Paus zonder precedent

‘Als een donderslag bij heldere hemel’, noemde kardinaal Angelo Sodano, de gewezen tweede man van het Vaticaan, de aankondiging van Benedictus XVI dat hij het pausschap zal neerleggen op 28 ­februari, 20.00 uur. Die donderslag is een understatement: de beslis­sing van de paus, waarin kennelijk niemand gekend was behalve zijn twee, drie meest intieme medewerkers, is niet minder dan een revolutie.

Al worden er in de media twee beroemde voorbeelden genoemd van pausen die eerder vroegtijdig opstapten: de abdicatie van Gregorius XII in 1415 onder dwang van het Concilie van Konstanz is alleen met veel juridisch kunst- en vliegwerk ‘vrijwillig’ te noemen; de ­troonsafstand door de zwakke Celestinus V in 1294 was een staaltje van unverfroren machtspolitiek van zijn opvolger – men leze er de Divina Commedia maar op na. Voor het eerst in de geschiedenis legt een paus nu vrijwillig zijn ambt neer. Een daad zonder precedent. Ook naar zijn opvolgers toe.

Natuurlijk, Benedictus’ voorgangers speelden al met de gedachte. De door depressies geplaagde Paulus VI zou dolgraag abdiceren, maar besloot uiteindelijk dat ‘het Vaderschap nooit wordt opgeschort’. Ook Johannes Paulus II heeft het stellig overwogen, maar trok – een interessant psychologisch inzicht – ten slotte de conclusie ‘dat er in de Kerk geen plaats is voor een emeritus paus’.

Die emeritus paus is er binnenkort dus wel – en het is een historische daad van de als ultraconservatief beschouwde Jozef Ratzinger om het pausschap te hebben bevrijd van de hele sacrosancte ballast waaraan het de laatste eeuwen bijkans bezweek. De Vicarius Christi was Plaatsbekleder tot zijn Dood, omgeven door een transcendent en goddelijk aura. Nog in de jaren vijftig van de vorige eeuw werd Pius XII, als een levend lijk, in zijn sedia gestatoria door de Sint Pieter rondgesjouwd. ‘Een paus is springlevend totdat-ie dood is’, wil een oude Vaticaanse wijsheid. Je zou bijna vergeten dat de paus ook een mens is.

Ratzinger meet zich met de menselijke maat. Conservatief in de Leer waar het naar zijn idee Goddelijke waarheden betreft – geen vrouwen in het priesterambt, de perversio van de homoseksualiteit, enzovoort – heeft de Duitser de ruimte opgezocht waar hij die wél meende te kunnen vinden. ‘Ik ben tot de stellige overtuiging gekomen dat mijn krachten niet langer toereikend zijn om adequaat het Petrusambt te vervullen’, zegt de paus. Daarmee het weinig opwekkende toekomstbeeld afserverend van een zich door de stijgende levens­verwachting door hun pontificaat heen slepende rij van geronten. Nu ja: de paus scheidde ook al z’n glasafval, zette zonnecollectoren op z’n dak en ving zwerfkatten op.

‘In de wereld van vandaag de dag, die onderwerp is van zovele snelle veranderingen, is het nodig om een krachtige geest en een krachtig lichaam te hebben’, erkent Benedictus de realiteit. Ook dat is een understatement. De verlegen intellectueel Joseph Ratzinger was, om het zacht te zeggen, not at ease met de wereld. Tal van botsingen en ongelukkige uitspraken getuigen daarvan. Hij gaat nu ‘de Kerk dienen door mijn leven te wijden aan het gebed’. In een klein gebouw in de Vaticaanse tuinen, ver weg van de wereld en van de pers. Het komende conclaaf doet er wijs aan een opvolger te kiezen met een krachtige persoonlijkheid, die welbewust sterke, eigen lijnen uitzet. Zodat al spoedig niemand zich meer realiseert dat er een ex-paus boven de markt hangt.