De crisis bij het Algemeen Dagblad

PCM vlucht naar voren

Bij het ‹Algemeen Dagblad› is de beer los. De krant heeft nog wel een hoofdredactie, maar daarmee is alles gezegd. Het conflict weerspiegelt een bredere crisis.

De sluimerende crisis bij het Algemeen Dagblad is nu openbaar. Het AD, ooit de trotse tweede krant van Nederland, heeft geen redactieraad meer. Het dagblad uit Rotterdam heeft alleen nog een hoofdredacteur, althans formeel.

Oscar Garschagen (voorheen de Volkskrant en Vrij Nederland) heeft afgelopen maandag ternauwernood twee moties van wantrouwen overleefd op een inderhaast bijeengeroepen en ruim zes uur durende redactievergadering. In de eerste motie werd het vertrouwen in de voltallige hoofdredactie opgezegd. In de tweede kreeg Garschagen een week respijt om de machtspositie van het AD binnen het uit geversconcern PCM te redden. Zou hij niet slagen, dan zou de bijl alsnog vallen. De moties haalden net niet de vereiste tweederde meerderheid, zoals vastgelegd in het redactiestatuut, omdat een beslissende minderheid niet voor of tegen wilde stemmen maar zich blanco op de vlakte hield. Met name die eerste motie was ook te woest geformuleerd. Journalisten doen alsof ze verstand hebben van politiek, maar zelf verliezen ze op kritieke momenten de subtiliteiten van dit vak vaak jammerlijk uit het oog.

Het moet een treurig spektakel zijn geweest, daar in het glazen kantoorpand in Alexanderpolder waar het AD is gehuisvest. Vrijdag was de opstand van de redactie begonnen. Aanleiding was een bericht in de Volkskrant waarin werd gemeld dat uitgever PCM het na bijna tien jaar middenkoers over een andere boeg wilde gooien. De ondertitel «de populairste kwaliteitskrant van Nederland» dekte de lading op de markt niet, had de raad van bestuur ontdekt. Het AD kon het beter uit zijn hoofd zetten dat het ooit zou kunnen lijken op de Volkskrant of NRC Handelsblad. De Telegraaf moest opnieuw de concurrent worden.

Dat was op zichzelf tot daar aan toe. De redactionele toorn werd gewekt door de organisatorische vertaling van deze wending. Het AD zou, net als alle andere kranten van PCM, worden ondergebracht in een eigen «business unit», maar de krant zou daarin zelf geen macht hebben. Die zou berusten bij de leiding van het Rotterdams Dagblad. Anders gezegd: een landelijk dagblad met een oplage van driehonderdduizend diende zich te onderwerpen aan een lokale krant met honderdduizend lezers. Een dubbele belediging. De dienstdoende redactiechef zei desgevraagd bij de dagelijkse vergadering van niets te weten. Hij werd niet op zijn woord geloofd. Garschagen op zijn beurt weigerde aanvankelijk een lunch te onderbreken voor spoedberaad met de flippende redactie. In het weekeinde werden de messen geslepen.

Maandag zou er echt worden vergaderd. PCM-bestuurder Ben Knapen arriveerde met een powerpoint-presentatie bij het «circus». Hij hoefde de cd-rom van de redactie niet uit te pakken: geen belangstelling. Hoofdredacteur Jan Prins van het Rotterdams Dagblad mocht niet eens naar binnen: idem. Cees Vis, derde man van PCM en bekend om zijn oneliners als «de verliezen moeten stoppen», kon alleen nog een dringend beroep doen op de redactie om halt te houden voordat de crisis onbeheersbaar zou worden. Dat lukte. Tegen het vallen van de avond gooide de redactieraad de handdoek in de ring en trad af. Een symbolische daad.

Doet het ertoe wat er bij het AD gebeurt? Ja, dat doet ertoe. De chaos in Alexanderpolder weerspiegelt de teloorgang van PCM. Zeven jaar geleden leek de uitgever zich te redden met een coupe de force. Toen Elsevier onder meer AD en NRC Handelsblad verkocht, spaarde PCM kosten noch moeite om deze buit binnen te halen. In een klap had PCM zich verzekerd van een plaatsje bij de mammoet-topdrie, naast De Telegraaf en Wegener. Via «synergie» en andere efficiencymaatregelen uit de kanarieboekjes van het management zou de aankoopsom van ruim driehonderd miljoen euro worden terugverdiend. Toenmalig chef Cees Smaling droomde zelfs van een beursgang om het geld «op te halen» — het jargon in die jubeljaren — waarmee de macht van grootaandeelhouder Stichting Het Parool zou kunnen worden ondermijnd. Een brede werkgroep, optimistisch Futura gedoopt, kwam her en der in het land bijeen om het ideologische fundament — indertijd nog «mission statement» geheten — te leggen. Er kwam niets van terecht. Niet de verliezen maar de winsten werden gestopt.

Naarmate de jaren verstreken, zag PCM zich ook nog eens geconfronteerd met een structurele crisis in de dagbladwereld. Dat de conjunctuur begin deze eeuw inzakte, was pijnlijk. Dat er geen simpele uitweg was, zelfs als de economie zich weer zou herstellen, was pas echt om gek van te worden. Sinds medio jaren negentig is de krant namelijk geen primaire nieuwsbron meer voor de burger. De televisie heeft die rol overgenomen. Per huishouden wordt nog geen tweederde krant gelezen. Twintig jaar geleden was de zogeheten dekkingsgraad met 110 procent bijna twee keer hoger.

PCM heeft onder leiding van Smalings opvolger en PvdA-kiezer Theo Bouwman daarom voor een andere strategie gekozen. Het concern is zich aan het voorbereiden op een striptease. De databank Factlane is al verkocht aan Elsevier. Het ooit gekoesterde idee dat een krant vooral een gedrukte en dus dure versie is van een veel lucratievere virtuele database lijkt daarmee in zijn terminale fase te zijn beland. Als het aan Bouwman ligt, gaat ook het ANP in de verkoop. Maar de grote slag zal in het hart van het bedrijf worden geslagen. Alle kranten moeten een mooi plekje in de etalage krijgen. Vandaar dat plan om elke titel zijn eigen business unit te geven. Zodoende kunnen de bokken van de schapen worden gescheiden en hoeven eventuele kopers zich niet door een hybride boekhouding heen te worstelen om te weten of ze te maken hebben met een winstmaker of een sterfhuis.

Het AD is voor PCM niet meer dan een eerste bruggenhoofd. Andere fronten zullen volgen.