Paulina soeslova groeneprofiel

Men klaagt wel eens dat er in Dostojevski’s romans zo veel hysterische vrouwen voorkomen. Dat heeft een reden, en die reden heet Paulina Soeslova. Dostojevski was hopeloos verliefd op haar. Maar zij maakte hun verhouding tot een hel. En hij was niet haar enige slachtoffer.
‘WAT VOOR EEN schandalige novelle schrijf jij eigenlijk? Het bevalt mij niet wanneer jij cynische dingen schrijft. Dat mag jij niet; dat past niet bij het beeld dat ik mij vroeger van jou heb gemaakt.’

Deze kinderachtig autoritaire en tegelijkertijd van krenkende toon doortrokken woorden schreef Paulina Soeslova begin juni 1864 vanuit Versailles aan Dostojevski nadat ze in Russische kringen in Parijs een en ander had vernomen over Aantekeningen uit het ondergrondse, een van Dostojevski’s meest invloedrijke literair-filosofische teksten. Soeslova’s brief is opgenomen in het zojuist opnieuw in Duitsland uitgegeven Mein intimes Tagebuch.
De zich afwisselend infantiel hulpeloos, ongrijpbaar superieur en oraal-sadistisch gedragende Soeslova was twintig jaar jonger dan Dostojevski. Men kan haar rangschikken onder het type vrouw bij wie een ja geen ja is en een nee geen nee. De voor Dostojevski kwellende verhouding met deze even vrijheidslievende als onberekenbare ‘studente’ heeft enkele jaren geduurd. Hij noemde haar 'mijn eeuwige vriendin’ en modelleerde diverse femme fatale-achtige vrouwenfiguren in zijn latere romans naar haar karakter. Als 'nihiliste’ belichaamde zij bovendien allerlei maatschappij-omverwerpende idealen die in de ogen van Dostojevski onvermijdelijk moesten leiden tot dictatoriale terreur en waartegen hij geregeld van leer trok, onder andere in Aantekeningen uit het ondergrondse.
APOLLINARIA (PAULINA) Soeslova was de dochter van een voormalige lijfeigene die enkele jaren vóór de officiële afschaffing van het lijfeigenschap op eigen kracht zijn vrijheid bereikte en zich uiteindelijk opwerkte tot fabriekseigenaar. Net als haar zus (die later de eerste vrouwelijke arts in Rusland zou worden) maakte de literair begaafde Paulina als opstandige studente indruk met rebellerende artikelen tegen de bestaande orde. Ze was een bevallige, temperamentvolle verschijning die aan de lopende band mannen het hoofd op hol bracht, maar zichzelf aan niemand wilde - of kon - binden.
Toen zij in 1862, 21 jaar oud, de veertigjarige Dostojevski hoorde voorlezen over zijn ervaringen als dwangarbeider, zag ze in hem vooral een heldhaftige martelaar die tien jaar lang in Siberië had moeten lijden voor dezelfde radicale ideeën die zij nu als lid van een nieuwe generatie studenten aanhing. Dat Dostojevski als jongeman tot de grens van de wanhoop had getwijfeld over dit soort utopisch-socialistische idealen en in zijn verbanningsperiode tot een 'regeneratie van overtuigingen’ was gekomen, wist zij nauwelijks. Het beeld dat zij zich van hem vormde, was vanaf het begin niet juist. Haar egocentrisch karakter verhinderde haar dat beeld bij te stellen. Drie jaar later schreef een verongelijkte Dostojevski aan Paulina’s zus: 'Ze eist alles van mensen, eist volmaaktheid, ze vergeeft geen enkele onvolkomenheid uit respect voor andere, goede karaktertrekken, maar zelf onttrekt ze zich aan iedere verplichting ten opzichte van andere mensen.’
Vrij kort na hun eerste ontmoeting werd de toen nog (ongelukkig) getrouwde Dostojevski, die zijn tuberculeuze Marja Dmitrjevna niet echt in de steek kon laten, Paulina’s eerste minnaar. Aanvankelijk troffen ze elkaar op de redactie van Vremja, het eerste tijdschrift dat Dostojevski samen met zijn broer Michail had opgericht. Later ontmoetten Paulina en hij elkaar bij Michail thuis of op andere 'geheime’ plaatsen. Dit stiekeme gedoe stuitte de compromisloze Soeslova tegen de borst. Dostojevski’s begeerte vervulde haar met afschuw. In een nimmer verstuurde brief van circa twee jaar later schreef zij: 'Jij beschouwde het genieten misschien als een noodzakelijkheid, op dezelfde wijze zoals een beroemde arts of filosoof placht te beweren dat men zich eens in de maand moet bedrinken.’
Het sadomasochistisch spel van aantrekken en afstoten, van playing hard to get, van tegelijkertijd slachtoffer en tiran spelen, was op het moment van de brief al meer dan een jaar aan de gang en komt ook in bijna elke zin tot uiting. Hun gezamenlijke reis door Europa een jaar eerder was totaal mislukt. Paulina was Dostojevski drie maanden vooruit gegaan naar Parijs. Toen hij arriveerde, kreeg hij de boodschap: 'Je bent een beetje te laat.’ Zij had inmiddels een hartstochtelijke verhouding met de Spaanse student Salvador. Toen deze haar op zijn beurt liet zitten was ze des duivels. Afwisselend depressief, woedend en wanhopig ging ze alsnog met Dostojevski op reis. In plaats van haar gekrenktheid te analyseren, begon ze die af te reageren op Dostojevski. De schrijver zelf slaagde er evenmin in zijn gekrenktheid direct onder woorden te brengen. Het gevolg was een danse macabre tussen beiden.
Tot de vele vrouwenfiguren die Dostojevski later in zijn romans op Soeslova baseerde behoort ook Nathalie in De eeuwige echtgenoot. 'Van nature hartstochtelijk, wreed en zinnelijk, verafschuwde zij een losbandig leven bij anderen en was zelf immoreel, zonder dat iemand het zou hebben klaargespeeld haar van haar eigen perversiteit te overtuigen.’
WANNEER DE voortdurend afgewezen maar nog steeds verliefde Dostojevski uiteindelijk terugreist naar Petersburg, blijft Soeslova in Europa. In Parijs verslijt ze de ene minnaar na de andere (onder wie een Nederlandse arts) en raakt ze steeds meer gedesillusioneerd. Twee keer verblijft ze voor langere tijd in het kuuroord Spa, vermoedelijk om te genezen van haar wisselende stemmingen en voortdurende gevoel van gekrenktheid. Uit de Liste officielle des Etrangers qui ont visité Spa pendant la Saison des Eaux Minérales (van 1864) blijkt dat ze zich destijds uitgaf als 'rentière à Paris’.
Van de correspondentie die ze met Dostojevski bleef onderhouden, is helaas niet veel bewaard gebleven. In de lente van 1867, drie jaar na het overlijden van zijn eerste vrouw, schrijft Dostojevski haar: 'Ik zie, mijn lief, dat je niets van mijn huidige situatie afweet, tenminste niet toen je je laatste brief stuurde. Ik ben in februari van dit jaar getrouwd.’
Soeslova’s onregelmatige dagboek eindigt twee jaar daarvóór, in november 1865 in Petersburg, met vermoedelijk de laatste ontmoeting tussen haar en Dostojevski. 'Hij biedt mij al sinds tijden zijn hand en zijn hart aan en ergert mij daar slechts mee. Hij sprak over mijn karakter en zei: “k weet zeker dat wanneer jij ooit trouwt, jij je man al na drie dagen zult haten en zult verlaten.”’
HOE TREFZEKER deze voorspelling was, bleek vijftien jaar later, toen Paulina Soeslova, inmiddels veertig jaar oud en nog steeds bijzonder aantrekkelijk, in Petersburg in het huwelijk trad met de nog maar 24-jarige, maar zeer originele schrijver-filosoof Vasili Rozanov. Ook bij hem haatte zij de enorme begeerte die zij wist op te roepen. En opnieuw dreef de nog steeds naar 'zuivere gevoelens’ strevende, quasi-geëmancipeerde 'nihiliste’ een geliefde tot wanhoop. Volgens de literaire salonhoudster Zinaïda Hippius konRozanov zich al in de eerste huwelijksweek 'elke ochtend wassen in zijn eigen tranen’. Rozanov zou zijn echtgenote later typeren met een zin uit De vernederden en de gekrenkten van Dostojevski: 'Mijn dame is zo pervers, dat de markies de Sade bij haar in de leer had kunnen gaan.’
Van wat Soeslova in de ruim tien jaar daarvoor ondernomen had, is niet veel bekend. In 1870 werkte ze als vertaalster. Haar naam komt ook voor op de deelnemerslijst van een congres over vrouweneducatie in Moskou. Een tijd lang woonde ze bij haar broer om voor diens kinderen te zorgen. Na een huwelijkshel van enkele jaren met Rozanov en een even kwellende wederzijdse weigering tot echtscheiding (hetgeen voor de reislustige Soeslova onder meer betekende dat zij geen eigen pas kon krijgen), werd Paulina gouvernante. Het verhaal wil dat het meisje dat haar was toevertrouwd zó leed onder haar tirannie dat ze zich verdronk.
Paulina trok in bij haar vader en bleef daar voor lange tijd. 'In mijn huis woont nu een vijand van de menselijke soort’, zei de oude man over de terugkomst van zijn dochter. 'Ik kan daar zelf niet meer leven.’ Uiteindelijk belandde Paulina Soeslova in Sebastopol, waar ze een crèche oprichtte en in 1919, 78 jaar oud, stierf.
Polina Suslova, Dostojewskis Ewige Freundin: Mein intimes Tagebuch uitg. Ullstein, 1996) is voorzien van een informatief nawoord. Behalve allerlei aanvullende brieven bevat het boekje ook Soeslova’s novelle Der Eine und Einzige. Het verhaal gaat over Losnitzki en Anna Pawlowna en is bijna een verslag van wat zich tussen Dostojevski en Soeslova heeft voorgedaan. Net als Soeslova kan de door een andere minnaar afgewezen Anna Pawlowna niet meer kiezen voor de zich in begrip en vriendschap uitputtende, weliswaar bedrogen, maar nog steeds verliefde Losnitzki. Wanneer er toch toenadering plaatsvindt en Losnitzki haar in een overdreven vrolijke bui vertelt over een bordeelbezoek, verdwijnt ze uit het zicht en pleegt zelfmoord.