Paul witteman onder de beste mensen

Aan de zegetocht van Witteman komt geen einde. Maar meer dan de man zelf is het vooral zijn imago dat het ‘m doet. Witteman is de verpersoonlijking van paarse netheid en onkreukbaarheid. Hij behoort tot de verjaarsvisite van Neerlands top, maar hij zal nooit eens lekker uit de school klappen.
Tussen gevoel en verstand. De Ronde van Witteman. Uitg. Balans. 208 blz., 327,50
TUSSEN EEN televisiepresentator als Paul Witteman en een politicus als Wim Kok bestaat geen verschil. Allebei danken ze hun succes aan een zorgvuldig opgebouwd imago van betrouwbaarheid. Dat hierachter een planmatig opererend team schuilgaat, mag open en bloot op straat liggen - het grote publiek zal het geloof in het voorgespiegelde imago daardoor niet verliezen.

Integendeel, professionaliteit is juist extra vertrouwenwekkend. Bovendien, na jaren aan de top is het zorgvuldig opgebouwde succes natuurlijk net zo goed onderdeel geworden van dat publiek zelf. Het publiek werd door de bekende persoon en zijn apparaat al die tijd geen seconde uit het oog verloren en dit werd door het publiek beloond door met het fenomeen vergroeid te raken. Met andere woorden: de televisiepresentator dan wel politicus heet geliefd te zijn, wat uiteindelijk een manier van het publiek is om zichzelf te belonen. Een gesloten systeem.
Paul Witteman is professioneel genoeg om uiterst imago-gevoelig te zijn. Uit een interview met Hugo Camps, zeven jaar geleden: ‘Ik ben geen heel knappe man waardoor de aandacht plotseling wordt afgeleid van de inhoud. En nog belangrijker: ik zie eruit als een journalist. De mensen vinden het misschien wel prettig dat ik niet de ambitie uitstraal om “Hallo miljoenen!” te roepen.’ Over Van Mierlo: 'Zo'n prettige, aarzelende man, intelligent en met een gezicht waaraan je kan zien dat hij eigenlijk wel deugt, dat willen de mensen.’ Over Astrid Joosten: 'Ik zag in haar het prototype van een jonge, progressieve vrouw die er niet rechts uitzag.’ Later, in Nieuwe Revu, over Fons de Poel: 'Hij heeft weliswaar iets terughoudends in zijn uitstraling waardoor-ie nooit het hart van een groot volk zal veroveren, maar dat is niet erg.’
DE ZICHTBAARHEID op de buis van de betrouwbaar ogende televisiepresentator is een factor van belang. Uit diverse enquêtes blijkt telkens weer dat het grote publiek de televisie an sich al betrouwbaarder acht dan de geschreven pers. Men gelooft het nieuws nog het meest als het wordt uitgesproken door Harmen Siezen, met op de tweede plaats Loretta Schrijver, bleek uit een onlangs gehouden poll van Nieuwe Revu. De meest betrouwbaar geachte actualiteitenrubriek is, volgens dezelfde poll, natuurlijk niet toevallig ook de meest neutraal ogende: Nova. Paul Witteman vond ooit van NOS Laat dat daar sjiekheid als doel gold en dat je zodoende nooit een breed publiek bereikte. Daarna had hij een flinke vinger in de pap bij het opzetten van Nova. (Overigens zal hij Nova binnenkort verlaten.) Toen Vrij Nederland twee jaar terug aan televisiecollega’s vroeg wie zij de beste van het vak vonden, rolde Witteman als nummer één uit de bus. Andries Knevel van de EO: 'Omdat hij door de jaren heen een natuurlijk gezag heeft weten op te bouwen.’
In 1996 werd Paul Witteman na een onderzoek van Bureau Langedijk uitgeroepen tot populairste tv-persoonlijkheid, nog vóór Henny Huisman. Afgelopen week bleek uit een enquête van Ithaka Media Consult dat Witteman van het grote publiek met een 8,1 het hoogste cijfer van de televisiepresentatoren kreeg. Torenhoog bleek hij uit te steken boven een onpopulaire Philip Freriks en een Marga van Praag.
Dat is natuurlijk niet zomaar vanzelf gegaan. Daar is hard voor gewerkt.
Onlangs verscheen het boek Tussen gevoel en verstand, over De ronde van Witteman. Het bestaat voor het grootste deel uit gestileerde blokken monoloog van personen die in het televisieprogramma zijn geïnterviewd maar van hun achternaam ontdaan zijn en zo zijn teruggebracht tot personages. Dat leidde zelfs nog tot een kwestietje. De betrokkenen wier teksten het grootste deel van het boek uitmaken, waren daarover niet geraadpleegd en ze leverden aldus onwetend en onbetaald een bijdrage aan dat al zo geprezen natuurlijke gezag van Witteman. Een van de personages vorige week in Vrij Nederland: 'Witteman heeft het “optimaal klimaat van vertrouwen” waarover in het boek wordt gesproken, geschonden.’ Dit is nu precies het soort kritiek dat het betrouwbaar geachte Witteman imago kan missen als kiespijn.
Een ander deel van het boek bestaat uit inleidende, samenvattende en overbruggende teksten waarvan de auteur onbekend is. Mogelijk is dit ene Janneke Vonkeman, die voorin het boek vermeld staat als redactrice, mogelijk zijn het de anonieme krachten die weer voor háár werkten. Er is een voorwoord van Kees Schuyt dat eerder als column in de Volkskrant heeft gestaan. Een derde categorie teksten, in cursief lettertype gezet, is geschreven vanuit het ik-perspectief van de televisiepresentator en misschien wel echt van hemzelf. De laatste teksten zijn ingevoegd in gestileerde foto’s van het programma. De presentator zelf is op bijna al die foto’s zichtbaar en de fragmentarische cursieven, telkens aan het begin van een hoofdstuk geplaatst, lijken met opzet opgeschreven als mijmeringen, denkflarden. Dit hybride geheel wordt smoel gegeven door zowel het voorplat als het achterplat te laten bestaan uit dezelfde kleurenfoto van Witteman, gemaakt tijdens een opname van zijn programma. Het publiek op de achtergrond is met een computertechniek schimmig gemaakt. De blik van Witteman is ernstig, betrokken, alert. De presentator heeft zijn rechterhand half geheven in een wijs ayatollah-gebaar.
Nog sterker dan bij het vorige Witteman-boek, Opgenomen (waarin Witteman zelf ook vermeld staat als tweede redacteur en hij een inleidende familiegeschiedenis schreef, terwijl zijn gezicht enkel het achterflap siert), wordt hier duidelijk dat het gaat om een nauwelijks traceerbare, tot puur sfeer teruggebrachte voortzetting van de televisieversie van het imago-Witteman. Tussen gevoel en verstand is een typisch voorbeeld van een niet geschreven maar geproduceerd boek. En dat gaat ook op voor het imago zelf, zowel van Witteman als van de voorlopig in de ijskast gezette talkshow De ronde van Witteman, als van de Vara, de omroep die inmiddels net zo gladgetrokken en geperfectioneerd is als de trots glimmende Engelse Labour Party.
Het meest frappant kwam de nieuwe Vara-glamour naar buiten op een kolossale promoposter, begin dit jaar. Vijf sjiek aangeklede, nieuwe rijkdom uitstralende, bekende Nederlanders die zichzelf toeproosten onder het motto 'De beste mensen van 1997’. Ik herinner me nog dat ik op een donker Haarlems station opkeek tegen dit hel verlichte altaar van übermensch-giganten en hoe toen een bijna zelfvernietigende deemoed door me trok. Wat waren ze enorm, die beste mensen. Van een andere planeet. Wie zijn wij dan nog, in godsnaam. Drek. Verworpenen der aarde.
Een paar maanden later beet Marcel van Dam in het programma Het Lagerhuis (presentatie: Witteman) de niet politiek correcte Pim Fortuyn toe dat deze een 'minderwaardig mens’ was. Hier werd ineens iets zichtbaar. Hier haperde de machine even. Het op zich best aardige Lagerhuis, een discussieprogramma waarin een wel zeer nette 'doorsnee’ van de Nederlandse bevolking elkaar volgens vaste regels in de haren vliegt over actuele kwesties, kon zich vorige week nog, onder leiding van de als ouderling geklede Witteman en Van Dam, unaniem uitspreken tegen de vunzige, voze Veronica, waar nota bene iemand met een crimineel verleden zomaar een misdaadprogramma mocht presenteren. Schande! Marcel van Dam ging nog verder. Die vond misdaadprogramma’s sowieso schande.
EEN MACHINE binnen de Vara-machine was het vier jaar durende, alom geprezen, veel bekeken programma De ronde van Witteman. Ik heb eens een uitzending, plus de voorbereidingen, van dichtbij kunnen volgen en was zeer onder de indruk van de complexe wisselwerking tussen telkens opnieuw bijgestelde scenario’s, de onderhandelingen met mogelijke deelnemers, het blijven zoeken naar tegenstellingen die dramatiek kunnen veroorzaken. Een haast onmogelijke opgave leek het, maar op het laatst kwam alles nog net op z'n pootjes terecht en ontstond er na het monteren van uren materiaal een programma dat aan de kwaliteitseisen voldeed. Vakwerk.
En toch. Hoe spannend dan wel intrigerend de vertelde verhalen van de deelnemers ook waren, hoe precies daarin dat net niet teveel aan emotie werd geplaatst, je kon je toch niet aan de indruk onttrekken dat al die vakmatige stilering, al die verantwoorde kwaliteit, uiteindelijk leidde tot de presentatie van een levensdilemma zoals dat gebeurt in een toneelstuk. De in het programma zo helder uitgefilterde vragen over gevoel en verstand zullen zich in de werkelijkheid nooit in die vorm voordoen, net zomin als de onderliggende vragen over goed en kwaad. De werkelijkheid is grillig, absurd, onttrekt zich in het hier en nu aan moralistisch zwartwitdenken. Het leven gaat niet ergens over, daar doen zich soms zaken in voor, lijkt het wel, zeg maar kwesties, maar vaak stel je dat pas achteraf vast. Als het dan dus gaat om typische kwesties voor De ronde als incest, euthanasie en familietrouw, dan zijn dat kwesties die in het leven zelf vaak allemaal dwars door elkaar spelen, naast nog honderden onbenullige details en pure toevalligheden die op het moment zelf van wezenlijk belang kunnen lijken. Als journalist kun je daar weinig mee, heet het dan, want het is geen verhaal. In De ronde is slechts plaats voor een thematische interpretatie.
Dat wil niet zeggen dat De ronde van Witteman geen kwaliteitstelevisie zou zijn, want dat is het, maar wel dat het door zijn inherent commerciële opzet nooit voorbij kan gaan aan wat nu eenmaal 99 procent van de televisie uitmaakt: klaargemaakte brokken met een merkje erop en met de chemisch nagemaakte, net echte geur van nog te vangen wild.
Controle. Discipline. Werkdrift. Soberheid. Vakmanschap. Kwaliteit. Dat zijn de woorden die passen op De ronde van Witteman, op Witteman zelf, op de Vara. Het is de strakke vormgeving die overgebleven is van wat ooit sociaal-democratisch engagement heette, die slordige drammerigheid waar de mensen in het welvarende West-Europa hun buik van vol hebben omdat het allemaal zo weinig positief en vooral zo weinig professioneel klinkt. Wat ooit de arbeidersklasse heette, kijkt allang RTL4 en gaat niet meer naar de stembus. Een groeiend middenkader, door persoonlijke belangen gemotiveerd voor het ontvangen van pittige info, kan zich goed vinden in de paarse kwaliteitsworst die de publieke omroepen voorschotelen. Een worst waarvan ze zeggen dat je er niet dik van wordt en dat die in verschillende variaties wordt aangeleverd, zodat die niet snel verveelt. Echt een kwaliteitsworst. Je weet wat je krijgt.
VIJFTIEN JAAR geleden werd Paul Witteman tegen de zin van de toen zittende redactie door Marcel van Dam aangesteld als presentator-eindredacteur van Achter het nieuws. Witteman, tien jaar later in de Volkskrant: 'Van Dam heeft gezegd: We moeten het imago van de Vara veranderen, want het is niks dan narigheid wat de mensen daarvan vinden. Het imago was chagrijnig. En het imago van Achter het nieuws speelde daarin een rol.’ De enige Witteman-aanhanger binnen de Achter het nieuws-redactie was toen Jan Tromp. Tromp behoort met uitgever Jan-Geurt Gaarlandt (bij wiens Balans de Witteman-boeken worden geproduceerd) tot een om de twee weken in café Keyzer in Amsterdam samenkomend Witteman-vriendenclubje. En hij is, zoals bekend, momenteel adjunct-hoofdredacteur van de Volkskrant, de krant waarover je tegenwoordig zo vaak leest dat die bezig is met een 'opleukproces’ om afstand te nemen van het zure linksige imago. Zo vindt de ontideologisering plaats aan de fronten van het medialandschap in deze paarse tijden. Via een intiem ons-kent-ons-circuit.
De van hogerhand opgelegde komst van Witteman zou uiteindelijk leiden tot het ontsocialistiseren van Achter het nieuws. Afgelopen moest het zijn met al die reportages over de bevrijdingsstrijd ver weg in de wereld. Het nieuwe format zat in een lijn die nu door de SBS-nieuwsrubriek Hart van Nederland iets verder is doorgetrokken: korte items, nieuws van om de hoek, dat wat de mensen thuis bezig houdt. Gemeten aan de kijkcijfers was de operatie een enorm succes en daardoor kon de as Witteman-Van Dam aan een grote opruiming van de toen nog arbeideristische Vara beginnen, met als belangrijkste doelstelling: het wegnemen van de ideologische angel en de opbouw van een efficiënt opererend media-apparaat met een opgewekt, politiek-correct maar vooral net imago. In bijna alle interviews belijdt Paul Witteman een mormoonse afkeer van alles wat vies en voos is. Het miljoenenpubliek dat de Vara wil bereiken, moet niets hebben van al die seks, drugs en rock 'n’ roll van vandaag de dag, meent hij, net zoals het niets moet hebben van ruzie. Het nam zelfs mallotige proporties aan toen Witteman onlangs in metaforische zin over de tv verkondigde: 'Een goeie boekhandel verkoopt geen Playboy, vind ik.’
VAN HOOG tot laag wil iedereen zich met het Witteman-imago vereenzelvigen. Ben je iemand die iedereen op dat moment wel wil interviewen voor de tv, dan kies je Witteman, want dat verhoogt je status. Toen de getergde René Diekstra zich in de openbaarheid over het hem aangedane onrecht wilde beklagen, koos hij ervoor in het hoogst beschaafde zondagochtendprogramma Buitenhof tegenover Witteman te zitten, het buitengemeen elitaire en beschaafde Buitenhof, het programma waarin Bolkestein met net zoveel vanzelfsprekend gemak bij Witteman aanschuift als de verzamelde top van het Nederlandse bedrijfsleven. Een paar dagen voor zijn zelfgekozen dood liet Frans Swarttouw Witteman bij zich komen voor een laatste interview. Op de dag van het verschijnen van haar boek, kwam Yolanda op bezoek bij de Witteman-desk. De verkiezingsdebatten vinden bij Witteman plaats. Het beroemde gesprek met de veroordeelde Finkensieper was met Witteman. De lijst is eindeloos.
Witteman is inmiddels een machtsfactor waarmee rekening moet worden gehouden. Met groot gemak beweegt deze zoon van een katholiek minister zich in de hoogste kringen van politiek en bedrijfsleven. In zijn column in het Vara TV Magazine staan terloopse zinnetjes als: 'De volgende dag was ik te gast bij een bevriend politicus.’ Of hij laat vallen dat Lubbers er weer zo ongemakkelijk bij stond, op die verjaardag bij Van Mierlo. En toen D'Ancona hem laatst belde, liet hij zijn zoon een anti-Janmaat-rap doen. Iemand als Witteman moet heel veel horen over wat er aan de top achter de schermen gebeurt, en al ziet hij zichzelf als journalist, hij voelt zich kennelijk niet verplicht uit de school te klappen. Op de televisie zal hij tegen diezelfde 'bevriende politicus’ u zeggen en hij zal hem het soort kritische maar o zo nette vragen stellen waarmee zo'n politicus wel uit de voeten kan. Want dat is het spel en dat zijn de regels.