van de schoonheid daarvan, het accepteren van blessures en beschadigingen. Het is niet: het toebrengen van dat soort beschadigingen, lijkt mij. Dat is een patina dat geforceerd is, een drammerig soort esthetiek. Bij de betonnen tuinboeddha’s van Intratuin kun je dat ook krijgen: smeer ze in met een beetje yoghurt en ze worden in een week driehonderd jaar oud.

Bij langer kijken worden deze beelden minder en minder interessant. Ze zijn zeer decoratief, dat wel, de vrouwenportretten zijn fraai, hun out-of-focus is knap gehanteerd, de kleuren zijn stemmig. In een interview zei Cowen over zijn werkwijze: ‘Al die chemische processen, verf, vlekken, collage, voegen meer betekenis toe.’ Ik ben bang van niet.


Jeff Cowen, Photoworks, t/m 4 juni in Huis Marseille, Amsterdam; huismarseille.nl