Paul vanden boeynants

Hij was premier en minister van Defensie. Schandalen kenmerkten zijn loopbaan, een ‘klein fiscaal probleem’ brak zijn carrière. De Strauss, Pinochet, Napoleon en JR van Brussel: Paul vanden Boeynants.

DE BRUSSELAAR onder de Brusselaars is ongetwijfeld monsieur Alexandre Pheip, de schepping van de Vlaamse tekenaar Marc Sleen. Pheip is zo'n typische franskiljon, een omhooggevallen, veelal Vlaamse parvenu, die overtuigd is van de superioriteit van het Frans en daarvan getuigt in een martelend bastaardjargon. ‘Messieurs!’ bezweert ons deze vooraanstaande ingezetene van de Belgische compromisgemeente, 'er is keen justice meer in den Belgiek! Ah! Les cornichons! Zij heb ne slak van de moulin. Mais ’t is ik heb kenoeg van uw gezaag. ’t Is de coq Wallon zal zegevier! Mon Dieu, ’t is Louvrain francais!’
Paul vanden Boeynants is qua afkomst en mentaliteit een loot van deze stam, in die zin dat de ex-politicus zich voornamelijk van orenknersend Brussel-Frans bedient, met dat vleugje Vlaams-Brabants dat zijn eenvoudige herkomst verraadt.
De Belgische ex-premier is een slagerszoon uit de Brusselse deelgemeente Vorst. Op het jezuïetencollege demonstreerde hij veel slimheid maar weinig intellectuele belangstelling, zodat zijn ouders hem naar de slagersvakschool transfereerden. Waar hij cum laude slaagde. VDB verkoos een bestuurlijke loopbaan boven de karbonade en ontwikkelde zich al snel tot een typische machtspoliticus. Toen hij een halve eeuw later eindelijk zijn laatste politieke functie neerlegde kon hij bogen op een record aantal affaires en schandalen. De verleiding is groot hem te vergelijken met zijn Beierse collega Franz-Josef Strauss, de slagerszoon uit München, die bij leven en welzijn eveneens (mild gezegd) omstreden is geweest. Kort aangebonden. Niet voor één gat te vangen. Geestig. Genadeloos. Conservatief tot in het gebeente. Het verschil is dat Strauss, dingend naar de betrekking van bondskanselier, kansloos was tegen de navenant spijkerharde Helmut Schmidt, terwijl Vanden Boeynants tot twee keer toe de hoogste post in de Brusselse Wetstraat heeft bekleed. Ook de eindfase van beiderlei carrière liep niet geheel parallel. Politici van hun gewicht eindigen meestal als minister van Staat, het college van wijze uilen met veel moreel gezag. Dus werd Strauss slechts minister-president van zijn thuishaven, de vrijstaat Beieren, en dong VDB, via een klinkende overwinning bij de gemeenteraadsverkiezingen, naar het felbegeerde burgemeesterschap van Brussel. Hoe graag hadden wij, ondanks alle politieke meningsverschillen, de oude man in de laatste fase van zijn loopbaan zo'n gezellige betrekking gegund! Helaas, vanwege 'een klein fiscaal probleem’ (VDB over zijn fiscale zwendel op grote schaal) ging de prestigieuze burgemeesterssjerp zijn neus voorbij. Allemaal de schuld van de rooien, de socialistische minister van Binnenlandse Zaken Louis Tobback in het bijzonder. Paul vanden Boeynants burgemeester van de Belgische hoofdstad? Na alles wat de man op zijn geweten had? Jamais!
OF BETREFT HET voornamelijk 'de vreemdste geruchten’ die rond VDB de ronde doen? De historicus Kris Hoflack interviewde de (inmiddels ex-)politicus in 1995. Hij opende het vraaggesprek met een ironisch aandoende inventarisatie van alles wat Vanden Boeynants in de loop van zijn leven fout en verkeerd zou hebben gedaan. Het is een complete inventaris van het Wetboek van Strafrecht. VDB zou zijn fabriek (in België tilt men niet zo zwaar aan de combinatie politicus-zakenman) als dekmantel gebruiken om in bevroren vlees verpakte heroïne het land in te smokkelen. Als minister van Defensie zou hij miljoenen smeergeld in zijn zak hebben gestoken. Hij zou, op zijn ultrarechtse vrienden, een staatsgreep hebben geïnitieerd, waarbij voor hemzelf de rol van de Pinochet van Brussel en Vlaamstalige randgemeenten was weggelegd. Via zijn contacten met de Griekse, Italiaanse, Chinese, Amerikaanse, Colombiaanse en Russische maffia zou hij de leidende figuur zijn geweest achter het luxe-prostitutienet dat in de jaren tachtig de stoffige kanselarijen in de Wetstraat enige geur en kleur zou hebben gegeven.
Daarbij vergeleken is die van overheidswege misbruikte trekhaak achter de caravan van Bram Peper, politicus te Wassenaar, kleuterwerk. Voor beide politici geldt: er wordt veel beweerd en weinig bewezen, dus wij gaan er vooralsnog van uit dat al die geruchten berusten op jaloezie en achterklap. Met dat verschil dat Bram Peper de troosteloze binnenstad van zijn Rotterdam aanzien en allure heeft gegeven, terwijl Paul vanden Boeynants er alles aan heeft gedaan om de binnenstad van zijn Brussel genadeloos te verwoesten, ten faveure van zijn in blufarchitectuur en parkeergarages gespecialiseerde grootkapitalistische vriendenschaar.
Het betrof - toegegeven - meestal de krottenwijken, waarin de bejaarden, gastarbeiders en hoeren woonden. Maar ook bejaarden, gastarbeiders en hoeren moeten ergens een dak boven hun hoofd hebben, liefst tegen een voor hen enigszins betaalbare huur. Zij werden, getuigt VDB-specialist Jef Coeck, door VDB, in zijn functie als schepen van Openbare Werken, gecriminaliseerd als 'recidivisten’ en 'sociaal onmogelijke gevallen’, terwijl het in de meeste gevallen gewone arme schlemielen betrof. De vervangende woonruimte (vaak driemaal de huur waaraan zij gewend waren) konden zij onmogelijk betalen. Maar zij stonden het prestigieuze Wereldhandelscentrum dat VDB met alle geweld op zijn conto wilde schrijven, hinderlijk in de weg. Waren er dwarsliggers die het waagden VDB voor de voeten te lopen? VDB wist hen te vinden. Dus werd bij wijze van intimidatie in hele straten de elektriciteit afgesloten. Of werd er 'per ongeluk’ de slopershamer in deze wrakke, maar goeddeels waterbestendige huisjes gezet. 'Geen enkele overweging zal me kunnen tegenhouden om dat Handelscentrum hier te krijgen’, sprak Paul vanden Boeynants.
Dat VDB een particulier centje onder deze of gene heipaal liet begraven is evenmin bewezen, evenmin als de bewering dat de latere minister van Defensie zijn manschappen van eigen VDB-rookworsten heeft voorzien. Of dat het vleesconcern van Vanden Boeynants het hongerende Zaïre een overproductie van tweeduizend ton cornedbeef in de maag heeft gesplitst, vermomd als 'dringende voedselhulp’.
WIJ BLIJVEN ECHTER argwanend. Vooral omdat wél bewezen is dat dezelfde minister van Defensie, met een onbekommerdheid van een man die geen grenzen kent, hele legereenheden van nieuw wapentuig heeft voorzien, alsof het allemaal geen geld kostte en er geen andere politieke prioriteiten waren.
De voornoemde socialist Louis Tobback, in die tijd de defensiespecialist van zijn partij, analyseerde VDB militaire spilzucht: 'Hij bekijkt de defensie met de mentaliteit van de Brusselse bourgeois. De Brusselse bourgeois wil anderen voor zich laten vechten en is bereid daarvoor te betalen. Natuurlijk zal hij wél trachten het gespendeerde bedrag van zijn belastingen af te trekken. In wezen is VDB een grotere antimilitarist dan ikzelf. Hij getuigt vanuit een zeker pragmatisme, waarin bovendien de commercie niet afwezig is. Kopen, kopen, kopen. Verder ging zijn belangstelling niet.’
Wat heeft hij, vleesverwerkende slagersjongen, van zijn status van premier genoten! 'Je krijgt even de illusie dat je de mooiste, de grootste, de beste en de machtigste man van het land bent. Jammer genoeg gaat het om een illusie, dus de roes is van korte duur.’
Toch was hij graag nog een derde keer minister-president geworden. Maar toen kreeg VDB dat 'klein fiscaal probleem’, dat zijn loopbaan uiteindelijk heeft gebroken. Het was het vuistdikke dossier met honderdzevenendertig gevallen van belastingontduiking, via allerlei spookbedrijven, gevestigd in worstlievende belastingparadijzen als Zwitserland, Luxemburg en Liechtenstein.
Nu probeerde VDB zijn populisme op de heren van de rechtbank uit. 'Ik behoor tot de handelswereld van het vlees’, verklaarde hij. 'Wij, de mensen van het vlees, zijn zeer simpel. Wij zijn geen koorknapen. Wij hebben weinig eerbied voor de administratie en voor hiërarchie, maar wij zijn eerlijk. U mag aan de mensen van het vlees uw fortuin toevertrouwen en twee jaar lang op reis gaan. Geen cent zal u ontstolen zijn bij uw terugkeer.'Half Brussel weende bij deze bewogen woorden. De rechtbank hield echter de ogen droog en veroordeelde de verdachte tot drie jaar voorwaardelijk plus 35.000 gulden boete, een vonnis dat betrekkelijk mild is gehouden omdat de bijkomende straf - het einde van een verdienstelijke politieke loopbaan - al zwaar genoeg was.
Het gebeuren veranderde Paul vanden Boeynants van een vrolijke pilsdrinker in een verbitterd man. 'Ik ben veroordeeld voor iets dat ten minste de helft van alle bedrijfleiders doet’, sprak hij - geen sterk verweer voor iemand die tot twee keer toe het hoogste ambt in de staat heeft bekleed. 'Ik werd als het vuil van de straat uitgespuwd. Ik zal het nooit vergeten. Ik heb achteraf een diepe depressie gehad en op het randje van de zelfmoord gestaan. Ik zal dit nooit, nooit nooit vergeten.’
Paul vanden Boeynants, bijgenaamd Paul de pens, de JR van België, de warme slager van de Place de la Brouckère, Paul Saucisse, de Napoleon van de Brusselse braadworst, had uiteindelijk tóch zijn Waterloo gevonden.