Pedofielen (2)

Blijkbaar leest Sarah Verroen geen krant en kijkt zij geen televisie, afgaande op haar bewering in De Groene van 11 september dat ‘genuanceerde’ oordelen over pedoseksualiteit bon ton zijn en men geneigd is zich ‘voorzichtig’ uit te drukken.

Dagelijks vliegen ons de ‘ontucht’-onthullingen om de oren, media verlustigen zich in schandalen van het Oude-Pekelasoort - soms zijn ze waar, vaker uit de duim gezogen - en het televisiejournaal noemt een criminele ondernemer uit België een 'pedofiele kindermoordenaar’. De pleitbezorgers van de kinderliefde schijnen nog nauwelijks te durven spreken, uit angst en passant meegelyncht te worden. Maar de schrijfster vindt het bljkbaar nog niet genoeg en moet dan ook voornamelijk in discussie treden met mensen die niet nu iets genuanceerds zeggen, maar dat voorheen deden.
Zo is daar Edward Brongersma, die 'pseudo-wetenschappelijk’ werk publiceert. Hij is 'het’ immers zelf en wat voor geloof kan er dan nog aan worden gehecht? Brongersma’s zeer brede, door omvangrijk cultuurhistorisch onderzoek onderbouwde werk Jongensliefde dat zou moeten getuigen van zijn gebrek aan integriteit, bewijst integendeel dat betrokken onderzoek de kwaliteit bevordert.
Sarah Verroen plaatst daar liever een set vooroordelen en een grote dosis onkunde tegenover. Een seksuele verhouding met een kind, schrijft zij, is altijd ongelijkwaardig en bepaald door eigenbelang van de volwassene. Alsof opvoeding op niet-seksueel gebied geen ongelijkwaardigheid met zich mee zou brengen en niet zou zijn ingegeven door eigenbelang voor volwassenen! De cruciale vraag 'dwang of geen dwang’ wordt altijd uit de weg gegaan. Dan resteren nog slechts primitieve aantijgingen aan het adres van de 'pedofielenlobby’.
Amsterdam,TON GEURTSEN