Pedofobia

De samenleving stelt zich steeds harder op tegenover pedofielen. Buurtbewoners eisen dat namen van kinderschenners in de buurt bekend worden gemaakt. De pedofielen zelf voelen zich opgejaagd en vogelvrij. ‘Acceptatie is niet meer haalbaar. Het gaat nu om louter overleven.’

HIJ RUKT ZICH AF op kinderen in de Wehkampgids. ‘Justin’ is tweeëntwintig jaar en magazijnbediende in Amsterdam-Noord. 'Kinderen benaderen is in Nederland veel te gevaarlijk’, zegt hij. Maar kinderen vormen maar voor een deel zijn passie. Hij is, zegt hij, geen pedofiel. 'Maar wat is een pedofiel?’ Het is in Nederland nauwelijks het risico waard, vindt Justin. In het Oosterpark zoekt hij andere vormen van seks, álle vormen. Maar laatst, op vakantie in Marokko plukte hij een tienjarig jongetje van straat en penetreerde het in de hotelkamer. 'Het jongetje huilde even maar was naderhand blij met het geld, ongeveer een tientje.’ Justin heeft met naming and shaming, het bekendmaken van namen en adressen van pedofielen, niets uit te staan. Niet omdat hij nooit is veroordeeld of zelfs maar is verdacht van het aanranden van kinderen, maar juist ook omdat hij ervoor past zich te vergrijpen in zijn eigen buurt. Hoogstens stapt hij in zijn auto, zegt hij, rijdt ver weg van Amsterdam, legt het aan met een kind en verdwijnt dan weer. Justin hoort tot wat de landelijke werkgroepen Child Right en TransAct in een advies aan minister Korthals van Justitie de 'antisociale dader’ noemen. Type Dutroux, zijn slachtoffers selecterend op basis van gelegenheid en kwetsbaarheid. Justin is naar eigen gevoelen geen pedofiel, geen kindervriend die kind is met de kinderen, die slechts wil aanraken, knuffelen of gewoon mahjong spelen. Geen laagdrempelig - en buurtbekend - huis waar, struikelend over de Suske en Wiskes, begripvolle pedofielen als de Alkmaarse Robert Rehm 'willen aaien, kusjes geven, kriebelen op hun bol en buik en, inderdaad, op hun piemeltje of kutje’. Justin is onvoorspelbaar en duikt op vanuit het niets. Justin woont niet in de buurt. NA DE VONDST van het lichaam van de zevenjarige Chanel Naomi Eleveld pleitten zedenrechercheurs ervoor dat veroordeelde pedofielen ook na hun vrijlating in de gaten zouden worden gehouden. Maar al in mei van dit jaar wees minister Korthals de eis van ouders van de hand om de namen van schenners van kinderen in wijk of buurt publiek te maken. Het is een brug te ver, vindt de minister. Een dergelijke informatieplicht zou reïntegratie in de weg staan, stigmatisering en isolatie bevorderen en daarmee de kans op recidive vergroten. Korthals vindt het zinniger de politie op de hoogte te stellen van de vestiging van pedofielen. 'In de praktijk gebeurt dit in voorkomende gevallen al.’ Dat zou een preventieve werking moeten hebben. En misschien klopt dat. 'Op het politiebureau weten ze van mij’, zegt een oudere pedofiel uit Groningen. 'Als er iets is met een kind heb ik in no time iemand van de politie op de stoep.’ Vooral in tijden van mediahype. 'Ik zit nu te wachten tot ze aanbellen.’ Ten onrechte, vindt hij. Sinds een veroordeling in de ja ren zestig vanwege seks met een minderjarige jongen loopt hij op eieren. Daarom heeft hij het vertrouwen van de buurt langzaam teruggewonnen. 'Ze laten rustig hun kinderen over de vloer komen.’ Het is allemaal erg onschuldig volgens hem. Maar na enig aandringen zegt hij: 'Ik kan niet zeggen dat er nooit iets is gebeurd.’ 'Wat mij weerhoudt? In principe niets en in de praktijk alles’, zegt Robert Rehm (50) uit Alkmaar. Hij leeft naar eigen zeggen 'kuiser dan menige dominee’, maar dat ligt niet aan hem. 'Ik heb wel eens - heel voorzichtig - een verboden lichaamsdeeltje aangeraakt. En ook heb ik het genoegen al eens gesmaakt een klein stijf piemeltje heel even in mijn mond te hebben. Maar daar is het ook wel bij gebleven. Het is tegenwoordig gewoonweg te ingewikkeld om seksueel contact te hebben met een kind.’ Hij rekent zichzelf tot de groep 'bonafide pedofielen die kinderen respecteren’ en staat erop een onderscheid te maken tussen 'pedofiel’ en 'pedoseksueel’. 'Ik ben geen zedendelinquent.’ Al een decennium adverteert hij de gedachte dat kinderen beter worden van een verhouding met een volwassene, niet slechter. Hij was actief in de pedofielenvereniging Martijn. Maar de wal lijkt het schip te keren: 'Sinds een paar maanden ben ik verliefd op een volwassen vrouw. Dat heeft te maken met het hopeloze. Zelfs gewone omgang met kinderen is onmogelijk.’ John Courbois (41) valt op kleine meisjes. Grofweg van zeven tot elf jaar oud. Eén keer heeft hij het gedaan met een kind. Dat was vijftien jaar geleden. Het heeft hem negen maanden opsluiting gekost en een paar tanden. 'Er valt niet actief mee te leven’, zegt hij. Want het hele Brabantse kerkdorp weet ervan. 'Ik zou niet moeten proberen een kind binnen te halen. Het zou me weer een paar tanden kosten. Een vorm van preventie zouden ze dat ongetwijfeld noemen. Ik zou graag nog willen, maar ik heb geen keuze.’ Acceptatie, zo vinden veel pedofielen, is sinds de jaren negentig een niet te halen doel, het gaat om overleven. 'We doen ons best om niet undercover te zijn’, zegt Courbois, 'maar het ledental van de vereniging Martijn is in twee jaar tijd meer dan gehalveerd tot driehonderd. Mensen proberen het idee dat ze pedofiel zijn van zich af te zetten. Weg te denken, om veiliger te zijn.’ De contactavonden van de NVSH zijn op drie na opgedoekt. 'We hebben een gespreksgroep gehad tot begin dit jaar’, zegt de oudere man uit Groningen. 'Toen hebben we gezegd: laten we onszelf maar opheffen, het is toch te link. We waren bang voor elkaar geworden. Bang dat iemand onze verlangens zou lekken.’ Courbois: 'Men gaat ondergronds. Mensen die op dit moment seks hebben met kinderen zullen dat niet meer melden bij Martijn.’ REGISTRATIE BIJ politie moet volgens de werkgroepen TransAct en Child Right de kans op recidive verkleinen. Minister Korthals hoopt eind dit jaar met een nota aan de kamer te komen. 'Maar registratie alleen kan herhaling niet voorkomen’, schrijven de werkgroepen. 'Privacy okee, maar tot op zekere hoogte’, vindt Rosita Monsato van TransAct. 'Wij willen politie, justitie en behandelaars op de hoogte stellen. We adviseren de minister ook dat de politie het recht krijgt om een kijkje te nemen bij zedendelinquenten. Momenteel is er onvoldoende rechtsgrond om zomaar binnen te vallen. Maar je zou, bij bekendheid met het verleden van zo iemand, eerder in moeten kunnen ingrijpen op basis van vermoedens.’ Minister Korthals vindt dat 'in individuele zware gevallen het belang van het slachtoffer zo zwaar kan wegen dat een veroordeelde zedendelinquent gedwongen moet worden te verhuizen uit de buurt waar hij zijn delicten heeft begaan’. Voor het preventief binnenvallen en voor het gedwongen verhuizen, hoeft, zo meent de minister, de wet niet te worden veranderd. Via een proefverlof, een TBS met voorwaarden of een voorwaardelijke invrijheidsstelling, kan de volledige vrijheid nog even - of eeuwig? - worden uitgesteld en de straf worden aangehouden. Alleen vanuit zuiver formeel legalistisch standpunt bezien is dat onproblematisch; de vraag is of TBS of voorwaardelijke invrijheidsstelling bedoeld is voor oneindige preventieve verruiming van de opsporingsmogelijkheden of ten dienste van het belang van het slachtoffer. 'Ik weet niet of Korthals een deur wil openzetten naar zwaardere wetgeving, maar wel dat hij dat wil naar het vaker toepassen van dergelijke sancties’, zegt een woordvoerder van Justitie. ALLES IS MODE. John Courbois van de vereniging Martijn gelooft niets van een preventieve werking. 'De plannen van Korthals om de namen van veroordeelde pedofielen alleen aan de politie bekend te maken zijn slechts een tussenstop in een steeds repressievere wetgeving. Er bestaat maatschappelijk een harde roep om zo'n zwarte lijst. Eerst alleen politie. Dan ook scholen en de padvinderij. Niet lang daarna zullen mensen gaan schreeuwen als ze geen inzage krijgen in zo'n lijst.’ In de Verenigde Staten bestaat sinds 1996 een wet die de autoriteiten verplicht om informatie over zedendelinquenten aan de burgers openbaar te maken, maar het effect is twijfelachtig. Soms ontstaat een lynchpartij, soms niet. En soms daalt alleen de prijs van de huizen. Volkenkundige Peter Jan Margry van het P.J. Meertens-instituut noemt het een boeiende gebeurtenis: 'Er is een nieuwe roep om sociale controle door de gemeenschap. Ik vind dat op zichzelf een interessante ontwikkeling, de samenleving zelf vraagt om een betrokkenheid bij dit soort delicten omdat de overheid te kort schiet in de strafmaat.’ Maar al staat volgens opiniepeilingen bijna negentig procent van de bevolking achter Korthals’ registratieplannen; naming and shaming, zoals in Amerika en Engeland is, communis opinio, in Nederland nog niet aan de orde. De Franse jacht op kinderporno van 1997, toen pedofielen de onthulling voorbleven door zich op te hangen of van bruggen te storten, staat op het netvlies gebrand. En in Engeland zitten uit zelfbescherming tegenwoordig meerdere pedofielen in een politiecel. Courbois heeft de laatste jaren weinig last van intimidatie. 'Maar het kan elk moment weer beginnen. Ik schrik nog regelmatig wakker van een auto.’ En heel soms vliegt er een steen door de ruit. Robert Rehm moest nadat hij bekendmaakte op jonge jongens te vallen woongroep De Rups verlaten, maar hij vindt dat zijn nieuwe buurt in Alkmaar 'verrassend genuanceerd’ reageert. 'Toevallig kreeg ik een paar maanden geleden een steen door een ruitje, maar dan praat je met die jongens.’ En alles is relatief: 'Ik kan enorm genieten van de met een grote grijns geschreeuwde schreeuw “Héé homo!” van een jongetje van zes dat ik langsfietsend net even over zijn bol kan aaien.’ Maar een 69-jarige pedofiel wiens aanwezigheid in de Amsterdamse Indische Buurt grote onrust veroorzaakte, verschanste zich na brandstichting twee jaar achter houten platen nadat de ruiten waren ingegooid, en verhuisde afgelopen december tenslotte toch maar naar elders. Ook in Deventer en op Urk werden - vermeende - pedofielen belaagd, in Roelofarendsveen voorkwam een vrouw met een handtekeningenactie de komst van een andere. Hoogleraar seksuologie Jos Frenken aarzelt niet in kranten te spreken van 'pedofobie’. 'De gedragsveranderingen van een zedendelinquent na verplichte registratie zijn voor zover bekend nog niet onderzocht, waardoor de effecten van deze maatregel nog onbekend zijn.’ Verlegt de pedofiel zijn werkterrein? Neemt hij nog grotere risico’s of wordt zijn handelen wellicht gewelddadiger?’ vragen TransAct en Child Right zich af in het rapport aan Justitie. Mogelijk. Maar niet echt waarschijnlijk. 'We hebben begin jaren negentig op de praatgroep een vrachtrijder uit Assen gehad die pakte wat hij pakken kon. De complete groep was tegen wat hij ondernam. Hij reisde heel Europa af op zoek naar kinderen’, zegt de man uit Groningen. Niet lang daarna verkrachtte en vermoordde Michel S. de elfjarige Jessica Laven. 'Hij was een uitzondering’, zegt de Groninger. 'Bij ons zat er geen die dingen deed met moorden, verkrachten of penetreren. Michel S. lag na een week uit de groep.’ 'Registratie zou niets uitgemaakt hebben’, denkt Marjan Laven, de moeder van Jessica. 'De man is uit Assen weggegaan met het pertinente voornemen een kind te verkrachten. Hij was vrachtwagenchauffeur. Ik denk niet dat het haalbaar is dergelijke mensen in de gaten te houden. De politie wist dat hij zedendelicten op zijn kerfstok had, maar wat kun je doen als je iemand niet dag en nacht bij de staart houdt? Ze zijn zo link als een looien deur.’ Laven is tegen zwarte lijsten: 'Ik geloof niet dat het van belang is dat een pedofiel bekend is in de buurt.’ Ze lacht: 'Nu met de moord op Chanel denk ik: zet alle kerels op een eiland en vergeet ze!’ Maar Michel S. en ook de moordenaar van Chanel zijn misschien geen doorsnee pedofielen maar in de eerste plaats moordenaars en verkrachters. Een te onderscheiden categorie. Michel S. vermoordde drie kinderen, waarschijnlijk meer. 'Dit soort mannen trekt er welbewust op uit om kinderen te verkrachten. Die laten zich niet weerhouden doordat ze bij de politie staan geregistreerd. Het is een slag in de rondte.’