Hoofdcommentaar: Media

PCM kwijt?

Wie is toch Pieter Bouw, de geheimzinnige grootinquisiteur van de Wibautstraat, wiens keiharde aanbevelingen voor een «herstructurering» binnen PCM Uitgevers hebben geleid tot een ongekende opstand onder het normaal zo volgzame voetvolk van de Nederlandse journalistiek?
Een kleine rondgang leert dat Bouw zoon is van een wegtransportondernemer. Hij komt uit een reformatorisch milieu op de Veluwe. Hij studeerde bedrijfs- en vervoerseconomie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en kwam in 1967 bij de KLM terecht. Toen hij daar in 1991 president-directeur werd, nam Bouw een reeks drastische maatregelen. Diverse bedrijfsonderdelen werden verzelfstandigd, er werd keihard bezuinigd en het regende ontslagen. Het KLM-personeel kon zijn bloed wel drinken, helemaal toen hij in 1997, juist op het moment dat de luchtvaart industrie een grote recessie inzeilde, onverwacht vertrok, naar eigen zeggen om «uit te rusten, bij te lezen en afstand te nemen». In zijn hart bleef hij echter een KLM’er: «Je kunt de jongen wel uit de KLM halen, maar de KLM niet uit de jongen.»
Bouw ging colleges geven, met als specialiteit «strategische allianties». Daar had hij zelf heel wat ervaring in, want juist in de zes jaren dat hij de baas was van KLM, mislukte daar de ene na de andere fusie c.q. alliantie (British Airways, Swissair, Austrian Airlines en SAS). Bouw zag de discrepantie van een en ander ook wel in, en sprak boetvaardig: «Als ik naga op basis van welke betrekkelijk rudimentaire theoretische inzichten over strategische allianties wij destijds beslissingen moesten nemen, dan schrik ik daarvan.»
Als speciale adviseur van PCM Uitgevers moet Pieter Bouw nu bewijzen iets te hebben bijgeleerd. Inzet is niet langer de nationale luchtvaart, maar het vlaggenschip van de Nederlandse dagbladpers. Begin deze week lekte het geheime rapport van de strateeg uit naar het NOS-Journaal en sindsdien verkeert de Nederlandse journalistiek in een staat van totale mobilisatie. Bouws aanbevelingen, inmiddels onverkort overgenomen door de PCM-top, hebben dan ook een hoogst provocatief karakter.
Het rapport-Bouw in een notendop: de invloed van de stichtingen die een meerderheidsbelang in PCM hebben (waarbij men met name de Stichting Het Parool bedoelt) moet worden gekortwiekt. De concernleiding krijgt directe grip op de redacties. De PCM-kranten moeten elkaar niet langer beconcurreren, maar «aanvullen». Bouw komt met voorstellen voor nadere «profilering» van de «merken»: het Algemeen Dagblad staat voor sport, Trouw voor geestelijk leven, NRC Handelsblad voor «een meer intellectuele benadering». De grote klapper geldt voor de Volkskrant, die voortaan een meer «populaire» weg moet bewandelen, teneinde te concurreren met De Telegraaf en niet langer lezers af te snoepen van NRC Handelsblad (en vice versa). Over Het Parool wordt niet eens meer gesproken. Blijkbaar ligt daar de sterfhuisconstructie al klaar. Dit alles gecomplementeerd met de «identiteitscommissaris», een nieuwe functie die Bouw introduceert. Elke resterende PCM-krant moet zo’n «identiteitscommissaris» krijgen, zeg maar het PCM-antwoord op de «netcoördinator» van Hilversum. In de nieuwe PCM-pikorde zal die nog boven de hoofdredacteur staan. Die hoofdredacteuren zelf zullen als het aan Bouw ligt trouwens ook niet langer door de redacties worden benoemd.
Natuurlijk roepen deze voorstellen grote weerstanden op. Bouw legt een bom onder alles waarvoor PCM Uitgevers indertijd is opgericht, te weten «behoud van de pluriformiteit van de Nederlandse dagbladpers». Onder het mom van strategische samenwerking stuurt Bouw aan op liquidatie. Eerbied voor redactionele onafhankelijkheid is ver te zoeken. Deerniswekkend is de situatie bijvoorbeeld voor de redactie van het Algemeen Dagblad, wier jarenlange geploeter met de eigen achterban in Rotterdam-Zuid om te komen tot een ook buiten de Kuip en de pieren van de Waalhaven serieus te nemen dagblad, nu toch allemaal vergeefse moeite dreigt te worden. Medelijden moet er ook zijn met de geharnaste intellectuelen van de Volkskrant-redactie, die nu waarschijnlijk allemaal in de leer moeten bij Marie Claire. Het beste af zijn waarschijnlijk nog de heren van Trouw, die de laatste tijd, in het kader van de nieuwe kruistochten, toch al behoorlijk aan het her christelijken waren.
Condoléances zijn op hun plaats bij Het Parool. Daar is de toekomst nu wel heel grauw geworden. Juist Het Parool leek tegen alle verwachting in toch weer uit de malaise te klimmen. In columnist Martin Bril leek men dan eindelijk die nieuwe Carmiggelt te hebben gevonden. Toen Bril overliep naar de Volkskrant was dat een veeg teken. De Volkskrant wreef nog zout in de wonden met de triomfantelijke slogan «Bril kwijt?». Dat de voormalige RK-gezinsbode nu op last van een rotary-vriend van Ben Knapen in de strijd tegen Henk van der Meyden wordt geworpen, heeft een element van — bittere — genoegdoening. Maar wat vooral blijft hangen van de plannen van Pieter Bouw, is de gruwzame schaduw van de teloorgang van de Nederlandse dagbladpers, die snel zal beginnen als journalistiek Nederland zich niet gauw genoeg verweert tegen de dictatuur van de PCM-managers.
Enige moed is nu vereist. Het heeft bijvoorbeeld geen nut het bericht over de affaire-Bouw te verstoppen op pagina drie van het economie-katern (zoals de Volkskrant deed in de editie van maandag jongstleden). Als de kranten nu nog met zich laten sollen, is het te laat. Een voorbeeld kan worden genomen aan het gratis dagblad Metro, waar voor het eerst sinds mensenheugenis een journalistenstaking is uitgebroken. Een «waakhond van de democratie» moet af en toe kunnen blaffen.