Patroon van opstandigheid

Samuel K. Cohn Jr.
Lust for Liberty: The Politics of Social Revolt in Medieval Europe, 1200-1425
Harvard University Press, 376 blz., € 56,-

Vanaf de Romantiek worden de Middeleeuwen door conservatieven en andere cultuurcritici geïdealiseerd. Toen had het ontwrichtende individualisme nog niet toegeslagen, toen kende iedereen nog zijn plaats en leverde al werkend en biddend zijn bijdrage aan de gemeenschap. Zelfs wie minder lyrisch is over het toenmalige feodalisme gaat er toch vanuit dat de middeleeuwse samenleving vrij stabiel was. Voor lagere klassen was het leven zwaar, wreed en kort, maar het was zo uitzichtloos dat zij slechts in zeer incidentele gevallen in opstand kwamen.

Opstanden braken altijd spontaan uit, wanneer de misère zo groot was geworden dat de mensen geen andere uitweg meer zagen. Omdat het hen meestal aan leidersfiguren ontbrak konden lieden uit een hogere klasse de opstandelingen vaak voor hun eigen karretje spannen.

Organisatorisch en ideologisch waren deze bewegingen altijd heel primitief en streefde men meestal naar het herstel van rechten die verloren zouden zijn gegaan.

Dit beeld is vooral ontstaan doordat historici zich hebben geconcentreerd op drie grote opstanden: de Franse Jacquerie van 1358, die van de Florentijnse Ciompi uit 1378 en de grote Engelse boerenopstand van 1381. Samuel Cohn heeft echter vergelijkend onderzoek gedaan naar meer dan elfhonderd opstanden tussen 1200 en 1425 en komt tot de conclusie dat van het bestaande beeld weinig tot niets klopt.

Wel signaleert hij in dit briljante boek, dat ook methodologisch vernieuwend is, een aantal veranderingen in het patroon van opstandigheid.

De cesuur ligt duidelijk bij de grote pestepidemie van 1348-1351, toen ongeveer een derde, en in sommige streken ruim de helft, van de Europese bevolking omkwam. Niet alleen de frequentie van opstanden verviervoudigde, ook het karakter veranderde. Opstandelingen waren daarna veel meer zelf- en klassenbewust en stelden concrete politieke eisen. Opvallend was dat het begrip ‘vrijheid’ ineens een veel grotere rol ging spelen, waarbij het niet langer uitsluitend ging om de privileges van de eigen groep, maar veel meer om gelijke rechten en invloed op het bestuur.

Ook maakt Cohn duidelijk dat traditionele demografische en politieke verklaringen voor de toename van opstanden niet voldoen, maar dat vooral een veranderende mentaliteit belangrijk was. Hij trekt een interessante parallel met de reactie op de Zwarte Dood. Na de grote epidemie van 1348 dook de pest nog regelmatig op, maar de ziekte zorgde voor veel minder paniek. Artsen en autoriteiten hadden het idee dat men de zaak veel beter onder controle had en dat men minder was overgeleverd aan de grillen van het lot. Dat zelfbewustzijn signaleert Cohn ook bij boeren, pachters, ambachtslieden en arbeiders.