Eva Jinek straalt uit dat de journalistiek ertoe doet

Pauw versus Jinek

Pauw & Jinek: De Verkiezingen © KRO-NCRV/VARA

JdeV Consumeert… altijd meer kunst en cultuur dan waar hij raad mee weet. Tv, film, kunst, theater – van alles. Hij heeft geen sociaal leven. Op deze plek doet hij verslag van de dingen waarvoor in De Groene geen ruimte is. Deze week: Pauw & Jinek.

Het kan niet anders dan dat de combinatie Pauw & Jinek, elke avond live tot aan de verkiezingen, de zwanenzang is van de solo talkshowcarrière van Jeroen Pauw. Het is onmogelijk voor te stellen dat hierna Pauw weer in z’n eentje teruggaat naar zijn dagelijkse time slot op 23.00 uur en daar zijn dingetje mag doen, terwijl Jinek moet wachten op die paar maanden per jaar dat hij met vakantie is. Want iedereen die inzapt op Pauw & Jinek zal zien dat het Jinek is die de kastanjes uit het vuur haalt. Zij zit er scherp en bevlogen bij, terwijl Pauw nog eens achterover leunt en meewarig glimlacht. Zij zit erbij alsof journalistiek ertoe doet, hij zit erbij alsof het allemaal maar een spelletje is.

Natuurlijk heeft Pauw & Witteman jarenlang succesvol gebouwd op de combinatie van jonge hond & oude rot (al was Pauw nooit echt een puppy) en is het niet gek dat Pauw & Jinek een soortgelijke dynamiek nastreeft. Maar voor mij als kijker ziet het er niet uit als jonge hond met oude rot, maar als relevant met het-zal-wel.

Oké.

Ik overdrijf een beetje, het is niet zo dat Pauw alleen maar achterover leunt en een sigaretje opsteekt. Hij stelt ook vragen, hij zit voorbereid aan tafel. Maar de intensiteit en urgentie die Jinek uitstraalt doen Pauw verbleken. In de veelbesproken uitzending met Jan Roos (28 februari) was dat bijvoorbeeld goed te zien. Roos – wiens hele mediastrategie erop gebaseerd leek zo vaak mogelijk ‘politieke correctheid’ te zeggen met een vies gezicht – merkte op dat een journalist enige vorm van objectiviteit moest nastreven, met de toevoeging ‘dat kan ik ook u aanbevelen’. Pauw lachte, trok zijn wenkbrauwen op, leunde achterover. Jinek leunde naar voren en, anders kun je niet zeggen, maakte Roos af. Pauw sprong al snel bij, tafelgast Alexander Pechtold ook, maar het was Jinek die Roos in een hoek dreef waar hij niet meer uit kwam.

Het tweede voorbeeld speelde zich gisteravond af. Premier Rutte was te gast, NRC-redacteur Marieke Stellinga, Telegraaf-hoofdredacteur Paul Jansen en SP-coryfee Jan Marijnissen. Ook aanwezig was ‘De Boze Burger’, in de vorm van een groep Groningers die te lijden hadden onder de gaswinning en de daardoor veroorzaakte aardbevingen. Het werd niet per se de beste aflevering, of tenminste: ik vond niet dat Rutte fair werd behandeld. Voor mij voelde het een beetje aan als het Carré-debat op RTL, afgelopen zondag. De lijsttrekkers moesten één voor één bij Diana Matroos komen die ze ‘moeilijke vragen’ zou stellen. Maar het waren geen moeilijke vragen, het waren gewoon kutvragen. Moeilijke vragen hebben moeilijke antwoorden, bijvoorbeeld de vraag hoe het kan dat de PvdA zoveel VVD-beleid heeft uitgevoerd in de afgelopen vier jaar. Leg dat eens eerlijk uit. In plaats daarvan vroeg ze Lodewijk Asscher: ‘Nog tien dagen tot de verkiezingen, waar blijft het Asscher-effect?’ Of aan Emile Roemer: ‘U heeft nog nooit een verkiezing gewonnen, welk rapportcijfer geeft u uzelf?’ Dat zijn vragen waarop geen antwoord geformuleerd kan worden, hun enige nut was om te zien hoe ad rem de lijsttrekkers deze kogels konden ontwijken. De kijker werd er verder weinig mee geïnformeerd.

Bij Pauw & Jinek leek de journalistieke insteek soortgelijk. De Groningers waren boos, met recht, maar er was niets dat Rutte daar tegenin kon brengen. Ze schreeuwden door hem heen, hielden bordjes omhoog met ‘notmypremier’. Een Groninger schoof Rutte ongeveer persoonlijk het overlijden van zijn vader in de schoenen. Rutte deed zijn best, maar hij werd geconfronteerd met massawoede die al lang vast lag, en door niets dat hij gezegd kon hebben, gekeerd kon worden. Hij moest het over zich heen laten komen. Dat moet de redactie van het programma geweten hebben; hun doel was niet de kijker informeren, maar de kijker laten zien hoe flexibel Rutte een spervuur kon doorstaan (dat Jan Marijnissen vanuit zijn luie stoel ook nog eens olie op dat vuur mocht gooien was wel heel gratuit, op het populistische af).

Gek genoeg was het Telegraaf-hoofdredacteur Paul Jansen (ik zeg ‘gek genoeg’ omdat het niet vaak voorkomt dat ik het met een Telegraaf-journalist eens ben) die hierop terugkwam, in plaats van het over de verkiezingsspecial van zijn krant te hebben. Hij zei het heel kalm: hij kende de problematiek in Groningen maar al te goed, maar ‘wat heeft jullie als redactie bezield om het op deze manier aan te vliegen, omdat ik me kan voorstellen dat (de Groningers) net zo gefrustreerd naar huis gaan als ze hier zijn gekomen?’ Hij voegde toe: ‘Ik zie Jeroen tevreden lachen als mensen boos tegen Rutte in gaan.’

Dat was mij ook opgevallen. Pauw lachte om de set-up. Plannetje geslaagd. Journalistiek scoren, maar met netto nul inhoud. Nihilisme. Als kijker thuis keek ik door mijn vingers, omdat de aanslag zo evident was.

Opnieuw trok Jeroen zijn wenkbrauwen op, alsof hij geen idee had waar het over ging, en opnieuw sprong Eva Jinek in de bres. Ze deden dit omdat deze verkiezingen gaan over het onbehagen van de burger en de kloof die tussen de politiek en de burger was ontstaan, zei Jinek. Ze konden dat niet beter illustreren dan op deze manier.

Jinek had gelijk over dat onbehagen, maar onbedoeld onderstreepte ze nog eens dat het onderwerp dus eigenlijk niet echt de gaswinning was. Dan hadden ze Rutte beter scherp aan de tand kunnen voelen over de wetgeving en de maatregelen van zijn kabinet in de afgelopen jaren op dit dossier. Nu draaide het alleen om die confrontatie.

Wat wilde ik ook alweer zeggen? O ja. Dit: wat dit fragment voor mij illustreerde is de bevlogenheid van Eva Jinek, het gevoel dat ze uitstraalt dat de journalistiek ertoe doet, dat het geen spelletje is, geen vermaak. Dat is een gevoel dat wel eens ontbreekt in de talkshowcultuur bij de publieke omroep. Dat dat gevoel terugkeert tijdens deze verkiezingen is belangrijk, en het is te hopen dat dat na 15 maart doorgaat. En dan heeft Jinek de toekomst.