Pech

Wanneer wordt pech onrecht? Van oudsher, zo schrijft de Amerikaanse filosofe Judith Shklar die de vraag stelt, wordt een onderscheid gemaakt tussen natuurrampen en lijden dat door mensen is aangericht. Een aardbeving heeft niemand in de hand, niemand is er verantwoordelijk voor. Van onrecht is dan geen sprake. Dat wordt het pas als mensen fouten maken. Voor de lijken onder het Turkse puin is het onderscheid irrelevant. De nabestaanden willen daarentegen wel verantwoordelijken aanwijzen voor hun ellende.

En daarvoor hebben ze ook alle reden. Het toezicht op de bouw van huizen was beneden peil. De aannemers bouwden huizen die absoluut niet schokbestendig waren. De autoriteiten waren al jaren op de hoogte van de dreiging van een aardbeving maar verzuimden de bevolking te waarschuwen. En ook de hulp na de ramp kwam traag op gang. Er valt kortom genoeg te verwijten. Wat een natuurramp lijkt, is vooral catastrofaal door allerhande menselijk falen.
Shklar erkent dat ook. Hoe meer we kunnen, hoe schandaliger het is als we het nalaten. Paradoxaal genoeg leidt de technologische vooruitgang dus niet tot minder, maar tot meer onrecht. Omdat we konden meten dat het gevaar van een aardbeving bestond, was het immoreel erover te zwijgen. Omdat we gebouwen kunnen bouwen die beter bestand zijn tegen aardschokken, is het misdadig om te metselen met zand. Omdat snel grootschalige hulp kan worden georganiseerd, is het laakbaar om te modderen en tijd te verspillen. Pech bestaat niet meer, omdat er geen onheil is dat niet mogelijkerwijs voorkomen of verzacht had kunnen worden. Zo wordt alles onrecht. Daarmee is ook de deugd om je te schikken in je lot verdwenen. Wat rest is de klaagzang. We kunnen geen traan meer laten zonder met een beschuldigende vinger te wijzen naar autoriteiten of ingenieurs.
Als de ophef helpt om fouten te voorkomen, heeft klagen zin. Maar vaak is dat niet het geval. We geloven immers niet meer in de maakbaarheid van de samenleving. Ook na deze aardbeving zullen er in Turkije huizen worden gebouwd die in elkaar storten bij de volgende aardschok. Turkije beschikt immers niet over het ambtelijk apparaat om alle bouwactiviteiten te controleren en de Turken beschikken niet over het geld om die duurdere, maar veilige huizen te kopen. De politieke macht hinkelt en struikelt, en kan dus nooit alle technische mogelijkheden benutten. En hoe meer technische mogelijkheden er zijn - en dus hoe ingewikkelder de samenleving - des te meer de politiek te kort zal schieten. En dat geldt in Nederland net zozeer als in Turkije. Voor de Bijlmerramp moesten schuldigen worden gevonden. En wie lang zoekt vindt nalatigheden, grove nalatigheden. Maar zelfs met een bureaucratisch Deltaplan kan niet worden voorkomen dat in de toekomst vergelijkbare fouten worden gemaakt.
Onze taal is niet toegesneden op deze nieuwe situatie van technische almacht en politieke onmacht. Zodra zich een catastrofe aftekent, spreken we er schande van en klagen we het onrecht aan, maar elk plan om lijden te verzachten kan rekenen op cynisch hoongelach om zoveel naïeve maakbaarheidspretenties. We klagen met een lijdzaamheid die hoort bij de tijd dat natuurrampen werden gezien als de straf van God, zonder het leed te accepteren, zoals toen gebruikelijk was. Het lukt ons niet om een onderscheid te maken tussen onrecht en pech, tussen leed dat aanspoort tot maatschappelijke veranderingen en leed dat moet worden geaccepteerd.