Hoofdcommentaar

Pax Electrica

reageer>>

Zou Wouter Bos bezwaar maken tegen een overname van energieleverancier Nuon door het Duitse nutsbedrijf RWE? Er is nog geen sprake van een bod, laat staan van onderhandelingen, maar RWE kijkt de laatste jaren met meer dan gemiddelde belangstelling over de grens.

Bos verzet zich terecht tegen het kunstmatige Oranjegevoel dat Nederland opeens heeft bevangen. Buitenlandse overnames zijn niet nieuw en niet per definitie schadelijk, zei hij twee weken geleden op een seminar. Hij heeft gelijk als het gaat om puur bedrijfskundige overnames, zoals die van Douwe Egberts door het Amerikaanse Sara Lee in 1978. De koffie is er niet wateriger of zoeter op geworden. Integendeel, Sara Lee heeft door zijn selectieve overnamebeleid kwaliteit in huis gehaald en ertoe bijgedragen dat zowel Amerikanen als Nederlanders langzaamaan steeds betere koffie zijn gaan drinken. Het voorlopig hoogtepunt is de door DE en Philips ontwikkelde Senseo, die de genadeslag heeft toegebracht aan het zure vaderlandse ‘bakkie’, onzaliger nagedachtenis.

De minister wees er ook op dat Nederlandse beursgenoteerde bedrijven negentig procent van hun omzet in het buitenland behalen. ‘Sinds de tijd van de Bataven komt een groot deel van ons inkomen uit het buitenland’, aldus Bos. ‘Als wij de globalisering hadden kunnen uitvinden, hadden we het gedaan.’ Hij had opnieuw gelijk, afgezien van het feit dat Nederland volgens sommige deskundigen, onder wie de historicus Immanuel Wallerstein, in de zeventiende eeuw in zekere zin inderdaad de globalisering heeft uitgevonden.

In één opzicht had hij ongelijk: niet alle overnames zijn van puur bedrijfskundige aard. Hij had zijn uitspraken nog niet gedaan of ze werden ingehaald door het bericht dat de Britse bank Barclays een nieuw overnamebod doet op ABN Amro, ditmaal met steun van Chinese banken, die zoals bekend een verlengstuk zijn van de Chinese overheid. Als de minister hun inmenging toestaat en aldus een juridisch precedent schept, zijn de politieke complicaties niet te overzien. Wat de situatie nog onoverzichtelijker maakt, is dat veel Europese overheden óók een selectief beleid ten behoeve van ‘hun’ bedrijven voeren. Dat gebeurt met name in strategisch belangrijke sectoren als luchtvaart en energie.

De Europese energiemarkt wordt niet ‘geliberaliseerd’ zoals de Europese Commissie ons wil doen geloven, hij wordt herverkaveld tussen de grote lidstaten. De Fransen gaven vorige week nog het slechte voorbeeld. In Parijs werd bekendgemaakt dat het overheidsbedrijf Gaz de France gaat fuseren met de particuliere Franse energieproducent Suez. Na de fusie zal 35 procent van de aandelen in het nieuwe bedrijf, GDF Suez geheten, in handen van de staat komen. Gaz de France is dan geprivatiseerd overeenkomstig de Brusselse richtlijnen. Tegelijk verwerft de Franse staat de controle over het nieuwe bedrijf omdat strategische beslissingen de goedkeuring van twee derde van de aandeelhoudersstemmen vereisen.

Het lot van de Belgen bij deze fusie is instructief voor Nederland. De Belgische staat wil niet dat buitenlandse bedrijven een te grote ‘marktmacht’ krijgen op de Belgische energiemarkt. Welnu, omdat Suez eigenaar is van de grootste Belgische leverancier Electrabel, zagen onze zuiderburen door de Franse fusie hun pax electrica in gevaar komen. België heeft zich stevig met de fusieonderhandelingen bemoeid en de mondelinge toezegging gekregen dat GDF Suez volgend jaar een groot deel van zijn productiecapaciteit in België verkoopt. Daar staat tegenover dat de Belgen geen ‘gouden aandeel’ in GDF Suez krijgen, zoals hun in het vooruitzicht was gesteld.

Zowel de Belgische als de Franse staat zou zo’n golden share krijgen, waarmee zij fusies, overnames en acquisities kunnen blokkeren. De Europese Commissie acht golden shares echter in strijd met de ‘vrije markt’ en dat kwam Parijs wel zo goed uit. De Franse staat bereikt nu met zijn 35 procent aandelen hetzelfde effect, maar omdat het geen golden share mag heten, krijgt België ook geen golden share. Onze zuiderburen hebben het nakijken. Ze kunnen GDF Suez straks niet dwingen zich terug te trekken uit de Belgische markt. Daarentegen heeft Parijs naast EDF, Avera en Total binnenkort een vierde energiereus in huis waarover het de regie voert. Dit alles onder het mom van de vrije Europese energiemarkt.

Als het om zogenaamde marktliberalisering gaat, is het vlees zwak en de geest al niet veel sterker. Het vrije verkeer van gas, water en licht resulteert in monopolisering, hernationalisering, misbruik van publieke gelden en geheime overeenkomsten. Ook in Nederland loopt de pax electrica gevaar, ondanks alle mooie verhalen over concurrentie. We hebben nog slechts twee grote energiebedrijven over, Nuon en Essent, die onderling de markt verdelen. De rest is peanuts. Die twee hebben een reusachtige oorlogskas (alleen al vorig jaar maakten ze een overwinst van vierhonderd miljoen euro) en gebruiken die ongegeneerd voor campagnes tegen de Nederlandse overheid, waarbij ze er niet voor terugschrikken de steun van een milieuactivist als Wouter van Dieren te kopen.

Officieel waakt de Nederlandse Mededingings Autoriteit (NMa) over hun gedrag, maar Essent-topman Michiel Boersma, die vorig jaar geheel marktconform 870.00 euro salaris en emolumenten toucheerde en zich ver boven het politieke gewoel verheven acht, heeft al laten weten zich niets meer van de NMa te zullen aantrekken. De boodschap is duidelijk. De Nederlandse energiemarkt is up for grabs. Een bedrijf als RWE hoeft maar een slimmigheidje in Franse trant te bedenken om zijn slag te slaan.

Experts schatten dat de Europese energiemarkt in de toekomst zal worden beheerst door vier of vijf monsterbedrijven waarmee de Europese regeringen zaken zullen moeten doen als waren het soevereine staten. Van de geroemde ‘keuzevrijheid’ van de consument komt intussen niets terecht.