Patrick b.

Zijn levensverhaal is opgetekend door Bret Easton Ellis en verschenen onder de titel ‘American Psycho’. Patrick Bateman, overdag een succesvolle Wall Street-yup, ‘s nachts een slager van arme sloebers en strakke vrouwen. Niemand is veilig.
TEN ONRECHTE wordt hij beschouwd als een krankzinnige crimineel. Velen vinden hem een abject figuur, een afschuwelijke smet op Gods schone schepping. Zijn vernederende bijnaam, American Psycho, is volgens zijn criticasters dan ook volkomen op zijn plaats. Hij zou werkelijk een psychopaat zijn zoals ze alleen in de Verenigde Staten van Amerika voorkomen: een extreem kwaadaardig wezen zonder hart, gevoel of moreel besef, een moordmachine, een onmens.

Patrick Bateman is echter een onberispelijke jongeman, die een onberispelijk leven leidt. Hij is jong - zesentwintig - maar heeft het al helemaal gemaakt op Wall Street, waar hij net als zijn yuppen-kennissen (‘vrienden’ bestaan in zijn wereld niet) overdag vreselijk veel geld verdient. We weten van hem dat hij in een welvarend, beschermd milieu is opgegroeid, in een typisch bovenmodaal gezin dat niet werd geplaagd door tegenslag en onfortuin.
Natuurlijk zijn zijn ouders inmiddels gescheiden, als de meeste Amerikanen, maar dat is het enige haarscheurtje in het verder glanzende, spiegelende oppervlak van zijn leven. Bateman heeft altijd alles gehad wat hij wilde hebben. Grootgeworden in een wereld van overvloed en rijkdom, is hij gewend te krijgen wat hij verlangt. Verder is over zijn verleden maar weinig bekend, en zelf zwijgt Patrick ook liever over zijn achtergrond en afkomst, net als over zijn familie. Dat is allemaal niet relevant, meent hij. Het verleden is voorbij, de toekomst nog niet begonnen, alleen het heden telt.
Patrick Bateman is aantrekkelijk. Met zijn volmaakt gespierde, afgetrainde lichaam en mooie fotomodellengezicht windt hij zonder veel moeite de ene vrouw na de andere om zijn vinger, waarbij zijn voorkeur uitgaat naar onversneden hardbody’s: slanke, goed geconserveerde blonde vrouwen met grote borsten en strakke billen.
Hij is ongelooflijk hip. Hij luncht en dineert in de meest trendy restaurants van de stad, bezoekt exclusieve clubs en wordt uitgenodigd voor party’s met beroemdheden. Gezegend met een brede kennis van wat in is, wordt hij als arbiter elegantiarum voortdurend door zijn kennissen om advies gevraagd op het gebied van kleding en moderne etiquette. Vanzelfsprekend draagt Bateman zelf alleen het beste van het beste, dat is dus het duurste van het duurste. Je bent wat je draagt, tenslotte, in een tijd waarin buitenkant alles is wat telt.
DE REDEN DAT Patrick Bateman ondanks zijn voorbeeldige levensstijl niet zo goed ligt bij de meerderheid van de burgerij is dat hij ’s nachts een compleet ander mens wordt. Zo gauw het donker is op Manhattan gaat hij erop uit en pleegt gruwelijke misdaden. Wat het moorden betreft prefereert Bateman bedelaars, zwervers en jonge vrouwen. Hij schept er plezier in zijn slachtoffers op zeer onorthodoxe wijze te doden en hun lichamen te mutileren.
De hardbody’s Elizabeth en Christie krijgen het na een uitgebreide sekssessie zwaar te verduren. Met een slagersmes snijdt Patrick de halsslagaders door, zodat het bloed in het rond spuit. De startkabels van een accu sluit hij aan op Christies borsten, die al gauw bruin uitslaan. Elizabeths rechterarm en -been worden afgehakt, haar linkerhand belandt in de keuken. Waarover Bateman zich op dat moment, kijkend naar de twee verminkte lijken, het meest druk maakt, is een belangrijke lunchafspraak een uur later.
Hoe razendsnel de nachtelijke moorden elkaar ook opvolgen, overdag blijft Bateman unverfrohren zijn Wall-Streetleven leiden, dat elke dag opnieuw is opgebouwd uit The Patty Winters Show op tv, de training op de Health Club, een beetje geld verdienen, veel geld uitgeven, copieus lunchen, en met de neus vol cocaine danspaleizen bezoeken. In zijn omgeving merkt niemand iets van Patricks aberraties. In die yuppen- kringen ziet men elkaar vaak voor een ander aan; persoonsverwisselingen zijn schering en inslag. Ook wanneer Bateman een paar keer tussen neus en lippen door vertelt waar hij zich ’s nachts zoal mee bezighoudt, besteedt niemand aandacht aan hem.
Het is jammer voor de grote meerderheid, maar Patrick Bateman is geen psychopaat. Hij is eerder een buitengewoon tragische figuur. Bateman is een flat character, een man zonder psychologische diepgang. Een man die niet moordt uit een of ander romantisch motief zoals 'het kwade willen doen’. Hij wil helemaal niet 'het kwade doen’. Zelf is hij goed noch kwaad. Hij is niets. Blanco.
Patrick Bateman lijdt aan een typisch decadente ziekte: zijn zenuwen zijn afgestompt. Hij heeft zeer extreme prikkels nodig om nog iets te voelen. Hij is de reincarnatie van Jean les Floressas des Esseintes, wiens leven werd beschreven in Joris-Karl Huysmans’ A rebours uit 1884, de exponent bij uitstek van de decadentie van het fin de siecle. 'Wat hij ook aangrijpt, een immense verveling blijft hem terneerdrukken. En dan: zoals meisjes in de puberteit soms onweerstaanbaar kunnen verlangen naar vreemde, walgelijke gerechten, zo droomde hij van ongewone erotische betrekkingen, perverse lusten, en voerde deze fantasieen ook uit. Dat was het einde. Zijn uitgeputte zintuigen, verzadigd omdat ze van al het denkbare hadden geproefd, raakten in een toestand van ongevoeligheid; Des Esseintes was nagenoeg impotent.’
De twintigste-eeuwse Amerikaan is een zelfde tragische degenere als de fragiele Fransman. Net als zijn voorvader is Patrick Bateman een neuroticus, een gevoelige, nee overgevoelige jongeman, een verfijnde estheet, een aan spleen en ennui lijdende dandy, geplaagd door het indringende verlangen er niet te zijn. Een vermoeid mens, een representant van het moderne fin de siecle. De drijvende kracht achter Batemans weerzinwekkende misdaden is het verlangen naar die allerzeldzaamste aller gebeurtenissen: een golf adrenaline. Hij wil iets kunnen voelen.
EIGENLIJK IS Patrick Bateman een man zonder smaak. Hij gaat blindelings af op wat mooi of goed heet te zijn. Hij houdt van de meest platte middle of the road-muziek (hij uit zijn diepe bewondering voor - nota bene - Genesis, Whitney Houston en Huey Lewis and the News), is weg van de wanstaltige volksdansvoorstelling Les miserables, is weliswaar in het bezit van een trendy schilderij (van David Onica) maar heeft dat al jaren ondersteboven in zijn woonkamer hangen. Bateman is alleen van belang als de man die hij lijkt, niet als wie hij is. Hij is in wezen dan ook niemand.
De Dorian Gray onder de seriemoordenaars heeft geen identiteit. Hij is een Killer ohne Eigenschaften. Zijn tragiek, een ongeneeslijke, diepe wond, is het gevolg van oververzadiging. Zijn zintuigen kwijnen, en hij lijdt aan uitputting. Geen fysieke uitputting, daarvan kan geen sprake zijn bij een man die voortdurend traint, niet rookt, vaak warm eet en caffeinevrije koffie drinkt.
Of nu zijn fantasie verantwoordelijk is voor alle moorden (bij wijze van compensatie voor het vlakke leven van de rijke Wall Street-yup) of toch hijzelf (we kennen hem alleen door zijn eigen verhalen), Patrick Bateman is een symptoom van deze tijd, een vermoeid mens, langzaam maar zeker immuun geworden voor externe prikkels. Ook de zintuigen zijn namelijk aan inflatie onderhevig.
De jaren negentig. Seks is wiskunde. Verlangen is betekenisloos. Intellect is geen remedie. Rechtvaardigheid is dood. Angst, onschuld, sympathie, schuld, verspilling, onvermogen en leed zijn zaken, emoties die niemand meer echt voelt. Bezinning heeft geen nut, de wereld is gevoelloos. Het kwaad is haar enige bestendigheid. God leeft niet. Liefde is onbetrouwbaar. Buitenkant, buitenkant, buitenkant is het enige waar iemand betekenis aan ontleent. Niets is meer de moeite waard om naar uit te kijken. A Rolls is a Rolls is a Rolls.
Wat wellicht angstwekkend is aan Patrick Bateman, is het feit dat hij aantoont dat het kwaad niet buiten de mens gelokaliseerd moet worden, maar in hemzelf zit. En het is onmogelijk te bevechten, want het is niet als zodanig herkenbaar. Iedereen kan een serial killer zijn.
Patrick Bateman verschilt nauwelijks van ons. De filosoof Rene Boomkens schreef over hem: 'Bateman is een intelligent leeghoofd. Hij is contactgestoord. Hij kan niet met vrouwen omgaan. Hij lijdt aan smetvrees. Hij is bang voor de ouderdom en is een maniakaal bezoeker van de sportschool. Hij is een verstokte vrijgezel die de weekends doorbrengt met zappen en het kijken naar hard-pornovideo’s. Hij is als de dood om zich verkeerd te gedragen, de verkeerde dingen mooi te vinden, de verkeerde restaurants te bezoeken, enzovoorts. Kortom: Pat Bateman is geschift, maar niet meer dan wij allemaal.’
Patrick Bateman is er niet. En hij is overal. Hij is niemand. Hij is iedereen - en niemand is veilig.