Film - Captain Fantastic

Patstelling

‘Power to the people! Let’s stick it to the man!’ De slagzin van opstand en verzet uit het tijdperk van flowerpower klinkt verleidelijk, maar in de film Captain Fantastic van de Amerikaanse regisseur Matt Ross klinkt hij net als destijds vooral leeg.

Medium film

Van echte radicaliteit blijft uiteindelijk weinig tot niets over. Dat resulteert in een tandeloze film waarin de linkse boodschap paradoxaal opgaat in een typisch Amerikaans soort conservatisme.

Ben Cash (Viggo Mortensen) voedt zijn zes kinderen alleen op, ver weg van de beschaving in de bergen van de Pacific Northwest, door hen aan een harde lichamelijke training te onderwerpen, ’s avonds rond het kampvuur George Eliot, Fjodor Dostojevski en Vladimir Nabokov te laten lezen, en hen jaarlijks Noam Chomsky-dag in plaats van kerstfeest te laten vieren. Van de echte wereld wil Ben niets weten. Eens een hippie, altijd een hippie. Dit idee is aanlokkelijk, maar het heeft een donker randje dat verder niet wordt uitgewerkt: de suggestie is dat zijn haast fundamentalistische opstandigheid een rol speelde in de zelfmoord van zijn vrouw die aan depressies leed.

De verleiding van Bens denken en hoe dat zich vertaalt in de opvoeding van zijn kinderen blijken het beste in het eerste half uur van Captain Fantastic. De kids, tussen zes en achttien jaar oud, zijn getraind als boogschutterjagers die alleen doden om aan eten te komen. Fysiek zijn ze in topconditie. Ze rennen bergop en bergaf en ze beklimmen steile wanden. Ben is een lieve vader, maar hij is hárd. Wanneer een van zijn zonen tijdens het bergbeklimmen zijn arm breekt, is het devies: red jezelf, want niemand anders gaat dat voor je doen. Hier wringt het. ‘Let’s stick it to the man!’ klinkt bevrijdend, maar zoals Ben met zijn kinderen omgaat betekent dat vooral ook géén vertrouwen hebben in wat of wie maar lijkt op overheid of burgerlijke samenleving. Een arm gebroken? Denk maar niet dat ambulancepersoneel of een arts je kan helpen.

De film kortwiekt weinig echte conflicten in het verhaal. Ben en de kinderen worden gedwongen hun utopie in de bergen te verlaten om de begrafenis van hun moeder bij te wonen. De familie van de moeder blijkt rijk te zijn. Haar vader, gespeeld door Frank Langella, staat erop dat zijn dochter een christelijke begrafenis krijgt. Ben wil dat voorkomen, omdat hij weet dat zijn vrouw zoiets per se niet wilde. Haar voorkeur ging uit naar een crematie waarna de as door een wc weggespoeld moest worden.

Hoe fijn het ook is om, zoals altijd, naar het toneelspel van Mortensen te kijken, Captain Fantastic blijft hangen in verwarde thematiek. De rechtse droom van de frontiersman die alle vormen van moderne beschaving verwerpt ten gunste van radicale zelfbeschikking, en de linkse visie van de hippie die alles haat wat te maken heeft met the man (de politie, ‘het systeem’, de maatschappij) blijken heel goed samen te gaan. Wat overblijft is een patstelling. En een tamelijk suffe film zonder een echte visie.

Te zien vanaf 29 augustus


Beeld: Viggo Mortensen als Ben Cash met (een deel van) zijn kinderen in Captain Fantastic, regie Matt Ross (Cinéart)