De belangen achter de coffeeshops #2

Patsers, boeven en banken

Het gedoogbeleid voor coffeeshops heeft een sector gecreëerd waar honderden miljoenen worden ‘zwartgewassen’ om de wietwinkels langs criminele weg te bevoorraden. De financiële belangen van banken en bonafide financiers versterken de verwevenheid van onder- en bovenwereld.

Medium coffeeshops1

Haar voornaam opschrijven mag best, dat is totally fine, zegt de Australische Francis op het terras van coffeeshop New Times aan de Amsterdamse Spuistraat. Ze doet toch niks illegaals? Ze draagt een grote zonnebril, vlechtjes en een lang shirt met roze, gebatikte sixties-print. Het is haar derde bezoek aan Amsterdam en haar zoveelste aan een coffeeshop. Europa is geweldig. Zelfs in Spanje kon ze terecht op plekken waar cannabis te koop was. Mooi toch? Aan de andere kant van de tafel kijkt Tim uit Malta wat versuft voor zich uit. De as van zijn joint tikt hij op de grond. Hij rookt Girl scout cookies, een type cannabis uit Californië dat bekend is om zijn zoetige aroma. Maar dan slaan zwijgzaamheid en argwaan toe. ‘My name? Preferably not’, zegt een derde gesprekspartner, voordat ze opstaat en de rest sommeert te volgen.

Wie exploiteert de coffeeshop bij jou om de hoek? Wie bezit het vastgoed en wie financiert het? © FD/Els Engel

Hoe maatschappelijk geaccepteerd ook, praten met vreemden over coffeeshopbezoek blijft ongemakkelijk. De wietwinkel is zowel illegaal als gedoogd, blowen even normaal als licht taboe. Geen wonder dat ook de coffeeshop zelf een mengeling is van tegengestelde waarden. Wat de Australische Francis niet weet, bijvoorbeeld, is dat in de New Times belangen samenkomen van zowel de prostitutiebranche en de speelautomatenbusiness als de bankensector. Eigenaar van het Amsterdamse pand is voormalig gokkastenondernemer Johan Erkelens, die daarvoor een hypotheek afsloot bij Hugo Persant Snoep, voormalig eigenaar van meerdere seksbedrijven. ‘De huren liggen bij een coffeeshop net wat hoger’, zegt Erkelens, die nog drie coffeeshops heeft. De koop werd voor het overige gefinancierd door de nibc bank, voorheen de keurige Nationale Investeringsbank.

In de coffeeshopsector zijn onder- en bovenwereld nauw met elkaar verstrengeld. Door de overheid wordt de branche evenals die van prostitutie en speelkasten beschouwd als ‘criminogeen’. Tegelijk hebben in de sector bonafide Nederlandse financiële instellingen en vooraanstaande ondernemers grote belangen opgebouwd. De Rabobank en een bekende van de Napolitaanse maffia staan in de wietwereld letterlijk zij aan zij. Vastgoed in de coffeeshopsector is zowel in handen van ondernemers met een notering in de Quote 500 als van de familie van een veroordeelde politie-infiltrant.

De vier grootste banken van Nederland hebben gezamenlijk 171 coffeeshops in onderpand voor hypotheekleningen: hypotheken die noodzakelijkerwijs worden afgelost met de inkomsten uit drugsverkoop. Het is maar één van de opmerkelijke feiten uit het onderzoek dat Platform voor onderzoeksjournalistiek Investico en Het Financieele Dagblad – mede voor De Groene Amsterdammer – de afgelopen maanden hebben gedaan. Met een mogelijke legalisering van de Nederlandse softdrugssector in het achterhoofd, waar de Tweede Kamer al mee heeft ingestemd, maakten we de eerste systematische analyse van de volledige sector. Alle 570 Nederlandse coffeeshops legden we onder het vergrootglas door data te verzamelen over exploitanten, vastgoedeigenaren en hypotheekverstrekkers. Die openbare gegevens zijn tegen betaling te vinden bij de Kamer van Koophandel en het Kadaster. We wilden weten wie de echte belangenhouders zijn van deze sector, waar naar schatting zeker een miljard euro per jaar in omgaat.

Tot nu toe was daarover nauwelijks iets bekend. Geen enkele overheidsinstantie of opsporingsdienst heeft een landelijk beeld van who is who in de coffeeshopsector. Niettemin staat de Eerste Kamer op het punt te stemmen over een wet die de opmaat kan vormen voor legalisering van de gehele branche, inclusief alle bestaande verkooppunten. Uit onze analyse blijkt dat het ‘grote geld’ uit bonafide bron vooruitloopt op de politiek. Het heeft de coffeeshopsector in feite al gelegaliseerd door er belangen in te nemen. Maar de vermenging van onder- en bovenwereld is niet zonder risico. Alleen exploitanten van coffeeshops worden consequent onderzocht op criminele antecedenten of andere veiligheidsrisico’s. Voor eigenaren van panden waar de handel plaatsvindt, en voor de financiers van die panden, geldt die toets nauwelijks. De winnaars van een eventuele legalisering kunnen evengoed criminelen zijn als de bank die zich profileert met ‘aandelen in elkaar’.

Hypotheek aan coffeeshops

Hypotheekverstrekker Aantal coffeeshops in onderpand Uitgeleende bedragen aan eigenaars van coffeeshoppanden
Rabobank 82 € 557 miljoen
ING Bank 44 € 265 miljoen
ABN Amro 31 € 259 miljoen
de Volksbank 14 € 5 miljoen
Stichting Nationaal Restauratiefonds 6 € 832.900

Als George Clooney, Brad Pitt en Matt Damon in de Amsterdamse Dampkring neerstrijken komt er geen joint aan te pas. De drie meesterdieven uit de heist-film Ocean’s Twelve houden het bij koffie en een ongemakkelijk gesprek over hun volgende kraak. Maar de kenner zal de rijen fietsen voor de karakteristieke, houten gevel en het dito interieur van ‘the original’ Dampkring (elders in de stad zit er nog een) niet ontgaan. Bovenal illustreert de shop als weinig andere dat de maatschappelijke bovenlaag al lang niet meer de neus ophaalt voor coffeeshops.

Begin dit jaar ruilde de Dampkring de ene Quote 500-huurbaas in voor de andere toen vastgoedmaatschappij Libra International het pand en de appartementen erboven voor vier miljoen euro overnam van Michael van der Kuit – die ook een golfbaan, bos en strand in ’t Gooi, een club op Ibiza en horeca in Amsterdam in zijn portefeuille heeft. De nieuwe eigenaar Libra is het investeringsvehikel van Jan en zoon Marc Verhagen, goed voor een geschat vermogen van vierhonderd miljoen euro en plaats 45 op de lijst van rijkste Nederlanders. Ook de hoofdstedelijke coffeeshops Happy Days en een van de drie Kadinsky-vestigingen staan op naam van Libra en een dochteronderneming. Libra wilde niet reageren.

We telden in totaal elf ondernemers die volgens tijdschrift Quote tot de duizend rijkste Nederlanders behoren. Samen bezitten ze achttien coffeeshoppanden. Vastgoedfamilie Caransa bezit de coffeeshops Smokey’s aan het Rembrandtplein en The Bulldog aan het Leidseplein. De Amersfoortse projectontwikkelaar Hans Vahstal bezit coffeeshop Lamar in Tiel. De meeste ondernemers reageerden niet op onze vragen.

Joachim Helms is voorzitter van de Bond van Cannabis Detaillisten. Hij heeft brede schouders en een frisse blik. Al twintig jaar leidt hij coffeeshop Green House van Arjan Roskam, die in het wereldje bekendstaat als ‘king of cannabis’, een naam die rapper Busta Rhymes voor hem bedacht. Maar, benadrukt hij, hij spreekt als voorzitter van de brancheorganisatie. Helms snapt wel dat coffeeshopvastgoed gewild is, coffeeshophouders zijn volgens hem goede huurders: ‘Ze draaien vaak goede omzetten, en hebben eigenlijk maar aan één ding gebrek: plekken waar de handel in softdrugs gedoogd wordt. Coffeeshophouders betalen daarom hogere huren dan andere partijen. Want als ze dan een keer een pand aangeboden krijgen, gaan ze in de onderhandelingen niet tot het gaatje. Ze willen een goede deal, maar uiteindelijk verdienen ze het toch wel terug.’

Een goede investering dus, een coffeeshoppand, waar de ‘klassieke’ bovenwereld zonder risico of angst voor imagoverlies in deelneemt. Neem coffeeshop Club 88 in Geleen, waarvan onderzoekers in 2015 schatten dat die ruim driehonderdduizend klanten per jaar verwelkomt. Toen de uitbaters het pand begin deze eeuw kochten, financierden zij die aankoop met een lening van de Limburgse advocaat Maria Straatman, tegen een comfortabele tien procent rente. ‘Dit zijn mensen die met toestemming van de overheid een bedrijf startten, en niet in de gelegenheid waren geld te lenen via de reguliere kanalen’, reageert Straatman, die aangeeft dat de lening is afgelost. De pandeigenaar van coffeeshop The Grass Hooper uit Enschede kreeg in 2004 en 2007 in drie leningen 175.000 euro overgemaakt van registeraccountant Jan Holtkamp, destijds commissaris van de lokale Rabobank. Holtkamp stelde de Rabobank daarvan niet op de hoogte. Hij reageert: ‘Dit was privé en verder ga ik niet meer zeggen.’ René Schuman, directeur-grootaandeelhouder van een groot deurwaarderskantoor, is huisbaas van Side-Walk in Wageningen. Schuman mailt dat hij zich onthoudt van commentaar.

Over het onderzoek

Dit onderzoek is in de eerste helft van 2017 uitgevoerd. Data van de Kamer van Koophandel (verkregen via Company Info) zijn gecombineerd met het Kadaster, en aangevuld met gegevens van gemeenten, rechtspraak.nl, perspublicaties, internetrecensies van coffeeshopklanten en interviews. Het resultaat is een inventarisatie van alle 570 coffeeshops in Nederland die met toestemming van de gemeente cannabis verkopen.

Maar de grootste belanghebbenden in de Nederlandse coffeeshopsector zijn de banken. Wij telden over heel het land coffeeshops die als onderpand dienen voor leningen van de vier systeembanken: Rabobank (82), ING Bank (44), ABN Amro (31) en de Volksbank (voorheen SNS Reaal, 14). In totaal hebben deze banken voor 1,1 miljard euro aan leningen uitstaan bij de eigenaars van deze panden.

‘Geld komt via onze klanten wit bij ons binnen, en wij maken het zwart als we bij onze leveranciers inkopen’

De grootste speler op de coffeeshopmarkt is zonder twijfel de Rabobank, tevens huisbaas van coffeeshops The Bull in Vlaardingen en Regine in Haarlem. In het hoofdkantoor naast station Utrecht Centraal vertelt compliance manager Wibout de Klijne dat de bank terughoudender is geworden met het uitgeven van hypotheken aan coffeeshops, een reactie die ook ABN Amro, de Volksbank en nibc geven. Sinds anderhalf jaar heeft de bank een gecentraliseerd team van 450 mensen dat klanten met ‘complexe integriteitsrisico’s’ onderzoekt, waaronder coffeeshops. ‘In het grijze gebied dat het gedoogbeleid veroorzaakt, kunnen lokale banken onvoldoende ervaring opbouwen’, zegt De Klijne. ‘Als je puur naar transparantie van betalingsverkeer kijkt, is legalisering ook van de achterdeur van de coffeeshop een goed idee. Als die schimmigheid weg zou zijn, kan de bank minder mensen inzetten voor de achterkant van de economie.’

Los van de vier Nederlandse systeembanken draaien ook andere topfinanciers hun hand niet om voor een belang in de wietsector. Coffeeshops dienen als onderpand voor hypotheken van pensioenfonds abp (1), verzekeraar Achmea (2), nibc (3), Van Landschotbankiers (4), Deutsche Bank (2), het Franse Crédit Agricole (1) en de Zweedse Svenska Handelsbanken (2). Ook de Belastingdienst (2), de Staat der Nederlanden (1) en bierbrouwers Heineken (3), Grolsch (1) en Oranjeboom (1) hebben shops als onderpand.

Al die hypotheken met ‘blow-bakstenen’ als onderpand zijn moeilijk te rijmen met de terughoudendheid van banken om coffeeshops aan de voorkant te bedienen. Advocaat Maurice Veldman, raadsman van veel coffeeshops, reageert dan ook verbaasd op het grote aantal bancaire hypotheken: ‘Ik heb totaal tegenovergestelde ervaringen. Ik ben tegenwoordig meer tijd kwijt met banken dan met strafzaken. Een van mijn cliënten kreeg zelfs privé geen hypotheek toen bleek dat hij bij een coffeeshop op de loonlijst stond.’

Coffeeshophouders uit Maastricht, Groningen en Zwolle voerden een aantal jaar geleden rechtszaken met banken die hen niet langer als klant wilden. Begin 2010 schreef toenmalig minister van Financiën Wouter Bos in een Kamerbrief dat hij banken had opgeroepen minder terughoudend te zijn in hun dienstverlening aan coffeeshops. Toch is de argwaan van banken ten opzichte van coffeeshops er volgens Joachim Helms niet minder op geworden: ‘Bij de bond horen we van leden nog vaak dat banken niet met onze branche geassocieerd willen worden.’

We dachten dat we Joachim Helms zouden ontmoeten bij coffeeshop Green House aan de Haarlemmerstraat in Amsterdam. Zoetige wietwalmen hangen boven de tafeltjes in de donkere shop. Vanaf de muur naast de toonbank kijken Snoop Dog, Eminem, Richard Branson en andere grootheden die de shop bezochten neer op het blowende publiek. Achter de toonbank haalt een medewerker het ene na het andere plastic gelabelde bakje uit het schap. Mango Kosh, Super Critical. De volle wiettoppen houdt hij tussen zijn vingers aan de klanten voor.

Helms, echter, zit een deur verderop, in een restaurant dat bij de coffeeshop hoort, maar dat dankzij de loungemuziek, papieren placemats en het krijtbord-menu een andere wereld lijkt. ‘Dit leek me een geschiktere plek’, zegt hij. ‘Als je die rook niet gewend bent ga je dat na een half uur wel voelen.’

Helms, zijn collega’s en andere leden van de Bond van Cannabis Detaillisten zitten met een probleem waar andere ondernemers jaloers op zouden zijn. Met een deel van de coffeeshops gaat het namelijk veel te goed. Ze puilen letterlijk uit, met lange rijen en café-interieurs die worden ingewisseld voor efficiëntere loketten als gevolg. ‘In Amsterdam doet de gemeente daar soms lacherig over: jullie klagen over te hoge omzetten. Maar het is gewoon niet meer te managen. En we geven onze grootste concurrenten zo alle ruimte: de illegale straatdealers’, zegt Helms.

De laatste jaren moesten veel coffeeshops hun deuren gedwongen sluiten. Ze stonden te dicht bij een school, hielden zich niet aan de regels of moesten plaats maken voor ‘nette’ bedrijven. In 1995 schatte onderzoeksbureau Intraval, dat voor de overheid regelmatig onderzoek doet naar de coffeeshopsector, het aantal coffeeshops in Nederland op 1460 – bijna drie keer zo veel als nu. Zo sloot de gemeente Rotterdam sinds het begin van de eeuw de helft van het aantal coffeeshops in de stad, Roosendaal en Bergen op Zoom sloten in 2009 al hun coffeeshops om overlast van drugstoeristen tegen te gaan.

Door die sluitingen blijven er minder coffeeshops over om de markt te bedienen. Het gevolg: drukte bij resterende coffeeshops. En dat is weer in strijd met de wens dat coffeeshops niet te groot worden. ‘De consumptie van softdrugs is vrij constant’, zegt Bert Bieleman, directeur van Intraval. ‘Doordat het aantal coffeeshops afneemt worden de coffeeshops die overblijven groter. En dus hebben ze een grotere voorraad nodig om aan de vraag te kunnen voldoen. Daarmee duw je coffeeshops weg van het gedoogbeleid zoals dat begin jaren negentig is bedacht: kleine coffeeshops die hun voorraad inkopen bij kleinschalige en idealistische kwekers. Voor een coffeeshop met veel klanten en een grote menukaart is dat niet haalbaar.’

Amsterdam sloot de afgelopen jaren tientallen coffeeshops. Burgemeester Eberhard van der Laan beloofde voormalig minister van Justitie Ivo Opstelten om er 24 te sluiten. In ruil daarvoor mocht Amsterdam buitenlandse toeristen blijven toelaten in coffeeshops. Daar bovenop kwamen 26 sluitingen als onderdeel van de opwaardering van de Wallen. Dirk Korf, hoogleraar criminologie aan de Universiteit van Amsterdam, deed onderzoek naar de gevolgen van de sluitingen op de Amsterdamse Wallen en mocht daarvoor bij een aantal coffeeshops in de boeken meekijken. Op basis van die informatie maakte Korf geanonimiseerde grafieken over de omzetontwikkeling. De lijnen gaan door het plafond, met omzetten die binnen drie jaar verdubbelden of zelfs verdrievoudigden. Korf noemt het een waterbedeffect. ‘Er zijn in het centrum van Amsterdam veel toeristen en een stuk minder coffeeshops waar ze naartoe kunnen. Die overgebleven coffeeshops kunnen het gewoon niet aan.’ In andere steden klinken vergelijkbare geluiden. Waar besloten is om buitenlanders volledig uit coffeeshops te weren, zakt de vraag, maar die stijgt juist op plekken waar buitenlanders nog wel worden toegelaten.

Veel coffeeshophouders hebben nog een tweede probleem dat andere ondernemers als luxe zouden ervaren: ze verdienen meer geld dan ze kunnen uitgeven. Al heeft dat probleem vooral een juridische oorzaak, zegt Helms: ‘Eigenlijk kun je als coffeeshophouder je geld alleen in andere coffeeshops investeren. Er zijn de afgelopen jaren een paar rechtszaken geweest tegen coffeeshophouders die geld investeerden in bijvoorbeeld andere horeca of zelfs in een skipiste. Die werden meteen verdacht van witwassen. Geld investeren in het buitenland is ook moeilijk, aangezien ze daar vaak anders over coffeeshops denken dan in Nederland. Je ziet ook steeds vaker dat ouders in de coffeeshop van hun kinderen investeren.’

Dat zien wij ook in onze database: een deel van de coffeeshops neigt tot samenklonteren. Een derde van de coffeeshops behoort tot een keten van ten minste twee coffeeshops. Dat kan zijn doordat twee shops dezelfde uitbater hebben, of dat iemand meerdere coffeeshoppanden bezit of financiert. Meer dan een vijfde (21 procent) van de coffeeshops behoort zelfs tot een keten van ten minste drie coffeeshops, en zestien procent tot een van vier of meer. De gemeente Amsterdam, waar de meeste ketens zich bevinden, laat via een woordvoerder weten dat er volgens de gemeente ‘geen sprake is van een machtsconcentratie binnen de coffeeshopsector. Er zijn een paar ketens en die hebben hun zaken beter op orde dan de meeste horecabedrijven.’

Hoewel de ‘Albert Heijn’-achtige grootgrutter met tientallen vestigingen nog niet bestaat, draagt deze ontwikkeling er niet aan bij dat wietverkopers kleinschalige bedrijven blijven – zoals de overheid ooit beoogde met het gedoogbeleid. Wie eenmaal een coffeeshop heeft, kan in de praktijk sneller nog een coffeeshop openen. Die heeft een netwerk van leveranciers.

Als er ergens een nieuwe coffeeshop mag openen, begint de gemeente meestal met een oproep aan geïnteresseerden om daar op in te tekenen. Daarbij duiken vaak bekende namen op. Zo kon het dat uitbater Henry Dekker, die meerdere coffeeshops in Amsterdam heeft, tien jaar geleden een coffeeshop in Mijdrecht opende. De gemeente was op zoek naar een ervaren coffeeshophouder om problemen met hangjongeren en straathandel tegen te gaan, licht Dekker toe. Hij ontwikkelde een pasjessysteem om toezicht te houden op zijn klanten en won de aanbesteding. De eerste coffeeshop van Amsterdam-Zuidoost, vlak bij station Bijlmer Arena, wordt dit jaar geopend door de familie Goedhart, uitbaters van coffeeshop ’t Keteltje aan de Amsterdamse Marnixstraat en een nog te openen Amersfoortse shop. Michael Pont en Willem Elbers van de Amsterdamse coffeeshop Johnny openden in 2013 de tweede coffeeshop van Hoorn. Elbers reageert dat zij anticipeerden op een mogelijke sluiting door de gemeente Amsterdam, die kenbaar had gemaakt dat de coffeeshop te dicht bij een school stond.

‘Het zijn ontwikkelingen die je ook in het bedrijfsleven ziet’, zegt Dirk Korf. ‘Expertise en zakelijke belangen komen samen, personeel wordt uitgewisseld. En je hebt een goed netwerk van leveranciers nodig, want je verkoopt natuurlijk wel een illegaal product. Aan de andere kant: je kunt ook zeggen dat het Nederlandse landschap na een paar decennia decriminalisering van cannabisgebruik nog behoorlijk gedifferentieerd is. Vergelijk het eens met Denver in Colorado. Daar is cannabis nog maar net gelegaliseerd, maar domineert een handvol bedrijven nu al de hele markt. Dat is een risico van legalisering: dat een aantal bedrijven monopolies gaat bouwen.’

Gedogen is ook een manier om moeilijke beslissingen niet te nemen: we verbieden niet, maar staan het ook niet toe

Bart Vollenberg, mede-eigenaar van twee Koffie & Dromen-coffeeshops in Almere en Lelystad, omschrijft zijn dagelijkse bezigheid als ‘zwartwassen’. ‘Geld komt via onze klanten wit bij ons binnen, en wij maken het zwart als we bij onze leveranciers inkopen.’ Vollenberg wil met de stichting Epicurus een ‘inhoudelijke bijdrage’ leveren aan het cannabisdebat en pleit voor legalisering van de cannabisteelt. Hoewel zijn winkel gedoogd wordt, is hij voor de bevoorrading van die winkel afhankelijk van mensen die daarvoor de wet moeten overtreden. ‘Het is een kronkel’, vindt hij.

Jaarlijks rolt de politie bijna zesduizend kwekerijen op, gemiddeld zestien per dag, veelal verstopt in woonhuizen en kantoorpanden. Onlangs werd het echtpaar John en Ines uit het Noord-Groningse Bierum veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf voor het openlijk verbouwen van hennep. Zij probeerden het netjes te doen: ze betaalden hun elektriciteitsrekening en belastingen, gebruikten geen bestrijdingsmiddelen en leverden alleen aan twee gedoogde coffeeshops. Ook wie het goed doet, vindt de rechter niet aan zijn of haar zijde. Volgens critici leidt die strenge aanpak ertoe dat vooral kleine kwekers er de brui aan geven en de georganiseerde misdaad haar grip op de teelt kan vergroten.

Coffeeshops die met goedkeuring van de gemeente en de Belastingdienst opereren, staan daardoor hoe dan ook met één been in de criminaliteit. ‘Bij illegale handel is het onvermijdelijk dat onder- en bovenwereld in elkaar overlopen’, zegt Dirk Korf.

Medium coffeeshops2

Om een beeld te krijgen van de ‘achterkant’ van de coffeeshops telden wij op basis van openbare bronnen het aantal strafrechtelijke antecedenten bij zowel exploitanten als pandeigenaren en hypotheekverstrekkers van actieve coffeeshops. Bij iets minder dan de helft (256) zagen wij zaken die reden zijn, of waren, voor strafrechtelijke vervolging – van overtredingen van de toegestane handelshoeveelheid softdrugs tot witwassen, economische delicten, wapenbezit of erger. Tien jaar geleden bleek bij een inventarisatie van coffeeshop- en growshophouders die in Zuid-Nederland in aanraking waren gekomen met de politie dat een derde van hen voorkwam in de politieregisters voor zware criminaliteit.

Coffeeshopuitbaters worden regelmatig gescreend, maar pandeigenaren, evenals hun financiers, dus niet – terwijl coffeeshopvergunningen veelal op locatie worden afgegeven. In Amsterdam blijken mensen met wie de gemeente een verleden van conflicten heeft nog gewoon coffeeshoppanden te bezitten. Zo is de avontuurlijke Wallen-ondernemer Bertus Cirkel huisbaas van De Keeper – zijn advocaat wilde niet reageren op vragen. De Italiaan Raffaele Imperiale, die banden onderhield met de Napolitaanse maffia en gestolen Van Gogh-schilderijen in zijn woning had hangen, bezit coffeeshop Rockland. In Haarlem zijn de panden van de coffeeshops Maximillian, The Snoop en Take Away in het bezit van de broers van de veroordeelde politie-infiltrant Kris J. die in de jaren negentig met toestemming van de minister van Justitie, maar zonder diens medeweten, tienduizenden kilo’s hasj en cocaïne importeerde en doorverkocht. Deze ‘irt-affaire’ was aanleiding voor de parlementaire enquête opsporingsmethoden. Om in de toekomst de integriteit van de overheid ten aanzien van de georganiseerde misdaad te borgen werd in 2003 de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur – beter bekend als de ‘Bibob’ – in het leven geroepen.

De gemeente kan een Bibob-onderzoek instellen als het vermoeden bestaat dat criminelen de hand weten te leggen op een coffeeshopvergunning. Dat blijkt dus geen beletsel voor de criminele politie-infiltrant om samen met zijn broers de panden van de Haarlemse coffeeshops te bezitten. Zij verkochten de exploitatievergunning van de shops toen in 2011 bekend werd dat zij de vergunningen hadden bemachtigd, maar hielden de panden. Een ervan staat zelfs op naam van het bedrijf dat Kris J. volgens justitie gebruikte om zijn inkomsten als politie-infiltrant te investeren. Ook de broers raakten in opspraak of werden vervolgd. Hun advocaat wilde niet reageren op onze vragen. Desgevraagd laat een woordvoerder van de gemeente Haarlem weten dat dit geen reden is voor nieuw onderzoek. Als verhuurders hebben de broers volgens haar niets meer met de coffeeshop te maken. ‘De herkomst van de middelen waarmee de huur wordt betaald wordt gecontroleerd in het Bibob-onderzoek.’

Als we delen van ons onderzoek voorleggen aan de gemeente Amsterdam laat die in een reactie weten dat ze op basis daarvan een nieuw Bibob-onderzoek naar een coffeeshop is gestart – overigens in strijd met het overeengekomen embargo. Om wie het gaat, wil de gemeente niet zeggen; wel wordt duidelijk dat de stad zelf geen actueel overzicht heeft van wie actief is in de sector. Pandeigenaren worden niet over het hoofd gezien, benadrukt de woordvoerder. Maar om tot actie over te gaan, is zichtbaar verband nodig tussen huurder en verhuurder. ‘De pandeigenaar moet invloed kunnen uitoefenen op de bedrijfsvoering van de coffeeshop. Bij alleen een huurrelatie is hiervan geen sprake. Er moet een aanvullend zakelijk element zijn zoals een functie binnen de bedrijfsvoering. Daarnaast moet er bijvoorbeeld een veroordeling, verdenking of fiscale boete zijn waaruit blijkt dat de pandeigenaar strafbare feiten heeft gepleegd.’

Het verbaast Freek Salm dat verhuurders anders worden beoordeeld dan de aanvrager van een vergunning. Salm was manager van de Amsterdamse Wallen en een belangrijke adviseur van het ministerie van Justitie bij de totstandkoming van de wet Bibob. Als geen ander weet hij hoe onder- en bovenwereld geruisloos in elkaar kunnen overlopen, zijn hoofd is een encyclopedie van alles wat zich in de voorbije decennia afspeelde aan de zelfkant van de Amsterdamse samenleving. De Bibob valt of staat volgens hem met maatwerk: ‘En daar schort het aan. Het is routinewerk geworden. Je moet de mensen waar het over gaat spreken, in plaats van dat je de situatie alleen op papier kent.’

Corporatie-coffeeshops

Woningcorporaties zijn de huisbazen van 46 coffeeshops, vooral in Amsterdam (29 shops) en Rotterdam (14). Een woordvoerder van de Amsterdamse corporatie Ymere (8), noemt dit een ‘erfenis uit het verleden’. De gemeente Amsterdam kocht in de jaren zeventig en tachtig verkrotte panden op en gaf ze door aan het gemeentelijk woningbedrijf of andere corporaties. Tussen de winkels op de begane grond zat ‘soms een coffeeshop’. Sinds 2015 staat in de Woningwet dat corporaties geen commercieel vastgoed meer mogen bezitten – een gevolg van een aantal controversiële prestigeprojecten. Een coffeeshop valt niet onder dat verbod, zegt een woordvoerder van de toezichthouder Autoriteit Woningcorporaties: ‘Corporaties mogen panden verwerven en verhuren waarin bedrijven zitten. Dus ook panden waarin coffeeshops zitten. Dat mocht, en mag nog steeds.’ Toch zitten corporaties met de coffeeshops in hun maag. De Amsterdamse corporatie De Key (7 shops) laat weten: ‘Het is ons beleid om geen nieuwe huurovereenkomsten te sluiten met ondernemers die coffeeshops willen exploiteren.’ Een woordvoerder van Woonstad Rotterdam (5 shops) schrijft: ‘Het is een taak van corporaties om bedrijfsruimte aan te bieden, maar bij voorkeur niet aan coffeeshops. Omdat het erg kostbaar is om lopende contracten open te breken, worden de coffeeshops die wij huisvesten gedoogd.’

Het stoplicht springt op rood en een jongen met een snelle zonnebril en een kort staartje zet zijn voet aan de grond. De andere houdt hij op zijn trapper. Uit een boxje in het zijvak van zijn rugzak klinkt Bob Marley, I Shot the Sheriff. Met zijn voet tikt hij op zijn trapper mee met het ritme van Marley’s gedempte gitaarslagen. Het werkt aanstekelijk: de zon in de rug, de king of reggae uit de speakers, onderweg naar de negende Cannabis Bevrijdingsdag in het Amsterdamse Flevopark. Als het groen wordt trekt hij in zondags tempo op om een paar straten verder plots rechtsaf te slaan, dwars door het groen naar het lager gelegen fietspad dat door het park leidt, alsof iemand hem op de hielen zit.

Het grootste cannabisevenement van Nederland is een gratis festival dat de ‘internationale cannabiscultuur’ viert met lezingen, muziek en vooral veel joints, bongs en vaporizers. Het publiek is divers, al hebben ze met elkaar gemeen dat hun ogen verder samenknijpen naarmate de middag vordert. Vanaf hun kleedjes op het veld zien ze nationale en internationale cannabisprominenten hun opwachting maken op de twee podia. ‘Politici willen maar niet begrijpen dat we niet allemaal hippies zijn. Dat punt zijn we echt voorbij’, zegt Alan Dronkers, zoon van Ben Dronkers, eigenaar van het Sensi Seed-imperium, op het podium van de Cannabis University. Zijn punt: het feit dat de cannabisteelt nog altijd illegaal is, gaat ten koste van de kwaliteit: ‘Je moet het vrijgeven, zoals je ook gewoon tabak en bier mag kweken en brouwen.’ Applaus.

Dat legalisering dichterbij lijkt dan ooit is de aanwezigen niet ontgaan. De initiatiefwet van d66-Kamerlid Vera Bergkamp voor een ‘gesloten keten’ richt zich vooral op de teelt, zegt Bergkamp: ‘De criminaliteit is ontstaan doordat cannabis wel, maar de teelt niet gedoogd wordt. Het is alsof je wel melk mag verkopen, maar er geen koeien in de wei mogen staan. Natuurlijk worden die koeien dan heel veel waard.’ In haar voorstel gaat de minister van Volksgezondheid gedoogsteun verlenen aan gecontroleerde kwekerijen. Die mogen alleen aan gedoogde coffeeshops verkopen en vice versa. ‘Het doel van deze wet is de volksgezondheid. Cannabis is het enige product dat in Nederland wel verkocht mag worden, maar waar geen enkele kwaliteitscontrole op is. Als blijkt dat regulering van de wietteelt een positief effect heeft op de volksgezondheid kunnen we wat mij betreft toe gaan werken naar legalisering.’

Coffeeshophouders hebben hun comfortabele en uiterst winstgevende positie vooral te danken aan de overheid. Zij zijn de financiële winnaars van het gedoogbeleid. Twee weken geleden opperde de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb om een deel van dat geld terug te halen door nieuwe vergunningen voortaan te veilen. Dat is niet per definitie een slim idee, blijkt uit ons onderzoek. Een overheid die geen volledig beeld heeft van de mensen achter de schermen bij de coffeeshopsector kan onbewust in zee gaan met criminogene of criminele elementen. Coffeeshops zijn geen radiofrequenties. De suggestie van Aboutaleb is een zoveelste bevestiging van de tweeslachtigheid van het gedoogbeleid. Dat beleid was vooral een compromis om degenen die tegen legalisering waren politiek aan boord te houden. Sinds de invoering in de jaren zeventig is aan de politieke patstelling weinig veranderd. Ook nu niet: het wetsvoorstel van Vera Bergkamp is weliswaar in de Tweede Kamer aangenomen, maar de tegenstemmers hebben vooralsnog een meerderheid in de Eerste Kamer.

Gedogen is ook een manier om moeilijke beslissingen niet te hoeven nemen: we verbieden niet, maar staan het ook niet toe. Deze besluiteloosheid heeft een sector gecreëerd waarin consumenten met rust worden gelaten, maar waar een deel van de honderden miljoenen die er worden uitgegeven wordt ‘zwartgewassen’ om de wietwinkels langs criminele weg te bevoorraden. De financiële belangen die banken en bonafide financiers in coffeeshops hebben opgebouwd, versterken de verwevenheid van boven- en onderwereld meer dan dat ze die tegengaan.

In een zaak tegen een coffeeshophouder die was betrapt met een te grote handelsvoorraad legde de Amterdamse rechter Frank Wieland vorig jaar de vinger op de zere plek. In zijn vonnis zei hij het zo: ‘Door de verkoop te gedogen en tegelijk de achterdeur te verbieden ontstaat een situatie die niet alleen tweeslachtig is maar die tevens het ontstaan van een crimineel circuit bevordert en tot problemen leidt. De overheid stelt dan dat dit traject van de handel in handen is van georganiseerde criminaliteit. Maar gaat eraan voorbij deze situatie zelf gecreëerd te hebben en het voortbestaan ervan in de hand te werken.’


Dit artikel is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten en Fonds 1877.