Hoogleraar Bestuurskunde, Universiteit van Tilburg

Paul Frissen

De begeerte naar wereldleed

** ** Wat een begeerte zal de vraag van De Groene hebben gewekt. Begeerte om nu eindelijk eens de hoogst persoonlijke visie op het wereldleed te ventileren. Om daaraan natuurlijk de eigen perceptie van de wetenschappelijke feiten te verbinden en in een logische beweging door de particuliere oplossing van dat wereldbeeld te voorschijn te toveren. Elke oplossing is immers permanent op zoek naar een probleem. Een overtuigende presentatie van de feiten die het probleem tot maatschappelijke kwestie nummer één weet te verklaren is dan probaat middel voor de verwerving van aandacht en, kan het zijn, onderzoeksgelden.

Elke vierkante centimeter van het wereldleed is inmiddels afgegraasd, in kaart gebracht en van wetenschappelijk onderbouwd beleidsadvies voorzien. Het mechanisme is heel herkenbaar. Definieer een vraagstuk, dat nu al zichtbaar is maar zich op termijn tot afschuwwekkende proporties van gevaar zal ontwikkelen. Formuleer dramatisch de preventienoodzaak: “als we nu niets doen, zal over tien jaar……..”. Eis op een even vanzelfsprekende als moreel onontkoombare wijze publieke middelen ter leniging van de kwaal. Adviseer structurele maatregelen op grond van gedegen risicoanalyses. Wijs en passant op de noodzaak van beleidsevaluatie, die dan over vijf jaar het beleidsfalen kan aantonen. Nieuw beleid en uiteraard nieuwe beleidsevaluatie zijn dan weer noodzakelijk.

Er is een ordinaire en een chique variant van dit mechanisme. De ordinaire zien we in de adviesindustrie, die elke vijf jaar een ‘kanteling’ aanbeveelt om de vorige 'kanteling’ ongedaan te maken, maar steeds forse omzetten weet te realiseren met het begeleiden van welke kanteling dan ook. De chique is die van de wetenschap, die de klimaatwaarheid per politbureau vaststelt, met gretigheid een pandemie aankondigt, of steeds verfijnder diagnosticeert dat de gelukkigste jeugd ter wereld grote problemen heeft. Verbindend is de onzalige coalitie met beleid. Steeds wordt dat ingeroepen om de eigen waarheid van gesubsidieerde doorzettingsmacht te voorzien.

Foucaults panopticum is zichtbaarder dan ooit in een onafzienbare rij beleidsgevangenissen, waarin de burger wetenschappelijk wordt geobserveerd, virtueel geregistreerd en professioneel gedisciplineerd. De burger loopt namelijk permanent gevaar, omdat hij meestal latent en soms manifest gevaarlijk is. Niet voor niets heeft de staat een 'Handvest verantwoord burgerschap’, waarin de politiek om een ander volk vraagt. Niet voor niets deelt men op grote schaal eigen verantwoordelijkheid, zelfredzaamheid en participatieplicht uit op de vanzelfsprekende voorwaarde dat de burger zich wel weet te gedragen. Weet hij dat even niet dan is er altijd nog René Diekstra die opvoedingscanon of straatetiquette kan aanreiken.

De meest dringende maatschappelijke kwestie van dit moment is het misverstand dat er één dringende maatschappelijke kwestie is. Die is er op dit moment niet en nooit eigenlijk. Wetenschappelijke 'feiten’ verdragen zich slecht met eenduidige identificaties, noch van kwesties, noch van oplossingen. Wetenschappelijke feiten voeden de twijfel, als het goed is. Wetenschap die stelselmatig om beleid vraagt ter leniging van het wereldleed is op haar best naïef, als ze denkt dat een wereld zonder tragiek denkbaar is en op haar slechtst gevaarlijk, als ze denkt dat zo'n wereld maakbaar is.


Bekijk ook de profielpagina van Paul Frissen bij de Universiteit van Tilburg of lees de artikelen die Frissen eerder voorDe Groene Amsterdammer[schreef](/zoek?page=1&search=Paul+Frissen&search_author=JAAP+VAN+DER+SPEK+%26+PAUL+FRISSEN&searchyear=)_