5 oktober 1930 – 30 september 2009

Pavel Popovitsj

Dat er tegenwoordig ook al toeristen de ruimte in worden geschoten, is mede te danken aan Pavel Popovitsj, de eerste Oekraïner in space.

HIJ HAD DE EERSTE man in de ruimte kunnen zijn, maar Pavel Popovitsj, een ijzersterke Oekraïner, werd nummer acht. Uit de eerste groep van twintig sovjetkosmonauten werd Joeri Gagarin gekozen als degene die in april 1961 de Vostok-1 bemande. Gagarin was kleiner dan Popovitsj en ruimte was schaars in de capsule. Of was het toch omdat Gagarin een Rus was? Hoe dan ook, Popovitsj bleef tot zijn dood, vorige week woensdag, trots uitdragen dat hij de eerste Oekraïner in de ruimte was.
De eerste Oekraïner in space. Dat klinkt tegenwoordig niet echt indrukwekkend. Welk land heeft eigenlijk nog geen ruimtevaarder in de gelederen, getraind in het astronautenprogramma van de Amerikaanse Nasa of in het kosmonautencentrum van Roskosmos, het Russische ruimteagentschap? Afghanistan was vertegenwoordigd buiten de dampkring, Mexico, Mongolië, Nederland zelfs.
Toch is juist dat internationale en bijna open karakter van het ruimtevaren – Nasa en Roskosmos nemen zelfs ruimtetoeristen mee – mede aan Popovitsj te danken. Hij beleefde zijn hoogtijdagen tijdens de ruimterace met de Amerikanen, maar al na zijn eerste ruimtevlucht realiseerde hij zich de futiliteit van de elkaar bestrijdende grootmachten. ‘Ik heb veel uit mijn raampje gekeken en net als iedereen die naar de planeet kijkt vanuit de ruimte besefte ik dat de aarde niet het bezit is van één persoon of één land’, zei hij in 2007. Hij maakte handig gebruik van zijn leidinggevende positie bij het Russische kosmonautentrainingscentrum in het speciaal gestichte Sterrenstad nabij Moskou om in praktijk te brengen wat zijn ruimtereizen hem ingaven. Vanaf 1978, het jaar waarin Popovitsj er onderdirecteur werd, werd het opleidingsprogramma uitgebreid met kosmonauten uit Warschaupactlanden, maar ook uit India en Frankrijk.
In augustus 1962, ruim een jaar na Joeri Gagarin, werd Popovitsj in de Vostok-4 de ruimte in geschoten. Hij maakte 48 rondjes om de aarde en verbleef drie dagen in de ruimte. Hij was de zesde mens die zich in een baan om de planeet bewoog. Dat was indertijd voorbehouden aan sovjetkosmonauten – de twee Amerikaanse astronauten die hem voorgingen waren weliswaar in de ruimte geweest, maar landden in de oceaan zonder de aarde gerond te hebben. In de annalen staat achter zijn naam toch nog ‘eerste’, omdat hij tegelijk in de ruimte verbleef met collega Andrijan Nikolajev, die een dag eerder omhoog was geschoten. Twee bemande ruimteschepen in een baan om de aarde: een reuzensprong in de geschiedenis, zoals de communistische media juichten. Pas in juli 1974, hij was inmiddels 44, verliet Popovitsj de aarde opnieuw, nu in de tweepersoons Sojoez-14, voor een vijftiendaagse missie naar ruimtestation Saljoet.
Totdat ze een man op de maan zetten in juli 1969 lagen de Verenigde Staten hopeloos achter in de Space Race. Al in 1957 lanceerden de sovjets hun eerste kunstmaan, de Spoetnik. En pas een jaar na Gagarin lukte het de Amerikanen een astronaut in een baan om de aarde te brengen. John Glenn bleef maar vijf uur in de ruimte en maakte een miserabele drie rondjes. De Space Race werd in het Westen angstig gevolgd, de kranten stonden er vol van. Als de communisten de ruimte beheersten, beheersten ze de aarde; ze zouden dan ongestraft met hun kernkoppen overal ter wereld kunnen toeslaan. Inmiddels is duidelijk dat een kernoorlog from space erg inefficiënt is, met name wegens fysische problemen die erop neerkomen dat het moeilijk mikken is vanuit de ruimte.
De Space Race kwam ten einde in 1975, toen Russen en Amerikanen een gezamenlijke Apollo-Sojoez-vlucht uitvoerden en kosmonauten en astronauten zich gebroederlijk en gewichtloos zetten aan wetenschappelijke experimenten. Tegenwoordig is duidelijk waar al dat ruimteracen toe had gediend: het stelde de grootmachten in staat hun rakettechnologie voor het afleveren van kernkoppen en hun kennis omtrent spionagesatellieten te perfectioneren. Met het bouwen van ‘een brug naar de sterren’, zoals Wernher von Braun, de vader aller raketgeleerden die door de Amerikanen vanuit het verslagen nazi-Duitsland werd meegevoerd, het aan het einde van zijn leven noemde, had het allemaal weinig te maken. Tom Wolfe betoogde onlangs in een cynische reactie op de veertigste verjaardag van de Amerikaanse maanlanding in The New York Times dat de Space Race je reinste militaire bedrog was geweest. Niks ‘grote stap voor de mensheid’, zoals Neil Armstrong zijn eerste pasje op de maan noemde. Waar bleef de exploratie van het zonnestelsel, waar de eerste bemande Marsvlucht?
Wolfe’s teleurstelling als auteur van The Right Stuff (1979), over de eerste rakettestpiloten en astronauten, is begrijpelijk. Maar hij rekende buiten het International Space Station Project, een samenwerking van de VS, Rusland, de European Space Agency, Canada, Japan en Brazilië. Sinds 1998 bevindt het ISS zich in een baan om de aarde. Al tien jaar lang reizen ruimtevaarders in ploegen naar het station om er enkele maanden te verblijven. In het ruimtestation wordt onder meer hard gewerkt aan de ontwikkeling van technologie om langdurige, bemande maan- en Marsvluchten mogelijk te maken. Een brug naar de planeten: fascinerend vooruitzicht in tijden van grondstoffenschaarste, overbevolking en klimaatverandering.
Mocht het ooit zo ver komen, dan zal dat mede te danken zijn aan Popovitsj. Enkele uren nadat zijn dood bekend werd vertrok een Sojoez naar het ISS, met aan boord een Nasa-astronaut, een Russische kosmonaut en een ruimtetoerist (de Canadese miljardair Guy Laliberté, oprichter van Cirque du Soleil). Meteen na de lancering werd door de Sojoez-technici een herdenkingsplechtigheid gehouden voor de achtste man in de ruimte, die zag dat de aarde van ons allen is en de ruimte dus ook.